US Woordfees 2018: Vlaamse dichter Charlotte Van den Broeck

  • 0

Menán van Heerden en Naomi Meyer het met Vlaamse digter Charlotte Van den Broeck gesels oor haar Maart 2018 besoek.

Charlotte Van den Broeck (Foto: Stefan Vanfleteren)

Suid-Afrikaners kan jou vanjaar by die US Woordfees sien. Het jy Suid-Afrika al vantevore besoek? Vertel asseblief vir ons van jou vorige besoeke, indien enige, of enkele hoogtepunte.

Dit is mijn eerste bezoek aan Zuid-Afrika, en tevens ook de eerste keer dat ik buiten Europa reis. Ik blijf drie weken in Zuid-Afrika en ga naast het Woordfees rondtrekken met twee vriendinnen om het land te leren kennen.

In jou eie land is jy min of meer ’n popster, maar vertel asseblief vir Suid-Afrikaners wat dalk oningelig mag wees van jou oeuvre: wat jy skryf, wat jou interesseer en waarom. Wil jy dalk van een van jou onlangse publikasies vertel? 

Ik schrijf poëzie. Mijn debuutbundel Kameleon was erg gefocust op vrouwelijkheid, identiteit en het vrouwelijke lichaam dat tot wasdom komt. Hierin stond de vraag naar de Ander centraal: het lichaam wil bij een ander lichaam horen, maar wil en moet ook van zichzelf zijn. De spanning en verwarring daarrond heb ik in mijn debuut in aftastende gedichten uitgewerkt. Waar er in mijn debuut naar symbiose gezocht werd, blijkt die in de gedichten uit mijn tweede bundel Nachtroermislukt en onmogelijk te bereiken. Nachtroer is de naam van een late night shop in Antwerpen, waar ik woon. Het is een onbestaand woord, dat geen betekenis heeft maar wel veel betekenisvelden oproept. De bundel is opgevat als een zwerftocht door een kolkende, roerende nacht, waarin het lyrisch ik zwerft. “Ontheemding” is een van de belangrijke thema’s in de gedichten.

Jy is ook ’n “performance poet”. Wat is die grootste verskille tussen “gesproke woord”- en geskrewe gedigte?

Aan de ene kant vind ik niet dat er een verschil bestaat tussen gedichten schrijven en gedichten voordragen: het is een ander metier, maar het gebeurt met dezelfde concentratie en precies, beeld voor beeld. Een volgende regel onstaat ook in de voordracht, alleen maar, omdat de vorige werd uitgesproken en niet omdat je naar het einde van het gedicht toespreekt. Elke keer is opnieuw zeggen en niet het gedicht opzeggen dat je thuis geschreven hebt. In die zin lijkt mijn methode van voordragen op het schrijven. Wat ik boeiend vind aan voordracht is dat het poëzie collectief maakt en op de ervaring ervan gericht is. Omdat je het gedicht maar één keer hoort, in het moment, heb je geen tijd om te gaan analyseren of interpreteren – dingen die je op papier bij herlezing wel kan doen. Bij het horen van een gedicht kan het alleen maar binnenkomen (of niet, als de tekst je niets zegt) en je op een gevoelsmatig, intuïtief niveau aanraken. Op papier, bij het lezen lopen het cerebrale en het gevoelsmatige sneller door elkaar. De tijd en de herhaling bij herlezen, vind ik zelf als lezer heel prettig. Ik merk dat ik bij poëzieavonden snel afgeleid ben – de densiteit van gedichten vraagt veel concentratie. Tegelijk ben ik heel ontvankelijk: als iets me raakt, raakt het me volledig.

Spoken word is wat mij betreft nog net een ander genre, dan het voordragen van geschreven poëzie. Spoken word is echt op maat van die eenmalige ervaring op het podium gericht en is daardoor ook met directe betekenisoverdracht bezig. Ik merk dat ik spoken word-teksten vaak minder beeldend en eerder poëtisch-technisch vind, terwijl ik zelf meer lyrisch schrijf.

Is daar enigiets anders wat jy vanjaar by die Woordfees sal wil bywoon?

Ik ga me laten verrassen. 🙂

Buro: MvH
  • 0
Top