Het gaat niet goed met het onderwijs in Nederland

  • 0

Het niveau van het lager en middelbaar onderwijs in Nederland glijdt af. Dat is de belangrijkste conclusie uit het rapport De Staat van het Onderwijs, dat de Inspectie van het Onderwijs woensdag 11 april presenteerde. De Inspectie constateert ook dat de segregatie in het Nederlandse onderwijs toeneemt.

Ieder jaar doet de Onderwijsinspectie onderzoek naar de toestand van het onderwijs in Nederland.[i] Uit het onderzoeksverslag dat woensdag werd gepresenteerd, blijkt dat de prestaties in het basis- en middelbaar onderwijs het afgelopen jaar opnieuw verder achteruit zijn gaan. Daarnaast zorgt de groeiende segregatie in de Nederlandse samenleving ervoor dat ook de verschillen tussen scholen en de kansenongelijkheid tussen leerlingen toenemen.

  • Klik hier om het volledige rapport De Staat van het Onderwijs 2018 | Onderwijsverslag over 2016/2017 te downloaden.

Het onderwijssysteem in Nederland / JrPol [GFDL of CC BY-SA 3.0], via Wikimedia Commons

 


Enkele afkortingen

vmbo-tl/gt: voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs-technische leerweg/gemengd theoretisch (4 jaar, aansluiting op havo of mbo)

havo: hoger algemeen voorbereidend onderwijs (5 jaar, aansluiting op vwo of hbo)

vwo: voorbereidend wetenschappelijk onderwijs (6 jaar, aansluiting op hbo of universiteit)

mbo: middelbaar beroepsonderwijs

hbo: hoger beroepsonderwijs

  • In dit filmpje wordt het onderwijssysteem in Nederland uitgelegd.

 

 Resultaten gaan achteruit

Nederland is een van de weinige landen ter wereld waar de prestaties van leerlingen in het basis- en voortgezet onderwijs de afgelopen jaar elk jaar verder zijn gedaald, zo blijkt uit internationaal vergelijkend onderzoek. Hierdoor is Nederland zijn internationale toppositie kwijtgeraakt.

Ook uit landelijke studies blijkt dat de prestaties van basisschoolleerlingen in taal, rekenen, cultuureducatie, natuur & techniek  en bewegingsonderwijs achteruitgaan. Niet alleen krijgt toptalent onvoldoende kans om zich te ontwikkelen. Er komen de laatste twee jaar zelfs steeds meer leerlingen van de basisschool bij wie de leesvaardigheid onvoldoende is.

Nederlandse leerlingen zijn over het algemeen minder gemotiveerd om te leren dan leerlingen in andere landen. De motivatie onder 14-jarigen is bijna nergens zo laag als in Nederland! “Dit gebrek aan leerplezier van leerlingen betekent overigens niet dat leerlingen niet graag naar school gaan en niet gelukkig zijn”, schrijft de Inspectie. “Sterker, de leerlingen zijn in weinig landen zo gelukkig en gaan over het algemeen ook met plezier naar school.”

  • Klik hier voor de onderzoeksresultaten over het onderwijsniveau van leerlingen en studenten.

Ongelijke kansen door sociaaleconomische verschillen

Uit eerdere onderzoeken van de onderwijsinspectie bleek al dat de kansen voor leerlingen en studenten sterk afhankelijk zijn van het opleidingsniveau van hun ouders. Zolang hun kind nog in het basisonderwijs zit, sturen hoogopgeleide ouders hun kind graag naar een school waar meer kinderen van hoogopgeleide ouders op zitten. Dit wordt voor een deel bepaald door waar mensen wonen. Maar hoogopgeleide ouders fietsen ook graag een stukje verder om hun kind naar de school van hun keuze te brengen.

Verder kiezen hoogopgeleide ouders vaker voor een school met een bijzonder onderwijsconcept, zoals tweetalig onderwijs, technasia en “vrije scholen” (Rudolf Steinerscholen) of montessorionderwijs. Zogenaamde “klein-religieuze” scholen – bijvoorbeeld Islamitische, Hindoestaanse of Joodse scholen – trekken vooral leerlingen met een migratieachtergrond en dragen zo bij tot de etnische segregatie.

Vooral in het basisonderwijs, waar de invloed van de ouders de bepalende factor is, is de sociaaleconomische segregatie dan ook hoog. Als je kijkt naar opleidings- en inkomensniveau en etnische afkomst van de ouders, is de samenstelling van de leerlingenpopulatie meer homogeen dan die van de wijk waar de school staat.

Dit jaar heeft de onderwijsinspectie de effecten van de toenemende segregatie in de Nederlandse samenleving voor het onderwijs nader onderzocht. In 2016 werd nog vastgesteld dat leerlingen met lager opgeleide ouders aan het einde van de basisschool lagere adviezen voor de overstap naar het middelbaar onderwijs kregen dan kinderen van hoogopgeleide ouders. Ook werden hun adviezen minder vaak bijgesteld. In 2017 lijken de kansen voor kinderen van laagopgeleide ouders iets verbeterd. Ze krijgen vaker een dubbel schooladvies (“havo óf vwo”) en het advies wordt ook vaker bijgesteld. Bleek in 2016 nog dat kinderen met lager opgeleide ouders vaker afzakten naar een lager opleidingsniveau dan klasgenoten met hoogopgeleide ouders, in 2017 klimmen ze vaker op binnen het voortgezet onderwijs (“diploma’s stapelen”: met het vmbo-tl/gt-diploma op zak naar de havo en daarna het vwo, zodat de leerling aan het einde van dit traject alsnog naar de universiteit kan).

Niettemin is er volgens de Inspectie nog steeds sprake van kansenongelijkheid. Zo hebben middelbare scholieren in het beroepsonderwijs vooral laagopgeleide ouders en hebben vwo’ers vooral hoogopgeleide ouders. Dit komt onder meer doordat hoogopgeleide ouders vaker druk op de basisschoolleraar zetten bij het schooladvies (“Mijn kind moet naar het vwo!”). Kinderen van hoogopgeleide ouders krijgen ook meer steun van thuis. Daarbij hoort ook het “inkopen” van extra ondersteuning in de vorm van huiswerkbegeleiding en examentraining. De laatste tien jaar tijd is zowel het aantal bedrijfjes dat deze diensten aanbiedt als het bedrag dat ouders hier jaarlijks aan uitgeven, enorm gestegen. Dat is natuurlijk fijn voor de leerlingen die ervan kunnen profiteren. Maar deze ontwikkeling leidt ook tot grotere kansenongelijkheid, want leerlingen met ouders die deze extra hulp níet kunnen betalen, hebben het nakijken.

De Inspectie maakt zich dan ook zorgen over de toenemende segregatie in het onderwijs, “omdat eilandvorming op afzienbare tijd gevolgen kan hebben voor onderwijskansen van groepen leerlingen en voor de kwaliteit van het onderwijs. Bijvoorbeeld doordat het lerarentekort zich extra laat voelen bij scholen met minder bevoorrechte leerlingen”.

  • Klik hier voor de onderzoeksresultaten over onderwijskansen en segregatie.

Beroepsperspectief

Ondanks deze negatieve tendensen kan de Inspectie ook constateren dat Nederlandse leerlingen gemiddeld nog steeds goed opgeleid zijn en ook snel een baan vinden. De jeugdwerkloosheid ligt in Nederland in vergelijking met andere Europese landen laag. Dit is vooral te danken aan het beroepsonderwijs. Jongeren die met een diploma van school komen, kunnen snel aan het werk in sectoren met personeelstekorten zoals techniek, onderwijs en zorg. In de sectoren economie en cultuur zijn de kansen op een baan minder goed.

Ter vergelijking: “Saw a class of 71 Grade 3's today, some huddling on the floor on their knees in front of the overused blackboard. It just isn't right; it just isn't fair.” (de Zuid-Afrikaanse onderwijskundige Jonathan Jansen op 11 april 2018 op Facebook)

 

[i] Dit artikel is gebaseerd op het rapport Hoofdlijnen De Staat van het Onderwijs 2016/2017. Den Haag: Inspectie van het Onderwijs, 2018. Klik hier voor meer informatie.

Buro: IG
  • 0
Top