Daniel Hugo: Vertaler op campus in Gent en Amsterdam

  • 0

Daniel Hugo (Foto: Naomi Bruwer)

De Zuid-Afrikaanse vertaler, dichter en radiopersoonlijkheid Daniel Hugo is drie maanden in de Lage Landen om te werken aan de Afrikaanse vertaling van Hugo Claus’ Het verdriet van België en om lezingen te geven in onder meer Gent en Amsterdam. Yves T’Sjoen (UGent) staat stil bij Daniel Hugo’s rol als bemiddelaar tussen Zuid-Afrika en het Nederlandse taalgebied.

De vertaalactiviteiten van Daniel Hugo van het Nederlands naar het Afrikaans zijn gevarieerd en talrijk. Zoals bekend heeft de Zuid-Afrikaanse dichter en vertaler tweemaal na elkaar van de Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kunst de prestigieuze prijs voor vertalingen ontvangen. De academische onderscheidingen vielen hem te beurt naar aanleiding van de Afrikaanse vertaling van Tom Lanoyes moederroman Sprakeloos en Stefan Hertmans’ Oorlog en terpentijn. De reacties in de pers waren eensluidend gunstig. Beide Vlaamse schrijvers traden op tijdens het Woordfees in Stellenbosch en waren te gast op andere festivals in het land waar ze in gesprek gingen met hun vertaler.

Niet alleen Hertmans en Lanoye zijn inmiddels in Afrikaans beschikbaar, van Lanoye zelfs vier vertalingen van de hand van Daniel Hugo (Een slagerszoon met een brilletje, Kartonnen dozen, Gelukkige slaven en Sprakeloos). Er is sprake van ook het jongste boek Zuivering in het Afrikaans te vertalen. Daarnaast staan op het indrukwekkende palmares fictie (poëzie en proza) en non-fictie, meer dan vijftig titels. In september is tijdens de Tuin van Digters de Afrikaanse editie van Egonne Roths biografie over Olga Kirsch boven de doopvont gehouden. De levensbeschrijving is in het fonds van Naledi gepubliceerd als handelseditie van een in het Engels geschreven proefschrift. Onlangs heeft Protea Boekhuis de Afrikaanse vertalingen van Adriaan van Dis’ moederboek Ik kom terug en Dimitri Verhulsts De helaasheid der dingen de wereld in gestuurd. In alle gevallen is Daniel Hugo de vertaler.

De onmiskenbare verdiensten van deze cultureel bemiddelaar tussen twee taal- en cultuurgebieden, tussen de literaturen van het Nederlands en het Afrikaans, staan buiten kijf. Tijdens het Afrikaanse poëziefestival Tuin van Digters (14-15 september) en de voorbije dagen op het congres over het Afrikaans aan de Universiteit Gent (5-6 oktober) sprak Hugo over vertaaltechnische kwesties, “valse vrienden” en eigenzinnige keuzes in de Afrikaanse vertaalslag van poëzie van Herman de Coninck, Leonard Nolens en Miriam Van hee. Eerder heeft hij op dergelijke technische aspecten gewezen in een dossier over Gerrit Komrij, Daniel Hugo’s inspirerende voorbeeld, dat het tijdschrift De Parelduiker in 2017 aan de schrijver wijdde.

Naast Nederlandse dichters, met door Daniel Hugo zelf bepaalde keuzes uit het dichterlijk werk van Gerrit Komrij, Rutger Kopland en Alfred Schaffer, heeft Hugo ook losse gedichten vertaald die verspreid zijn gepubliceerd in tijdschriften. In Vers en Kapittel, een onlangs uitgegeven keuze uit beschouwende stukken die in een periode van veertig jaar zijn verschenen in opstellenbundels, kranten en tijdschriften, gaat de vertaler nader in op vertaalstrategieën en andere uitdagende translinguïstische zaken, zoals syntactische, semantische en compositorische kwesties, die alles met het vertalen van poëzie te maken hebben.

Het is inmiddels bekend dat Daniel Hugo aan een nieuw vertaalproject werkt: Hugo Claus’ magnum opus Het verdriet van België. En er zijn nog meer plannen, zoals een bloemlezing uit het dichtwerk van Benno Barnard. Dezer dagen wordt daarover overleg gepleegd met schrijvers en uitgevers. De letterkundige sessies van het Gentse congres over het Afrikaans, georganiseerd door het Gents Centrum voor het Afrikaans en de Studie van Zuid-Afrika (UGent), stond op vrijdag en zaterdag 5 en 6 oktober in het teken van de intermediërende rol van culturele actoren en instituties in het gesprek over literatuur tussen twee taalgebieden (Afrikaans en Nederlands).

Niet alleen de activiteiten van vertalers in het complexe proces van cultuurtransfers kwamen uitgebreid aan bod. Ook de “postuur” van Zuid-Afrikaanse schrijvers in het Afrikaanse en Nederlandse taalgebied is besproken (in casu de beeldvorming omtrent Antjie Krog), dat wil zeggen de wijze waarop de auteur een zelfbeeld construeert, hoe anderen een imago tot stand brengen, en de wijze waarop Afrikaanse teksten in Nederland en Vlaanderen door recipiënten, festivalorganisatoren, uitgeverijen, tijdschriften en vertalers in beeld worden gebracht. Het spreekt voor zich dat vertalers een bijzondere rol vertolken in dat transnationale of interculturele vertoog over literatuur. Bemiddelaars tussen het Afrikaans en het Nederlands, onder wie Gerrit Komrij, Tom Lanoye, Alfred Schaffer, Adriaan van Dis, Riet de Jong-Goossens, Rob van der Veer en Ingrid Glorie, zijn in dat perspectief opgevoerd.

Gezien de bemiddelende positie van Daniel Hugo tussen Zuid-Afrika en het Nederlandse taalgebied, door mijzelf ooit “poortwachter” of “gate keeper” genoemd, spreekt het voor zich dat de vertaler geregeld aanwezig is in het taalgebied waarin de literaire productie tot stand komt. Hugo was in het verleden al eerder te gast in de Vertalershuizen van Amsterdam en Antwerpen, en in de schrijversresidentie Villa Hellebosch in het Vlaams-Brabantse Vollezele. Sinds vorige week verblijft de vertaler op uitnodiging van de Universiteit Gent en de onderzoeksgroep Gents Centrum voor het Afrikaans in de Arteveldestad, bij de samenvloeiing van Leie en Schelde. Hij is “vertaler op campus”. In die hoedanigheid, ook als literair recensent en kenner van de Afrikaanse letteren, spreekt hij voor Gentse studenten over Afrikaanse poëzie.

Hij is op 18 oktober betrokken bij de viering van twintig jaar Collectie Ernst van Heerden in het Gentse Poëziecentrum, de grootste Afrikaanstalige poëzieverzameling buiten Zuid-Afrika. Hij spreekt op uitnodiging van de alliantieonderzoeksgroep CLIV (Centrum voor Literatuur in Vertaling) van de Vrije Universiteit Brussel en Universiteit Gent. Er is een plan om de vertaler in gesprek te laten gaan voor studenten en andere belangstellenden met Stefan Hertmans, Leonard Nolens en Dimitri Verhulst. De agenda van de residentiële vertaler is goed gevuld. Na het verblijf in Gent is Daniel Hugo in december nog een maand te gast in het Vertalershuis van Amsterdam.

Het prestige dat Daniel Hugo in Zuid-Afrika geniet, draagt er aanzienlijk toe bij dat literaire teksten van Nederlandstalige schrijvers in het Afrikaans bekend geraken. De naam van de vertaler, dichter en recensent, in een vorig leven ook letterkundige en landelijk bekende radiostem, vestigt de aandacht van lezers en critici op het werk van Nederlandse en Vlaamse auteurs. Het is daarom jammer dat op het boekomslag van de jongste vertaalde werken de vertaler niet meer wordt vermeld, nochtans een belangrijk verkoopargument in het Afrikaanse taalgebied. Daarenboven worden de boeken die Protea Boekhuis produceert niet afdoende gedistribueerd en gepromoot in Zuid-Afrika. Omtrent de beperkte opvolging van de vertalingenproductie, ruimschoots gesubsidieerd vanuit Nederland en Vlaanderen en fraai geproduceerd door de uitgeverij in Pretoria, heb ik al eerder vragen geformuleerd. Met het Vlaams Fonds voor de Letteren wordt nagegaan in hoeverre de gesubsidieerde vertalingen meer en beter in de markt kunnen worden gezet dan tot op heden het geval is. En dus niet alleen in boekwinkels van Protea Boekhuis.

De academische erkenning in Zuid-Afrika, Nederland en Vlaanderen van de indrukwekkende vertaalarbeid van Daniel Hugo is van het grootste belang voor de internationale verspreiding, in dit geval in het Afrikaans, van Nederlandstalige literatuur. Wetenschappelijke onderscheidingen, zoals van de Suid-Afrikaanse Akademie, maar dus ook uitnodigingen van de Universiteit Gent en het Zuid-Afrikahuis in Amsterdam zeggen alles over de waardering en de onmiskenbaar hoogstaande kwaliteit van de geleverde vertalingen.

Nederlandse en Vlaamse auteurs bestaan met hun literaire werk in Zuid-Afrika dankzij inspanningen van uitgeverijen (met aanvragen bij letterenfondsen voor productiesubsidies) en vooral de bemiddelende rol van Daniel Hugo. De Gentse universiteit beschouwt het als een privilege dat deze culturele actor, zo bepalend voor de beschikbaarheid van onze schrijvers in het zuiden van Afrika, gedurende twee maanden in Gent aan zijn vertalingen werkt, schrijvers en (letterkundige en vertaalwetenschappelijke) onderzoekers ontmoet, kortom dat hij actief deelneemt aan het gesprek over literair grensverkeer tussen Afrikaans en Nederlands.

Lees ook

T’Sjoen oor taalkwessies en noodsaak van "krachten bundelen, banden smeden, de bestaande expertise delen"

Wannie Carstens gaat Gentse Zuid-Afrika leerstoel bekleden

Mandela Lecture by Zelda la Grange: Nelson Mandela – the legacy | Africa Platform

Buro: IG
  • 0
Top