Een onderzoek als een spannend jongensboek

  • 0

Maritiem archeoloog Bruno Werz – een Limburger die al bijna dertig jaar in Zuid-Afrika woont – is er bijna heilig van overtuigd. Onder het zandstrand bij het Dolphin Beach Hotel in Table View, ten noorden van Kaapstad, moet het wrak van VOC-schip de Haarlem liggen. Dat wrak markeert het begin van de koloniale relatie tussen Nederland en Zuid-Afrika.

De ‘Indiana Jones’ van de maritieme archeologie wordt u wel genoemd. Dat klinkt opwindend.

Ja, dat is het soms ook wel. Wat het spannend maakt, is de variatie: ván onderzoek in stoffige archieven tot onderwateronderzoek. Op beide plekken voel ik me thuis. En je kunt echt hartkloppingen krijgen als je na weken of maanden zoeken eindelijk de sleutel tot je onderzoek vindt.

Met mijn onderzoek naar het VOC-schip de Haarlem, dat in 1647 in de Tafelbaai schipbreuk leed, zat ik bijvoorbeeld op een gegeven moment op een dood spoor. Tót ik in het Nationaal Archief in Den Haag op een kaart stuitte waarop in kriebelschrift stond aangegeven: ‘Hier ongeveer ligt het wrak van de Haarlem’. ‘Mijn schatkaart’, noem ik die kaart. Er zijn nog meer documenten en kaarten die de positie van het wrak min of meer aangeven. De informatie is soms heel summier. Maar samen geven al die kleine beetjes een vrij nauwkeurig beeld van waar het wrak moet liggen.

Daar komt bij dat ik niet alleen historisch onderzoek heb gedaan. We zijn ook met geofysische methodes gaan zoeken en daarbij zijn over een afstand van ongeveer drie kilometer vele concentraties gevonden die nader onderzoek verdienen. Eén locatie springt er echt uit. Als de Haarlem daar níet ligt, moet het iets zijn wat er heel veel op lijkt.

U heeft dus een vermoeden waar het wrak van de Haarlem ligt. En nu?

Onlangs hebben we sondes via ijzeren pijpen met waterkracht het zand in gedreven. Daarbij zijn we op bepaalde punten op weerstand gestuit. Dat kan een aanwijzing zijn voor de aanwezigheid van een wrak. Ook is hierbij houtskool naar boven gekomen. Dat is een goed teken, want het schip is in 1648 in brand gestoken. Begin 2018 hopen we een proefopgraving uit te voeren, met als doel het wrak te identificeren. We moeten natuurlijk nog even afwachten, maar ik denk dat de kans groot is dat we het wrak zullen vinden. Als we er zo goed als zeker van zijn dat dit de Haarlem is, dekken we het wrak weer netjes toe en gaan we kijken of er een mogelijkheid is om het in zijn totaliteit op te graven.

Bij die tweede opgraving worden het wrak en alle voorwerpen die eventueel nog aan boord zijn, nauwkeurig opgemeten en beschreven. Als dat allemaal naar tevredenheid is verlopen, wordt alles opnieuw onder het zand bedekt. Er zijn in Zuid-Afrika geen mogelijkheden om een scheepswrak te conserveren. Als dat wél zo zou zijn, zou het ontzettend veel geld kosten. Volgens mij, en velen met mij, blijft zo’n wrak in situ het best bewaard. Maar ondertussen hebben wij wél alle gegevens.

Het opzetten van een opmetingsrooster of grid voor de plaatsbepaling van de testputten. / Foto: Maarten Peutz; copyright AIMURE/Bruno Werz

De locatie van iedere testput wordt tot op een paar centimeter nauwkeurig bepaald. / Foto: Maarten Peutz; copyright AIMURE/Bruno Werz

Voorbereidingen voor de sondering. / Foto: Maarten Peutz; copyright AIMURE/Bruno Werz

Sondering van de eerste proeflocatie. Foto: Bruno Werz; copyright AIMURE/Bruno Werz

Aan wie behoort zo’n wrak en alles wat zich misschien nog aan boord bevindt?

Aan de Nederlandse staat, de erfopvolger van de VOC. Helaas bestaat er tussen Nederland en Zuid-Afrika nog geen overeenkomst over de omgang met gedeeld maritiem erfgoed. Toen ik in 1988 in Zuid-Afrika aankwam, was de situatie dramatisch. Je had bergers die zich als heuse schatgravers gedroegen en voorwerpen van materiële waarde uit die schepen haalden. Maar het soort informatie waar wij als archeologen in geïnteresseerd zijn, ging verloren. Mijn onderzoek naar twee andere VOC-schepen, de Waddinxveen en de Oosterland, was het eerste dat wél volgens wetenschappelijke normen werd verricht. Gelukkig is in 2001 de UNESCO Convention on the Protection of Underwater Cultural Heritage tot stand gekomen. Veel VN-lidstaten hebben dat verdrag al ondertekend. Zuid-Afrika staat op het punt dit te doen; daar heb ik flink voor gelobbyd. Nederland heeft het verdrag nog niet geratificeerd. Een van de ideeën achter het project met de Haarlem is om de samenwerking tussen Nederland en Zuid-Afrika op het gebied van erfgoed onder water te verbeteren.

Wat zou het belang van de vondst van de Haarlem zijn?

Een materieel belang is er niet, want er is bijna niets meer aan boord. Toen het schip in 1647 schipbreuk leed, was het onderweg terug van Azië naar Nederland. Het had dus Aziatische handelswaar aan boord, voornamelijk specerijen. Ook wat porselein, maar de documenten geven aan dat het merendeel van het porselein gebroken was. Het grootste deel van de lading werd meegegeven met andere schepen. Zelfs dat gebroken porselein moest mee terug, om de VOC te bewijzen dat het echt stuk was. Het enige wat er in het ruim is achtergebleven, zijn wat ankerkabels, negentien ijzeren kanonnen en vier zware ankers. Die ankers en kanonnen kwamen van schepen die in de Oost ‘opgelegd’ – uit de vaart genomen – waren en vervolgens ontmanteld. Onderdelen van die schepen konden voor andere doelen gebruikt worden. Maar ankers en kanonnen waren kostbare uitrustingsstukken. Ze werden gebruikt als ballast op schepen die deel uitmaakten van de retourvloot. Na aankomst in de Republiek werden ze aan boord van nieuw gebouwde schepen gebracht. Er staat heel specifiek in de documenten dat er in het ruim van de Haarlem vier zware ankers en negentien kanonnen waren achtergebleven. Het wrak lag al te diep om ze van boord te halen. Die ankers en kanonnen zijn ons bewijs. Als we een wrak vinden met dié materialen in dié hoeveelheden, weten we zeker dat we met de Haarlem te maken hebben.

De vondst heeft dus geen materieel belang. Wel een maatschappelijk belang?

Het schip heeft grote invloed gehad op de geschiedenis van Zuid-Afrika. Doordat een deel van de bemanning na de schipbreuk meer dan een jaar op het strand achterbleef, zijn er vriendschappelijke contacten met de lokale bevolking aangeknoopt. Je had in de vijftig jaar daarvoor wel meer Nederlanders, Portugezen, Engelsen, Fransen en Denen die in de Tafelbaai voor anker waren gegaan om drinkwater en proviand in te slaan. Maar tot dusver was het contact met de lokale bevolking steeds in conflict ontaard. In het geval van de Haarlem ontstonden er voor het eerst vriendschappelijke contacten. Er werd over en weer bezoek afgelegd, ze leerden elkaars namen, ze leerden iets van elkaars taal… En zieke bemanningsleden met wie de scheepsarts zich geen raad wist, werden door de inheemse mensen beter gemaakt. Na terugkeer in de Republiek stelden de bemanningsleden van de Haarlem een positief rapport op over hun ervaringen. Vruchtbaar land. Meer dan genoeg drinkwater. De mogelijkheid van ruilhandel met een bevolking die de zeelieden welgezind was. Op basis van dat rapport heeft de VOC besloten een verversingspost aan de Kaap te stichten. Daaruit is Kaapstad ontstaan en daaruit is ook een grote bevolkingsgroep in Zuid-Afrika voortgekomen, de zogenaamde kleurlingen of bruinmense.

De Haarlem symboliseert dus het begin van de koloniale relatie tussen de Kaap en Nederland. Maar die relatie staat vandaag de dag ter discussie.

De manier waarop er naar het verleden wordt gekeken, is de laatste jaren inderdaad veranderd. Ik moet zeggen dat ik me daar niet erg mee bezighoud. Ik ben volledig op mijn onderzoek gefocust. Dat onderzoek doe ik in de eerste plaats omdat ik het zelf interessant vind. Maar daarnaast denk ik dat het voor de discussies die er gevoerd worden, belangrijk is om de historische feiten te kennen. In die zin denk ik dat mijn onderzoek ook een maatschappelijke bijdrage kan leveren.

Wat maakt Kaap de Goede Hoop voor een maritiem archeoloog zo’n interessant gebied?

Het is een van de hotspots in de wereld. Er liggen ontzettend veel wrakken. Uit historische documentatie blijkt dat er in de Tafelbaai alleen al zo’n 350 moeten liggen. Voor de kust van het Kaapse Schiereiland liggen er meer dan 700, en langs de hele Zuid-Afrikaanse kust zeker 3000. Maar niet alleen de scheepswrakken zijn interessant. Terwijl ik begin jaren negentig bezig was met het onderzoek naar de Oosterland en de Waddinxveen, had ik het geluk de oudste door mensachtigen gemaakte voorwerpen te ontdekken die ooit onder water zijn gevonden: een paar stenen handbijlen, 1,6 miljoen tot 300 duizend jaar oud. De helling van de zeebodem is in dat deel van de Tafelbaai erg vlak. Daardoor worden golven die de baai binnenkomen, al meteen afgeremd en heb je er weinig verstoring. Daarnaast hebben lang geleden rivieren die in de baai uitmondden zand uit het binnenland afgezet dat als het ware een beschermlaagje vormde. Ik kwam die stenen werktuigen tegen terwijl ik bezig was om die omgevingsfactoren – dus ook de sedimentologie, de opbouw van aardlagen bij de wrakplaatsen – te documenteren. Mijn vondst bewees voor het eerst dat dit soort prehistorisch materiaal ook onder water gevonden kan worden.

Leert maritieme archeologie ons ook iets over klimaatverandering?

Voor de verklaring waarom die vuistbijlen juist dáár lagen, moet je onder meer kijken naar het stijgen en dalen van de zeespiegel. Als de temperatuur omhoog gaat, smelt het ijs aan de polen en stijgt de zeespiegel; zakt de temperatuur, dan treedt er bevriezing op en daalt de zeespiegel weer. De hoogte van de zeespiegel is dus direct afhankelijk van het klimaat. De algemene conclusie, heel grof genomen, is dat er iedere honderdduizend jaar een grote temperatuurschommeling plaatsvindt. Die global warming waar iedereen het over heeft, is een natuurlijk proces dat ongeveer eens in de honderdduizend jaar plaatsvindt. Wij dragen daar als mensen wel aan bij, maar onze invloed is relatief klein. Uit geologisch onderzoek weten we dat het verschil tussen de hoogste en de laagste zeespiegelstand zo’n 140 meter is. Dat verklaart dat hele kustgebieden die nu onder water liggen, vroeger droog waren. Daar zijn jagers-verzamelaars overheen getrokken, die er hun kampementen hebben opgeslagen en er spullen verloren zijn… Zoals die stenen vuistbijlen die ik onder de zeebodem gevonden heb.

Wat zijn de belangrijkste uitdagingen van het vak?

Toen ik in Zuid-Afrika aankwam, werd het kustgebied rond Kaapstad door de bergers zelf de ‘piranha pool’ genoemd. Je had er verschillende rivaliserende groepen. Dat ontaardde soms in knok- en zelfs schietpartijen. Over het algemeen waren het blanken die flink geld verdienden met de verkoop van oud scheepsmetaal. En die op zoek waren naar schatten. Want elk schip heeft een goudschat aan boord, dat weet iedereen. Die gasten hadden geen enkel historisch besef. Daardoor is er veel vernield. De overheid vroeg mij naar de wetgeving te kijken. De noodmaatregelen die op mijn voorstel werden ingevoerd, zijn me door die schatzoekers niet in dank afgenomen. Uiteindelijk is er in de jaren negentig een nieuwe erfgoedwet ontwikkeld, die niet alleen betrekking heeft op scheepswrakken, maar bijvoorbeeld ook op fossielen en meteorieten. Ik heb het gedeelte over het onderwater- en maritiem erfgoed geschreven. De handhaving was in het begin lastig. De meeste mensen bij de douane en de politie wisten niets van deze materie af. Maar door voorlichting is er inmiddels een beter begrip ontstaan. Ik werk ook wel eens samen met de politieduikers in Kaapstad. Vaak blijkt zo’n schatzoeker namelijk ook bezig met drugshandel en kreeft- en perlemoen-stroperij. Twee jaar geleden is er voor het eerst iemand veroordeeld omdat hij spullen van een wrak had verwijderd. Met die zaak is er een voorbeeld gesteld. Er zit dus wel degelijk vooruitgang in.

Na zijn studie geschiedenis in Nijmegen en militaire diensttijd bij de duikeenheid van de Nederlandse Koninklijke Landmacht promoveerde Bruno Werz aan de Rijksuniversiteit Groningen in de maritieme archeologie. In 1988 werd hij senior docent aan de Universiteit van Kaapstad. Hij is de grondlegger van de maritieme archeologie als academische discipline in zuidelijk Afrika. Momenteel is hij directeur van het African Institute for Marine and Underwater Research, Exploration and Education (AIMURE). Over zijn zoektocht naar het VOC-schip de Haarlem schreef hij het boek The Haarlem Shipwreck (1647): the Origins of Cape Town. (Pretoria: UNISA, 2017. ISBN: 978-1-86888-839-9). Om de Haarlem te kunnen opgraven is een crowdfundingsactie gestart; kijk voor meer informatie op www.gofundme.com/haarlem1647.

 

Een ingekorte versie van dit interview verscheen in Zuid-Afrika Spectrum, jrg. 95 (2018), nr. 1 (januari).

Buro: IG
  • 0
Top