De schitterende wraak van het Westfries Museum

  • 0

In de nacht van 9 op 10 januari 2005 werden er uit het Westfries Museum in Hoorn 24 schilderijen en 70 stuks zilver gestolen. Daarna bleef het, ondanks alle inspanningen van politie en justitie, jarenlang stil rond de geroofde voorwerpen. In januari 2014 leek er even sprake van een doorbraak, toen een foto van een van de gestolen schilderijen op een Oekraïense website opdook. Maar nieuw onderzoek leverde niets op. In juli 2015 kwam er echter schot in de zaak toen een voormalige militieleider, Boris Humeniuk, de Nederlandse ambassade in Kiev inlichtte dat zijn mannen in het oorlogsgebied in Oekraïne gestolen kunstvoorwerpen hadden gevonden. In opdracht van het Westfries Museum stemde de Nederlandse kunstdetective Arthur Brand in om Humeniuk op 4 augustus in Kiev te ontmoeten. Toen bleek dat Humeniuk op geld uit was – meer dan het museum bereid was te betalen. Hierna verbrak Humeniuk het contact. Brand ontdekte dat er Hoornse kunstwerken in het criminele circuit te koop werden aangeboden. Het Westfries Museum lichtte de Oekraïense autoriteiten in, maar er gebeurde niets. Ook bemiddeling op diplomatiek en politiek niveau leidde niet tot resultaat. Dat in dezelfde periode ook de ramp met de MH17 en het referendum over het Associatieverdrag met Oekraïne speelden, maakte de situatie er niet makkelijker op. Ten einde raad belegden de gemeente Hoorn en het Westfries Museum op 7 december 2015 een persconferentie. Daardoor werd de zaak opeens wereldnieuws, en in maart 2016 startten de Oekraïense autoriteiten alsnog een onderzoek. Toen Nederland op 6 april 2016 “nee” zei tegen het Associatieverdrag met Oekraïne, leek alle hoop vervlogen. Maar op 14 april maakte de Oekraïense minister van Buitenlandse Zaken bekend dat er bij een geheime operatie van de Oekraïense veiligheidsdienst vier schilderijen uit het Westfries Museum teruggevonden waren. Anderhalve maand later werd er een vijfde schilderij gevonden. Dat bevond zich inmiddels in particulier bezit, maar toen de eigenaar hoorde dat het om gestolen goed ging, deed hij er afstand van. Op 16 september werden de vijf schilderijen op de ambassade in Kiev aan Ad Geerdink, directeur van het Westfries Museum, overgedragen. Via een crowdfundingsactie werd de € 72.000,- bijeengebracht die nodig was om de zwaar beschadigde schilderijen te restaureren. Sinds oktober 2017 zijn ze, in volle luister hersteld, weer in het museum te zien. Van de overige 19 schilderijen en de 70 zilveren voorwerpen die in 2005 gestolen werden, ontbreekt echter nog steeds elk spoor.

Westfries Museum, Hoorn

Het Westfries Museum

De terugkeer van een deel van de gestolen schilderijen was voor het Westfries Museum aanleiding om een tentoonstelling te maken onder de titel “Roofgoed. Kunstdiefstal in Nederland”. Het museum is gevestigd in een rijk geornamenteerd zeventiende-eeuws pand aan het Roode Steen in het havenstadje Hoorn aan het IJsselmeer, de voormalige Zuiderzee. Op het plein voor het museum staat het standbeeld van de omstreden gouverneur-generaal van de VOC Jan Pieterszoon Coen, die in Hoorn geboren is. Binnen, in een doolhof van kamers met authentieke houten vloeren en zolderbalken, wordt aan de hand van duizenden historische voorwerpen de geschiedenis van Nederlands Gouden Eeuw verteld.

Standbeeld van Jan Pieterszoon Coen voor het Westfries Museum, Hoorn

De vaste collectie draagt het risico in zich om enigszins “stoffig” te raken. Maar het museum slaagt er steeds weer in om de belangstelling te wekken met prikkelende tijdelijke tentoonstellingen, zoals in 2016-2017 Vêrlander. Weeskinderen van de VOC van fotograaf Geert Snoeijer. En nu dus met “Roofgoed”, een onderwerp waar het museum inderdaad een bijzondere aanspraak op kan maken.

Vêrlander, Westfries Museum

Kunstroof in Nederland

Niet dat de ervaring van het Westfries Museum uniek is. Uit de tentoonstelling, die zich specifiek richt op diefstal en heling van kunst en antiek, blijkt dat er zich jaarlijks gemiddeld 800 tot 1000 van dit soort “incidenten” voordoen. In de periode 2009-2011 werd er op ruim 1300 verschillende locaties in Nederland kunst en/of antiek gestolen. Totale waarde: een slordige 64 miljoen euro. Naast musea zijn ook kerken en kloosters vaak het doelwit, evenals kunst- en antiekbeurzen en ateliers van kunstenaars en restauratoren. Vaker nog verdwijnen er kunstvoorwerpen uit openbare gebouwen en openbare ruimtes, kunsthandels en bedrijven met een kunstcollectie. Maar het meest dikwijls zijn particulieren het slachtoffer. Hoewel het aantal incidenten, vergeleken met andere misdrijven, relatief klein is, beschouwen politie en justitie kunstroof niettemin als een ernstige zaak. Museumdiefstallen komen vaak uitgebreid in het nieuws. Daarnaast is er veelal sprake van verstrengeling met andere vormen van zware misdaad, zoals drugs- en wapenhandel.

Verhalen maken de tentoonstelling

De tentoonstellingsmakers zijn erin geslaagd om het onderwerp “kunstroof” op een grondige en veelzijdige manier te belichten. Daarbij lijken de objecten van ondergeschikt belang. Het gesproken en geschreven woord overheerst, en dat betekent dat de bezoeker flink de tijd moet nemen om alle verhalen die er in deze ogenschijnlijk bescheiden expositie verwerkt zijn, te ontdekken.

Op de informatiepanelen wordt ingegaan op allerlei logische en relevante vragen. Wat voor soort kunst- en antieke voorwerpen zijn in trek bij kunstdieven? Wie zijn de daders, wat zijn hun motieven en wat is hun “MO”, hun modus operandi? Wat zegt de wet over kunstdiefstal? Wat is de rol van politie en justitie, van de verzekering en de kunsthandel? Wie zijn de slachtoffers en wat is de invloed die het verlies van geliefde kunstvoorwerpen op hen heeft?

De tekst op de informatiepanelen wordt geïllustreerd aan de hand van voorwerpen die ooit gestolen zijn en die weer boven water zijn gekomen. De keuze van de voorwerpen laat zien wat er allemaal gestolen wordt. Niet alleen schilderijen, beelden en zilveren en gouden voorwerpen. Maar ook archiefstukken, statenbijbels en heiligenbeelden, etnografica en de hoorn van een opgezette neushoorn... De verscheidenheid bruikleengevers is indrukwekkend. Ze komen uit heel Nederland; zoals de website zegt: “van het Brabantse Boxtel tot het Noord-Groningse Westeremden, van Delft tot Zevenaar”. Ook vertegenwoordigen de bruikleengevers de verschillende categorieën slachtoffers die hierboven al even werden genoemd, zoals musea, kunsthandels, kerken, openbare gebouwen, kunstenaars en particulieren.

Kunst en antiek – hoe waardevol in zichzelf misschien ook – vallen op deze tentoonstelling echter in het niet bij de collages tegen de muur, waarin striptekenaar Erik Kriek negen spraakmakende kunstdiefstallen uitlicht, en vooral de audiotour, waarop het verhaal van deze diefstallen wordt verteld. Ronduit spectaculair zijn bijvoorbeeld de verhalen over het “mysterie van het Vrijthof” (de affaire-Noortman, 1987), de inbraak in het Van Gogh Museum (2002), de gewapende overval op het Scheringa Museum in Spanbroek (2009), de roof uit de Kunsthal (2012) en de inbraak in het voormalige woonhuis van de familie Philips in Eindhoven (2014). De verhalen roepen ook een gevoel van herkenning op; de meeste gevallen herinner je je als bezoeker nog wel uit het nieuws, maar hier worden in kort bestek de toedracht én de afloop nog eens uit de doeken gedaan.

De tentoonstelling maakt ook gebruik van film. Er zijn bijvoorbeeld beelden van bewakingscamera’s van bepaalde overvallen te zien, interviews met kunstdetectives Arthur Brand en Ben Zuidhoek, en ervaringsverhalen van verschillende slachtoffers van kunstroof, zoals schilder Henk Helmantel. In de kelder is de documentaire Opgerold te zien, over de terugkeer van de vijf gestolen schilderijen uit Oekraïne in 2015-‘16.

Henk Helmantel - expositie 'Roofgoed'

Maar het hoogtepunt van de tentoonstelling zijn natuurlijk de teruggekeerde schilderijen zelf. Hoe bijzonder het is om ze in de bovenzaal van het museum te kunnen zien, wordt duidelijk uit de videobeelden van het restauratieproces, ván de schokkende toestand waarin museumdirecteur Ad Geerdink en restaurator Ronald de Jager ze in Oekraïne aantroffen (opgerold, gescheurd, met afbladderende verf), tot nu. De filmpjes geven iets prijs van de ontsteltenis van het weerzien, de spanning van het restauratieproces en de vreugde van de definitieve terugkeer, na 4692 dagen, van de doeken in hún museum.

Izaak Ouwater, Nieuwstraat in Hoorn, 1784, voor en na restauratie

Detail: Izaak Ouwater, Nieuwstraat in Hoorn, 1784, voor en na restauratie

Slapstick

De tentoonstelling “Roofgoed” is zowel leerzaam als boeiend. Als de tentoonstelling íets duidelijk maakt, is het wel hoe belangrijk het is om kunst en antiek goed te documenteren (zodat je weet wat je hebt), en om de diefstal te registreren wanneer er onverhoopt iets gestolen wordt. De grootste (commerciële) internationale databank voor gestolen kunst en antiek is het Art Loss Register. In Nederland bestond er jarenlang geen register voor gestolen kunstvoorwerpen. Daarom begon kunstenares Lida Dijkstra in 2003 zelf de website Gestolen kunst. Inmiddels meldt de Nederlandse politie roofkunst echter aan bij de databank voor gestolen kunst van Interpol. Zo’n register helpt niet alleen bij de opsporing, er gaat ook een preventieve werking van uit. Kunsthandels zijn verplicht om te controleren of een werk dat ze aangeboden krijgen, in een van de bekende lijsten van gestolen kunst voorkomen. Documentatie en registratie maken het voor dieven dus moeilijk om een werk te verkopen.

“Roofgoed” belicht meer dan veertig kunstdiefstallen die de afgelopen dertig jaar in Nederland gepleegd zijn. En ach, laten we het maar eerlijk toegeven: ondanks de degelijke en genuanceerde benadering van de makers, appelleert de tentoonstelling toch ook aan onze fascinatie voor misdaad- en speurverhalen. Diep in ons hart wanen we ons allemaal een beetje Father Brown of Robert Langdon.

En behalve spannend en aangrijpend, zijn de verhalen die verteld worden soms ook ronduit hilarisch. Er kan bij een kunstroof van alles misgaan, en boeven kunnen verbijsterend dom zijn. Zoals die dieven die een vrachtwagen hadden gestolen omdat ze een lading naaimachines achterover wilden drukken. Helaas voor hen was de vrachtwagen net op weg naar de kunstbeurs PAN in Amsterdam, en bleek hij vol te staan met grote en kleine antieke voorwerpen. Waarop de dieven, om plaats te maken voor de naaimachines, tien kisten met klein spul maar langs de straat achterlieten, waar ze door de politie werden gevonden…

De tentoonstelling “Roofgoed. Kunstdiefstal in Nederland” is nog t/m 11 februari 2018 te zien in het Westfries Museum, Roode Steen 1, Hoorn. Meer info: wfm.nl.

 

Activiteiten bij de tentoonstelling:

Op vrijdag 12 januari wordt in het Westfries Museum een workshop georganiseerd over het thema “Religieus erfgoed gewild doelwit kunstdieven”. Deelnemers aan de workshop kunnen ook de “Roofgoed”-tentoonstelling bezoeken. De entree bedraagt € 12,50 (inclusief koffie of thee).

Op dinsdag 23 januari 2018 geven Martin Finkelnberg, hoofd Kunst- en Antiekcriminaliteit van het Korps landelijke politiediensten, en kunstdetective Arthur Brand in de schutterijzaal van het Westfries Museum een kijkje in de keuken van de opsporing van gestolen kunst en antiek. De avond start om 20.00 uur (inloop vanaf 19.00 uur). De entree bedraagt € 12,50 (inclusief koffie of thee); met Museumkaart: € 7,50.

Meer informatie en reserveren via de website van het museum.

Buro: IG
  • 0
Top