Eten na Zuid-Afrikahuis bezoek: Rechtsaf is de boodschap

  • 0

Zuid-Afrikahuis (Foto: Hendrik-Jan de Wit)

Studeren of lezen kan hongerig maken en wanneer de zware deur van het Zuid-Afrikahuis aan de Keizersgracht in Amsterdam achter je dicht is gevallen is de vraag: waar kan ik nu een lekker hapje scoren?

Maak niet de bekende fout door achter de toeristenstroom aan te gaan hobbelen. Dat doe je wanneer je linksaf slaat, Rozengracht of Raadhuisstraat opzoekt en willekeurig een pizzeria of andere tent binnengaat. Toegegeven, de prijzen voor een pizza van de Turkse uitbater (Italianen in een pizzeria is vragen om een Fransman in Amerika die french fries maakt) kunnen meevallen. Maar je kunt net zo goed in de supermarkt Albert Heijn aan de Westermarkt een diepvriespizza halen en in de magnetron gooien. Er zijn twee uitzonderingen: Da Portare Via aan de Leliegracht en Spanjer en Van Twist aan de andere kant van de Keizersgracht. Da Portare is een afhaaltent waar ter plekke het pizzadeeg in de houtskooloven wordt geschoven. Het verschil met het karton van Venedik (sic!)* of de spons van het ontdooide diepvrieswerk is goed merkbaar. Prima werk dus, en ze zijn er in twee maten: zuinig klein en royaal groot (voor de Zuid-Afrikanen onder u). Koop er geen wijn of bier, allemaal prima Italiaanse kwaliteit, maar duur als je even een avondje goedkoop wilt doen.

Bij Spanjer en Van Twist is het goed borrelen. Probeer niet alleen de bitterballen, maar ook de nacho’s met gesmolten kaas of de Chileense empanada’s.

Maar we gingen niet linksaf, maar rechtsaf, de hoek om, het Herenstraatje in. Restaurants te kust en te keur, maar ook wat prijziger. Favoriet is Prego, waar de uiterst vriendelijke Jeroen en zijn broer al vele malen bezoek uit het Zuid-Afrikahuis hebben mogen ontvangen. Oesters met een pittig uiensausje als voorafje of heerlijke garnalenkroketten. Uw avond zal goed zijn. Ook het lichte, maar goed gegaarde wild is altijd prima. De prijs is natuurlijk niet de categorie van een pizza, maar af en toe moet je je eens verwennen; reken per persoon op ongeveer veertig euro inclusief wijn, toetje en voorafje. Heeft u iets goed te maken met uw vrouw, loop dan een paar passen verder naar Chez George. Een Belgische keuken van topniveau. In een boudoirsfeertje at ik er een keer Gentse waterzooi die niet te versmaden was. De prijs was er ook naar. Aan de overkant is een Vietnamees en loopt u vervolgens met een grote boog om Seasons heen. Fusion waar de geur van Airwick (of zijn het de lelies of een andere luchtverfrisser die je smaak verpesten?) vanaf dampt.

Loopt u niet rechts het Herenstraatje in, gaat u dan links de brug over. Tot het verdriet van menig Zuid-Afrikahuisbezoeker is het bakkertje op de hoek (“Lekker brood en zo”) failliet, maar op de hoek aan de Prinsengracht vindt u De Vergulde Gaper. Prima tent voor een lunch tegen een redelijke prijs, zoals ook hier weer de garnalenkroketten met heerlijk bruin brood. Ook al zijn de garnalenkroketten van Prego nog iets lekkerder, ze kunnen er bij De Vergulde Gaper ook mee door en in de zomer is het goed toeven op het terras aan de gracht.

En dan: de Jordaan in! Wat valt hier over te zeggen? Een eettent in de Jordaan vinden is als het zoeken naar jazz an’ rhythm an’ blues in New Orleans. Café’s, restaurants, eettenten te kust en te keur. Probeer bijvoorbeeld één van de vele tapastenten. Bij Paso Doble in de Westerstraat word je vriendelijk geholpen en is het altijd druk. Reserveren is de boodschap en het eten is er goed; al viel het ons de laatste keer een beetje tegen omdat de receptuur van de albóndigas (spaanse gehaktballetjes) was veranderd; ze waren wat flauw van smaak. Precies omgekeerd gaat het eraan toe in Duende aan de Lindengracht. Heerlijk eten maar beroerde bediening. Bij tapas is het gebruikelijk dat je af en toe nog eens wat bijbestelt, maar de chagrijnige ober van onbestemde afkomst beet me een keer naar Nederlands gebruik het “don’t you see I’m busy?!” toe. De almejas (spaanse kokkelschelpen) vergoedden veel en mijn Zuid-Afrikaanse tafelgenotes waren het met me eens. Het smaakte prima.  

*Voor taalkundigen is zo’n naam als “Venedik” natuurlijk smullen. Venedik, daarmee wordt natuurlijk “Venedig”(Venetië in het Duits) bedoeld, dus met een g. Maar de uitbater heeft alleen (in het Duits)”Venedik” gehoord, en dacht zijn pizzeria een echte Italiaanse ”touch”mee te geven. Was hij Italiaan geweest, dan had hij zijn restaurant ongetwijfeld “Venezia”genoemd. (GvdB)

Buro: IG
  • 0
Top