Nederlandse regering grijpt in op Sint-Eustatius

  • 0

De Nederlandse Staten-Generaal hebben ingestemd met een wetsvoorstel van staatssecretaris Raymond Knops van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties om bestuurlijk te kunnen ingrijpen op het Caribische eiland Sint-Eustatius. Knops wil het bestuur van Sint-Eustatius de laan uit sturen en een regeringscommissaris aanstellen die het bewind op het eiland voorlopig overneemt. De ingreep volgt op het rapport van een zogenaamde “commissie van wijzen”, die op Sint-Eustatius “grove taakverwaarlozing” heeft geconstateerd. Het is echter de vraag of het huidige bestuur zomaar zal vertrekken.

Tót 10 oktober 2010 maakte Sint-Eustatius deel uit van de Nederlandse Antillen. Sindsdien zijn de Antillen als bestuurlijke eenheid opgeheven. Het Koninkrijk der Nederlanden bestaat nu uit vier landen: Nederland, Aruba, Curaçao en Sint-Maarten. Daarnaast telt het Caribisch gebied drie eilanden die de status van een “bijzondere” Nederlandse gemeente hebben: Bonaire, Sint-Eustatius en Saba. Zij vormen samen Caribisch Nederland of ook wel de “BES-eilanden”.

Sint-Eustatius telt zo’n 3000 inwoners. Bij de laatste volkstelling in 2001 had 78 procent van de bevolking de Nederlandse nationaliteit. Als huistaal noemde 83 procent van de eilandbewoners Engels, 6 procent Spaans en 4 procent Nederlands.

Sint-Eustatius / Foto: Walter Hellebrand, via Wikimedia Commons

Toen er in 2005 op Sint-Eustatius een referendum werd gehouden, koos de bevolking voor het behoud van de Nederlandse Antillen als staatkundige eenheid. Maar omdat de andere eilanden de Nederlandse Antillen wilden verlaten, zat er voor het eilandbestuur weinig anders op dan te kiezen voor rechtstreekse banden met Nederland. Sindsdien lijken de meeste bestuurders zich echter weinig te hebben aangetrokken van het feit dat Sint-Eustatius nu een Nederlandse gemeente is.

Het gaat niet goed met het eiland. Het kampt met armoede, werkloosheid en onvoldoende economische ontwikkeling, met alle maatschappelijke gevolgen van dien. Huizen, overheidsgebouwen en wegen liggen er verwaarloosd bij.

In juni 2017 heeft toenmalig minister Ronald Plasterk een “commissie van wijzen” aangesteld om de problemen in kaart te brengen. In zijn rapport Nabijheid of distantie, een wereld van verschil constateert de commissie dat de bestuurlijke situatie op het eiland gekenmerkt wordt door “wetteloosheid en financieel wanbeheer, maar ook door discriminatie, intimidatie, bedreigingen en beledigingen, willekeur en het nastreven van persoonlijke macht ten koste van de inwoners van Sint-Eustatius”.

Eerdere pogingen van de Nederlandse regering om in te grijpen liepen op niets uit omdat het eilandbestuur niets met Nederland en de Nederlandse wet- en regelgeving te maken wilde hebben. Ze beriepen zich op het recht op zelfbeschikking en bestuurlijke autonomie. Volgens de Nederlandse regering is onduidelijk hoeveel Statianen zich écht van het Koninkrijk willen afscheiden. In ieder geval was er een onhoudbare situatie ontstaan, met een gemeentebestuur dat zich niet aan de wet hield en dat weigerde om zelfs maar met vertegenwoordigers van de Nederlandse regering te praten.

Volgens de “commissie van wijzen” heeft Nederland zelf ook schuld aan de ontstane situatie. De regering in Den Haag is te lang aan de kant blijven staan. Door het moeizame contact tussen regering en eilandbestuur zijn allerlei bouwprojecten om het eiland te verbeteren de laatste jaren in het slop geraakt. De regering heeft zich voorgenomen deze projecten na de machtswisseling versneld uit te voeren.

De “commissie van wijzen” verwijt de Nederlandse regering ook een gebrek aan interesse voor Sint-Eustatius. Niet voor niets luidt de ondertitel van het rapport Sint-Eustatius, altijd al een stiefkind geweest. Volgens de commissie ontbreekt het de regering aan een duidelijke visie op wat het met de SEB-eilanden wil en is er niet goed ingespeeld op de vraag om meer autonomie. De relatie met deze verre gemeenten zal in de toekomst opnieuw bekeken moeten worden. 

De Staten-Generaal (Tweede én Eerste Kamer) hebben zich met twee snelle stemrondes achter het wetsvoorstel geschaard. Tijdens een spoeddebat in de Tweede Kamer werd het besluit om het eilandbestuur af te zetten “helaas onvermijdelijk” en “noodzakelijk” genoemd.

Op woensdag 7 februari zal staatssecretaris Knops de naam van de nieuwe regeringscommissaris bekendmaken. Deze moet alle taken en bevoegdheden van het eilandbestuur overnemen. De maatregel blijft in principe van kracht tot er een nieuw eilandbestuur geïnstalleerd kan worden dat wél bereid en in staat is om zich aan de Nederlandse wet te houden. Dit betekent dat Nederland de komende jaren moet investeren in het opleiden van ambtenaren. De verwachting is dat de regeringscommissaris zeker twee jaar nodig zal hebben om orde op zaken te stellen.

Staatssecretaris Knops komt woensdag 7 februari op Sint-Eustatius aan om het besluit van de Nederlandse regering zelf aan de eilandbewoners uit te leggen. Het rapport van de “commissie van wijzen” wekt de indruk dat veel Statianen opgelucht zullen zijn als het zittende bestuur aan de kant wordt gezet en de situatie op het eiland krachtdadig wordt aangepakt. De huidige bestuurders hebben echter aangekondigd dat ze niet zomaar zullen vertrekken. Volgens hen handelt Nederland vanuit “een imperialistische en koloniale houding”. Ze willen internationale aandacht voor het Nederlandse optreden, desnoods via de Verenigde Naties.

De komende dagen moet duidelijk worden welke middelen staatssecretaris Knops achter de hand heeft om het vertrek van het zittende bestuur af te dwingen. En daarna zal Nederland moeten bewijzen dat het met deze zware ingreep ook echt een verschil in de levens van de Statianen kan maken.

  • Lees hier het rapport van de “commissie van wijzen”, Nabijheid of distantie, een wereld van verschil.
Buro: IG
  • 0
Top