Zuid-Afrika door Nederlandse ogen

  • 0

Waarom zou iemand zich druk maken over onrecht dat zich 9 654 kilometer verderop voltrekt? Waarom hebben duizenden Nederlanders zich jarenlang ingezet voor de bevrijdingsstrijd in Zuid-Afrika?

Leven in een klein land betekent leven met een groot buitenland. De Nederlandse geschiedenis wordt in veel opzichten gedomineerd door koloniale ervaringen. De sporen van dat verleden zijn volop zichtbaar. In de samenstelling van de bevolking, in standbeelden en straatnamen, in maatschappelijke debatten. Een bewogen geschiedenis biedt geen garantie voor een overzichtelijk heden. Populistische partijen zoeken nu steun in een nostalgisch verleden dat nooit bestaan heeft. De zoektocht naar de Nederlandse identiteit houdt velen bezig. In deze tekst staat de vraag centraal waarom zoveel Nederlanders de strijd tegen apartheid in Zuid-Afrika ondersteunden. Daarbij gaat het over schuldgevoelens, gelijkheidsidealen, dominees, dichters en secularisatie, de maatschappelijke infrastructuur en de inzet van individuen.

Historisch ongemak

Paul Kruger (GvN Dutch Archives, Public Domain, Wikimedia Commons)

Sinds Jan Jansz. de Molenaar in 1595 als eerste Nederlander de Kaap bezocht heeft de Nederlandse interesse voor Zuid-Afrika een sterk wisselend karakter gekend. Periodes van nauwe verbondenheid werden afgewisseld met tijden van desinteresse. Historische helden verloren in de loop der jaren veelal hun status. Zo veranderde Jan van Riebeeck gedurende de twintigste eeuw van een koloniaal boegbeeld tot een weerzinwekkende schurk. En de onverzettelijke Boerenleider Paul Kruger werd door velen gezien als een voorloper van de apartheidsideologen. Trots op een voortvarend koloniaal verleden veranderde in ongemak en schuldgevoel. De behoefte om recht te zetten wat mede door Nederlandse bemoeienis in het verleden aan de Kaap fout was gegaan vormde voor velen een belangrijk motief om de strijd tegen apartheid te ondersteunen. Tijd om schoon schip maken en onrecht recht te zetten.

Na de Tweede Wereldoorlog werd Nederland een emigratieland. Duizenden Nederlanders zochten hun heil elders. Emigreren naar Zuid-Afrika was voor velen makkelijker dan afreizen naar Canada, Australië of Nieuw-Zeeland. Maar gaandeweg kreeg de wederopbouw vorm en ontwikkelde Nederland zich steeds meer tot een immigratieland. Vluchtelingen en migranten uit Nederlands-Indië, Hongarije, Turkije, Marokko, Suriname, China, Irak, Iran, Afghanistan, Eritrea en vele andere laden vestigden zich in Nederland. Doorgaans zonder veel problemen. Nederland kreeg steeds meer kleur en daarmee veranderde de samenleving. Dat menig Zuid-Afrika-activist nog een neef of oom in Zuid-Afrika had beïnvloedde het maatschappelijk debat steeds minder.

Gelijkheid

De hoogtijdagen van apartheid vielen grotendeels samen met de verwerking van de oorlogservaringen in Nederland. De schaduw van de Tweede Wereldoorlog beheerste vrijwel ieder maatschappelijk debat. Vooral vanaf de jaren zestig ontstond er meer ruimte voor kritische reflectie. De moord op het grootste deel van de Nederlandse Joden werd steeds meer een nationaal trauma. In een recent boekje Beste fanatici 1 geeft de Israëlische schrijver Amos Oz aan hoe "Stalin en Hitler onbedoeld de twee of drie generaties die na hen kwamen doordrongen hebben van een diep wantrouwen jegens alles wat extremistisch is en een terughoudendheid jegens fanatieke tendensen.” De oorlogservaringen waren voor veel Nederlanders aanleiding om kritisch naar de apartheidsrepubliek te kijken. In wetten vastgelegde rassenongelijkheid werd ervaren als extreem en principieel onaanvaardbaar. Wat Oz schrijft over Israël geldt zeker ook voor Nederland wanneer hij humanisme en pluralisme met elkaar verbindt: “dat wil zeggen aan de erkenning dat iedereen het recht heeft anders te zijn, en dat iedereen op de wereld het recht heeft in waardigheid te leven.” 2

Religie

In naoorlogs Nederland was religieus bewustzijn een belangrijke factor. De kerken zaten vol. Nederland was nog stevig verzuild; onderwijs, media en maatschappelijke activiteiten werden vooral binnen de eigen (protestantse, katholieke, socialistische of liberale) zuil beleefd. Naarmate de ontzuiling toenam werd de afstand tot de apartheidsrepubliek groter. Theologische debatten werden vanaf de jaren zestig sterk geïnspireerd door theologen als Bonhoeffer en Barth; zij werden gezien als belangrijke bakens in de strijd tegen kerkelijke apartheid. Daarnaast werd het denken over rassenvragen krachtig beïnvloed door Martin Luther King. Ook de Wereldraad van Kerken speelde, vooral vanaf de jaren zeventig, mede dankzij de inzet van Boudewijn Sjollema een stimulerende rol in de kerkelijke debatten. Verzet tegen apartheid en racisme werd een prioriteit voor grote delen van kerkelijk Nederland. Dat veel Nederlandse predikanten een belangrijke rol in de antiapartheidsorganisaties hebben gespeeld is dan ook allerminst toeval. J.C. Hoekendijk, J.J. Buskes, J. Verkuyl, A. H. van den Heuvel, R.J van der Veen en B.J. Roosjen waren smaakmakers in de talrijke kerkelijke en maatschappelijke debatten. Vanaf de jaren zeventig speelden in Nederland studerende Zuid-Afrikaanse predikanten een steeds prominentere rol in het debat. Het betreft o.a. Daan Cloete, Allan Boesak, Mpho Ntoane en Shun Govender. Zij leerden kerkelijk Nederland door zwarte ogen naar Zuid-Afrika kijken (en confronteerden veel Nederlanders met hun eigen racisme).  In haar proefschrift Blanke broeders – zwarte vreemden beschrijft Erica Meijers hoe de opvattingen in protestants Nederland in 25 jaar volledig veranderden: Zuid-Afrika veranderde van een wit land met een zwart probleem naar een land waar de blanke broeders vreemden en de zwarte vreemden bondgenoten werden.3

Allan Boesak (By Rob C. Croes / Anefo - Nationaal Archief, CC BY-SA 3.0 nl, Wikimedia Commons)

Dominees & dichters

Desmond Tutu (Public Domain, Wikimedia Commons)

Met hun krachtig appel om partij te kiezen tegen apartheid hebben uiteenlopende Zuid-Afrikaanse geestelijken in Nederland veel teweeg gebracht. C.F. Beyers Naudé was een zeer aansprekende persoonlijkheid met groot gezag. Op zijn verzoek werd een steungroep in Nederland opgericht voor het Christelijk Instituut: de werkgroep Kairos. Later kregen de innemendheid en de humor van aartsbisschop Tutu, de welsprekendheid van Allan Boesak en de betrokkenheid van Frank Chikane bijzonder veel aandacht in de Nederlandse media en werden hun boeken in grote aantallen verkocht. Nelson Mandela was decennialang een onbekende op de achtergrond. Na zijn vrijlating steeg zijn ster tot ongekende hoogte en werd zijn gezag vrijwel onaantastbaar.

Naast de geestelijken en Mandela zijn het met name drie Zuid-Afrikaanse dichters geweest die in Nederland gekoesterd werden. Breyten Breytenbach werd een prominent symbool in de Nederlandse culturele wereld; de gedichten van Elisabeth Eybers, die in Nederland in het Afrikaans gepubliceerd werden en het werk en optreden van Antjie Krog raakten bij veel Nederlanders zeer gevoelige snaren en versterkten de betrokkenheid bij Zuid-Afrika.

Elisabeth Eybers (Deur Onbekend - Die Afrikaanse Letterkunde in Beeld, PD-SA, Wikipedia)

Overzichtelijke Nederlandse samenleving

De afstanden in Nederland zijn klein. Letterlijk en figuurlijk. Dat bevordert een klimaat waarin participeren vaak tot resultaten leidt. De Zuidelijk-Afrikabeweging ontstond in een tijd waarin de derde wereld op allerlei manieren zichtbaar werd. De media brachten vreemde werelddelen dichterbij. Het geloof in verandering was groot. De welvaart steeg en de maatschappelijke infrastructuur was hecht. Kerken, vakbonden en politieke partijen waren makkelijk benaderbaar. De bereidheid iets (maar liefst niet teveel) af te staan van onze welvaart vond breed weerklank.

Na kleinschalige activiteiten in de jaren vijftig en een bescheiden organisatie in de jaren zestig ontstonden in de jaren zeventig talrijke initiatieven ter ondersteuning van de strijd voor een non-raciaal Zuid-Afrika. Drie landelijke organisaties timmerden het meest aan de weg; het Komitee Zuidelijk Afrika (KZA), de Anti-ApartheidsBeweging Nederland (AABN) en de Werkgroep Kairos.  Daarnaast opereerden talrijke andere activisten in o.a. het Azania Komitee, Betaald Antwoord, de Boycot Outspan Aktie, COSAWR, Defence and Aid Fund Nederland en het Landelijk Overleg Steungroepen voor zwarte predikanten. Met zoveel organisaties gebeurde er van alles: druk op Nederlandse bedrijven met belangen in Zuid-Afrika, acties tegen de verkoop van de Krugerrand en andere Zuid-Afrikaanse producten, steun voor politieke gevangenen en hun familieleden, inzamelingsacties voor het ANC, demonstraties bij de ambassade in Den Haag. Onderzoekers van het Shipping Research Bureau leverden essentiële bouwstenen voor de internationale olieboycot tegen Zuid-Afrika en radicale activisten van RaRa pleegden aanslagen op bedrijven met belangen in Zuid-Afrika. Parlementsleden, journalisten, ambtenaren en bedrijven mochten zich verheugen op zeer ruime aandacht bij alles wat zij ondernamen met betrekking tot Zuid-Afrika.4

De betrokkenheid bij de strijd tegen apartheid had nog een ander effect. Veel Nederlanders leerden anders kijken naar hun eigen samenleving. De boycot van Outspansinaasappels leidde naar de vraag waar andere producten in de supermarkt vandaan kwamen en onder welke omstandigheden zij geproduceerd werden. Uit de campagne tegen Shell vloeiden vragen voort over de normen van pensioenfondsen bij beleggingen en investeringen in dubieuze bedrijven. De protesten tegen apartheid bracht ook de vraag in beeld hoe racisme in Nederland gestructureerd is.

Gedreven activisten

Ook als het verleden (periodes van) historische verbondenheid tussen Zuid-Afrika en Nederland weerspiegelt, wanneer de Nederlandse samenleving dankzij ontzuiling en secularisatie meer afstand neemt van apartheid en de samenleving kleurrijker wordt is gepassioneerde betrokkenheid bij de bevrijdingsstrijd nog niet gegarandeerd. Daarvoor zijn mensen nodig die zich met hart en ziel inzetten en gehoor geven aan dringende oproepen vanuit zuidelijk Afrika. De sleutelfiguren van de drie landelijke Zuidelijk-Afrika organisaties hebben het antiapartheidsklimaat in Nederland decennialang bepaald. Vooral dankzij Sietse Bosgra (KZA), Conny Braam (AABN) en Cor Groenendijk (Kairos) veranderde het beeld van Zuid-Afrika in Nederland en kregen het ANC en andere organisaties die zich verzetten tegen apartheid royale steun. Mede dankzij hun inzet en de steun van duizenden Nederlanders die bereid waren zich in te zetten voor onrecht op ruwweg 10.000 afstand werd het apartheidsregime ondermijnd en won de Nederlandse samenleving aan betrokkenheid en solidariteit.

1 Amos Oz, Beste fanatici. Drie essays. Amsterdam: De Bezige Bij. 2017. blz 22.

2 Idem, blz 64.

3 Erica Meijers, Blanke broeders – zwarte vreemden. De Nederlandse Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerken in Nederland en de apartheid in Zuid-Afrika 1948 -1972. Hilversum: Uitgeverij Verloren. 2008. 536 blz.

4 Een bondig overzicht van antiapartheidsactiviteiten in Nederland is te vinden op: https://socialhistory.org/nl/dossiers/anti-apartheid/nederland-tegen-apartheid-1948-1994

Buro: MvH
  • 0
Top