Scheepsramp ss Mendi in Nederland herdacht

  • 0

ss Mendi, via Wikimedia Commons

Woensdag 21 februari vond op de Algemene Begraafplaats in Noordwijk de herdenking van de schipbreuk van de ss Mendi plaats. In zijn roman Dancing the Death Drill onthult Fred Khumalo wat er zich die fatale ochtend in 1917 op zee heeft afgespeeld.

De ss Mendi was een Brits troepenschip dat op 21 februari 1917 met achthonderd rekruten van het vijfde bataljon van het South African Native Labour Corps aan boord onderweg was van Plymouth in Zuid-Engeland naar het vasteland van Europa. De zwarte rekruten mochten geen wapens dragen. Ze hadden als opdracht de geallieerde strijdkrachten op het slagveld van de Eerste Wereldoorlog met hand- en spandiensten bij te staan. Voor de meesten zou het echter nooit zo ver komen. De ss Mendi kwam in de dichte mist in het Kanaal in botsing met een groot vrachtschip, de ss Dorra. Binnen een half uur zonk de ss Mendi naar de bodem van de zee. 646 opvarenden zouden de ramp niet overleven. Vijf slachtoffers spoelden aan op de Nederlandse kust en liggen in Noordwijk begraven.

Graf van soldaat Abraham Leboche uit Lesotho

Uit het onderzoek naar wat er precies gebeurd was, bleek dat de kapitein van de Dorra een reeks fouten had gemaakt. Niet alleen had hij sneller gevaren dan met dit weer verantwoord was en had hij verzuimd zijn misthoorn te gebruiken. Nadat de Mendi ten onder was gegaan, had hij niets gedaan om de drenkelingen te redden. De straf die hem werd opgelegd, was dan ook een klap in het gezicht van alle nabestaanden: hij was een jaar lang zijn vaarbewijs kwijt.

Waarom de kapitein van de Darro geen vinger uitstak om de schipbreukelingen te helpen, is niet duidelijk. Het was oorlog, dus misschien was hij bang voor Duitse onderzeeboten. Hij kan ook gewoon in paniek zijn geraakt. Maar er zijn ook historici die beweren dat hij niets deed omdat hij wist dat er zich aan boord van de ss Mendi hoofdzakelijk zwarte soldaten bevonden.

Het is typerend voor de Zuid-Afrikaanse visie op de eigen geschiedenis dat het verhaal van de ss Mendi gedurende een groot deel van de twintigste eeuw nauwelijks bekend was. Dat is inmiddels veranderd. De hoogste Zuid-Afrikaanse onderscheiding voor betoonde moed is vandaag de dag zelfs de Orde van de Mendi. Volgens verhalen van overlevenden gingen veel mannen aan boord van het zinkende schip hun dood met grote waardigheid tegemoet. De woorden waarmee predikant Isaac Wauchope Dyobha zijn volgelingen tot kalmte maande, zijn onsterfelijk geworden: “Be quiet and calm, my countrymen. What is happening now is what you came to do... You are going to die, but that is what you came to do. Brothers, we are drilling the death drill. I, a Xhosa, say you are my brothers... Swazis, Pondos, Basotho... So let us die like brothers. We are the sons of Africa. Raise your war-cries, brothers, for though they made us leave our assegais in the kraal, our voices are left with our bodies.”

De titel van de roman Dancing The Death Drill van journalist Fred Khumalo uit 2017 is aan de woorden van Dyobha ontleend. De roman begint in 1958, als een ober in een restaurant in Parijs onverwachts een van de gasten met een vleesmes te lijf gaat. Om te begrijpen wat hem tot zijn daad heeft gebracht, neemt Khumalo ons mee terug naar de schipbreuk van de ss Mendi in 1917 en zelfs nog verder terug, naar de Boerenoorlog. Want de onberispelijke garçon Jean-Jacques Henri blijkt niet de Fransman van Algerijnse oorsprong waar hij zich tientallen jaren voor uitgaf. In werkelijkheid is hij een Zuid-Afrikaan, tegen het einde van de Boerenoorlog geboren als Roelof de la Rey, kind van een blanke vader en een zwarte moeder.

Vanwege die gemengde afkomst heeft Roelof het in zijn jeugd niet makkelijk. Zijn vader heeft het gezin in de steek gelaten, zijn moeder is jong gestorven. Met zijn lichte huidskleur kan Roelof voor een kleurling doorgaan en hij krijgt een goede opleiding. Hij raakt echter in verwarring als hij wordt verleid door een blanke lerares, Christine, en hij later ontdekt dat ze getrouwd is. Gedesillusioneerd maar strijdbaar kiest hij ervoor niet langer voor kleurling door te willen gaan en zich volledig te identificeren met zijn familie van moederskant. Roelof de la Rey wordt “Pitso, the son of Motaung. The roaring cub of the Bataung people”. Hij meldt zich aan voor de oorlog in Europa omdat hij de schande van zijn vader, die tijdens de Boerenoorlog was gedeserteerd, wil uitwissen.

Khumalo geeft een genuanceerd beeld van de sociale verhoudingen aan boord van de ss Mendi en ook later, wanneer de rekruten die de schipbreuk overleefd hebben, in Frankrijk te werk gesteld worden. Sommige blanke Zuid-Afrikaanse officieren denken dat ze in Europa gewoon kunnen doorgaan om de zwarten te onderdrukken. Maar in Frankrijk vinden ze hiervoor weinig begrip. Pitso Motaung krijgt een relatie met de rijke Marie-Thérèse. Zij helpt hem een nieuw leven te beginnen. Tot aan die fatale avond in 1958, wanneer de gebeurtenissen aan boord van de ss Mendi, ruim veertig jaar geleden, hem alsnog inhalen. En dan voert hij zijn eigen macabere dans uit. Want nooit zijn we meer waarachtig dan in het aangezicht van de dood.

Luitenant-kolonel Andrew Mafofololo vraagt om 2 minuten stilte voor de slachtoffers van de ss Mendi

Algemene Begraafplaats, Noordwijk

Ambassadeur Vusi Koloane en luitenant kolonel Andrew Mafofololo leggen een krans namens de Zuid-Afrikaanse regering

Ook de ambassadrice van de Palestijnen (rechts) legt een krans

Reverend Andrew Gready leidt de verrichtingen

Schotse doedelzakspelers

De processie

Militaire blaaskapel, Andrew Bergman, Rev. Gready en de Schotse doedelzakspelers

  • Foto's: Elize Zorgman
Buro: IG
  • 0
Top