Een nieuwe dageraad breekt aan: over verliefdheid, relaties en seks in Zuid-Afrika

  • 0

Liefdesverdriet, Verliefdheid en seks in het Zuid-Afrika van na de apartheid
Niels Posthumus
Houten, Spectrum, 2017, 192 blz.
ISBN: 978 90 00 354818

Op 14 februari was het Valentijnsdag. Dan geven geliefden elkaar extra aandacht met bloemen, geschenken en etentjes. Maar als je Niels Posthumus gelooft, tref je in Zuid-Afrika niet zoveel rozengeur en maneschijn aan. Zijn boek is meeslepend geschreven en ruim gedocumenteerd. Hij noemt het zelf een journalistiek boek. Omdat het scharniert rond zeer expliciet gestelde onderzoeksvragen, noem ik het een sociaalwetenschappelijke studie, met als bijkomende kwaliteit dat de auteur zijn inzichten kristalhelder overbrengt.

De markt van de relaties tussen mannen en vrouwen is wereldwijd in volle beweging. Vriendschapsringen verdringen trouwringen. (Foto: Herman Meulemans, Göttingen)

Niels Posthumus maakt me erg nieuwsgierig. Hij is geboren in 1981 in Zuidhorn, onder de rook van de stad Groningen. Hij studeerde politicologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam en ruilde daarna Nederland in voor een dozijn Afrikaanse landen. Sinds 2012 is hij correspondent in Zuid-Afrika voor Trouw en BNR Nieuwsradio. Eerder werkte hij voor de Zuid-Afrikaanse krant The Star. Globetrotter en nieuwsbrenger met een scherpe pen is Niels Posthumus. Hij woont in downtown Johannesburg, in de hippe wijk Maboneng, “een zeepbel van regenboogfantasie”, waar het leven ondanks de vele problemen opvallend licht en vrolijk is. “Ik ben nooit in een land geweest waar meer wordt geflirt”, zo schrijft hij over Zuid-Afrika op zijn website. Van de calvinistische preutsheid, die soms wordt toegeschreven aan de geboortestreek van de auteur, merk ik niets. Integendeel.

Niels Posthumus (Foto: Anne van Gelder)

De auteur is voor geen kleintje vervaard. Hij bijt zich vast in wat misschien wel het meest gevoelige onderwerp is dat in Zuid-Afrika kan worden besproken. Kan het zijn dat de Zuid-Afrikaanse apartheid, het racistische politieke systeem dat begin jaren negentig werd afgeschaft, vooral binnen de liefde nog doorwerkt? Hij voert gesprekken met bevoorrechte getuigen en verdiept zich in zorgvuldig gekozen literatuur.

Al in 1927 verbood de Immorality Act, de Ontugwet, zoals zij in het Afrikaans heet, de buitenechtelijke seks tussen mensen met een verschillende huidskleur. Deze wet werd in de jaren vijftig tweemaal aangescherpt. De originele wet uit 1927 verbood alleen buitenechtelijke seks tussen wit en zwart. De Prohibition of Mixed Marriages Act uit 1950 verbood ook dat er interraciaal werd gehuwd. In 1957 werd iedere vorm van affectie – zoenen of samen in bed liggen – tussen mensen met een verschillende huidskleur strafbaar gesteld, via een amendement van de Ontugwet.

Posthumus beschrijft overzichtelijk het wettelijk kader dat rond interraciale relaties tot stand is gekomen in Zuid-Afrika. Maar hij munt nog meer uit wanneer hij zijn blik richt op hoe het er in werkelijkheid aan toegaat. De manier waarop hij de iconische foto uit het Apartheidmuseum, die in 1969 is gemaakt door nieuwsfotograaf Jan Kopec, becommentarieert, spreekt boekdelen. Op de foto turen vier mannen door een slaapkamerraam van een huis in Johannesburg. Zo zochten politiemannen in de hoogtijdagen van de apartheid naar verstrengelde lichte en donkere lichamen. Zo speurden zij naar seks die de wet verbood.

Bij de overgang naar de democratie is er in Zuid-Afrika in economisch opzicht bijna niets veranderd. De enorme economische ongelijkheid is gebleven. De kapitalistische belangen van de VOC voerden in de zeventiende eeuw de boventoon in de Kaap. Tijdens de Britse kolonisatie bepaalden de belangen van de goud- en diamantmijnen de Zuid-Afrikaanse politiek. De klap op de vuurpijl kwam tijdens de apartheid, die de kapitalistische uitbuiting van zwart door wit perfectioneerde. Wanneer de regenboognatie werd ontworpen, ging het ANC mee in de mondiale triomftocht van het kapitalisme, zo verduidelijkt éminence grise Sampie Terreblanche aan Posthumus.

De aanhoudende ongelijkheid heeft de liefde verbonden met een flagrante vorm van materialisme. In zijn gesprekken met vrienden ontdekt Posthumus vlug dat praktisch elke zwarte Zuid-Afrikaanse studente droomt van een sugar daddy en deze droom ook vaak verwezenlijkt. Het belang van rijkdom op de datingmarkt is openlijk aanwezig. Dat eist een zware tol voor de kansen die mensen met een verschillende huidskleur hebben om relaties met elkaar aan te knopen.        

Er bestaat ongetwijfeld een verband tussen de apartheidsgeschiedenis en de huidige gewelddadige Zuid-Afrikaanse samenleving, zo verzekert Eusebius McKaiser, een van de belangrijkste opinieleiders in het land, aan Posthumus.

Gewelddadigheid is tot norm verheven. Niet alleen geweld van de staat tegen zwarte Zuid-Afrikanen of geweld van zwarte Zuid-Afrikanen tegen veiligheidsdiensten, maar ook geweld op straat, huiselijk geweld en geweld tegen kinderen. De verbinding van deze cultuur van geweld met de patriarchale cultuur, extreme sociaaleconomische ongelijkheid en de bittere noodzaak om te overleven heeft een vrij unieke molotovcocktail gecreëerd. Pumla Dineo Gqola heeft het over de hypermasculiniteit van Zuid-Afrika. Dagelijks brengen de kranten verslag uit over verkrachtingen, groepsverkrachtingen, kinderverkrachtingen, corrigerende verkrachtingen van lesbiennes. De lijst is eindeloos.

Waarom heeft hiv zich zo snel kunnen verspreiden in Zuid-Afrika?

Posthumus trekt naar HEARD, een belangrijke interface tussen onderzoek, beleid en belangenbehartiging aan de University of KwaZulu-Natal in Durban.

Onderzoeker Kaymarlin Govender windt er geen doekjes om. Er zijn veel factoren die een rol spelen bij de verklaring van de grote omvang van de hiv-epidemie in Zuid-Afrika, zegt hij, maar de sociaaleconomische ongelijkheid in het land is de belangrijkste factor.

De apartheidsregering en het voorafgaande koloniale regime droegen seksegelijkheid niet hoog in het vaandel. Door het stelsel van arbeidsmigratie werden zwarte mannen gescheiden van hun familie en kwamen zij ver van de thuislanden te werken. Veel mannen begonnen op de plek waar ze werkten een tweede familie. Omdat door de arbeidsmigratie veel vrouwen hun man slechts een paar weken per jaar zagen, werd het normaal om er gedurende de rest van het jaar een andere man bij te nemen. De ontwrichting van de gezinnen, met de mannen als onomstreden kostwinners van wie de vrouwen volledig afhankelijk waren, heeft de epidemie excessief doen toenemen bij de zwarte bevolking.     

Tijdens hun rit naar Durban krijgen Niels en vriendin Tokologo maar niet genoeg van I wonder van Sixto Rodriguez. De met een Oscar bekroonde documentaire Searching for Sugarman over deze zanger maakte hem in 2012 wereldberoemd. I wonder groeide vanwege zijn verwijzing naar seks uit tot een verzetsnummer voor witte jongeren maar vanwege zijn soulachtige groove sloeg het ook sterk aan onder de zwarte bevolking.

Zeker wat de liefde betreft valt het in Zuid-Afrika op dat er een groot verschil is tussen het wettelijk en werkelijk land. Vanuit zijn knusse flat in Maboneng vergeet Niels bijna dat de wijken rondom zijn cocon van ogenschijnlijke vrede en verdraagzaamheid tot de onveiligste van het land behoren. Maar er blijft een vraag door zijn hoofd spoken. Waarom zetten zoveel Zuid-Afrikanen zich af tegen bijna alle aspecten van de apartheid, maar niet tegen het seksueel conservatisme, de homofobie en het seksisme, die deel uitmaakten van de ideologie van het vroegere politieke systeem?

Deze vraag laat zich niet gemakkelijk beantwoorden. Er zijn teveel factoren die meespelen. Een aanzet tot antwoord krijgt Niels van Ntsupe Mohapi, activiste bij de homobeweging EPOC in township KwaThema. De homohaat in de townships heeft een culturele en religieuze achtergrond, zo verklaart Ntsupe. Mensen zeggen dat homoseksualiteit on-Afrikaans is, dat het de jeugd verziekt. Homofobie is het resultaat van het gebrekkige onderwijs in de townships en van religieuze of traditionele leiders die homoseksualiteit schandelijk vinden en homofobie prediken.

Wanneer je in Zuid-Afrika een interraciaal liefdeskoppel tegenkomt, dan is de kans klein dat beide partners uit Zuid-Afrika komen. Niels weet dat uit eigen ervaring. Hij kent een behoorlijk aantal interraciale koppels, maar meestal is een van de twee afkomstig uit het buitenland, meestal de witte man. Witte Zuid-Afrikaanse vrouwen interesseert het nauwelijks als zij zouden horen over interraciale relaties. Aan wie hij het ook vroeg, niemand kende in zijn omgeving een witte Zuid-Afrikaanse vrouw met een zwarte vriend, behalve enkele VIP-uitzonderingen die de regel bevestigen, zoals Mmusi Maimane, oppositieleider in het parlement, en Siya Kolisi, op handen gedragen rugbyinternational, die een witte Zuid-Afrikaanse vrouw hebben.

Welke partner je kiest blijkt elke keer weer een ondoorgrondelijke beslissing te zijn. Sommigen sturen het antwoord op deze vraag in de richting van smaak, waarover per definitie niet hoeft te worden gediscuteerd. Dat is een veilig antwoord. Anderen vinden dat partnerkeuze zich niet vooral door smaak laat bepalen, maar veel meer door racistische gewenning. Voor dit laatste valt veel te zeggen, zeker wanneer men bedenkt dat de geschiedenis van het racisme in Zuid-Afrika zich manifesteert als een aanhoudende apartheidsgeografie, die een domper zet op de interactiekansen van mensen met een verschillende huidskleur.

Noem het een staaltje van human interest journalistiek. Of noem het een explorerende, kwalitatieve studie over genderrelaties. Het maakt weinig verschil uit. Niels Posthumus heeft een buitengewoon leesbaar boek geschreven, op basis van gesprekken met insiders, opiniemakers en experts, over liefde en seksuele relaties in het Zuid-Afrika van na de apartheid. Als nieuwkomer in een kleurrijk land steekt hij zijn verwondering over hoe de apartheid nog doorwerkt binnen de liefde, niet onder stoelen of banken.

Maar zijn aandacht gaat niet alleen uit naar residuen van het vroegere politieke systeem die zijn terechtgekomen in de huidige cultuur rondom relatievorming. Posthumus heeft een erg open blik en voelt zich heel goed thuis in Zuid-Afrika. Hij gebruikt al zijn zintuigen om andere factoren op te sporen. Economische ongelijkheid blijkt de grootste boosdoener te zijn, in alle opzichten en dus ook wat de liefde betreft. Ook het materialisme dat is binnengeslopen in de liefde veroorzaakt alleen maar doffe ellende – nu weet ik wat gold diggers en kokosnoten zijn.

Posthumus voelt de polsslag van de tijd enorm goed aan. Bettina Wyngaard en Marita van der Vyver gaven al uitgebreide duiding over #MeToo en #TimesUp. 

http://www.litnet.co.za/metoo-n-oomblik-n-veldtog-n-blywende-verandering/

http://www.litnet.co.za/timesup/

http://www.litnet.co.za/seks-kuns-en-die-waarheid/

In Frankrijk kwam vlug een tegenbeweging op gang, nadat honderd bekende vrouwen uit de culturele, wetenschappelijke en mediawereld, waaronder Catherine Deneuve, in een open brief in de krant Le Monde ervoor waarschuwden dat het #MeToo-debat ontaard was in een nieuwe vorm van puritanisme. Een week later verontschuldigde de actrice zich al bij de vrouwen die slachtoffer waren van seksueel geweld en gechoqueerd waren door haar ondertekening van de open brief. Zelfs de 83-jarige Brigitte Bardot mengde zich in de discussie, want ook zij wilde de flirtende man redden.

Niels Posthumus heeft een eerlijke bijdrage geleverd tot het debat over het liefdesverdriet van veel Zuid-Afrikanen. Maar het debat woedt niet alleen in Zuid-Afrika. Het woedt in alle hevigheid overal. In zijn pamflet De eerste boze burger drukt Arnon Grunberg uit hoe essentieel het is om het debat over alle grenzen heen te voeren: “Over de liefde zijn er nu eenmaal verschillende verhalen en wij moeten ons erbij neerleggen dat onze verhouding tot het land dat wij bewonen op veel manieren lijkt op onze verhouding met de persoon die wij beminnen.”

Breekt er in 2018 dan toch een nieuwe dageraad aan?

Oké!: naar een tekening van Kees van Dongen (1877-1968), kleurendruk, 1902, Rijksmuseum Amsterdam, schenking van mevrouw HC Baruch-Ponstijn, Bergen (Noord-Holland), 1972 (Foto: Herman Meulemans)

  • Erg boeiende website van de auteur over zijn leven en reportages in Zuid-Afrika vind je op: https://nielsposthumus.com/
  • Arnon Grunberg, De eerste boze burger. Amsterdam, Nijgh & Van Ditmar, 2017, citaat blz. 42.
Buro: NM
  • 0
Top