Met Remco Campert (1929–2022) werd literatuur een feestje

  • 0

Op maandag 4 juli werd bekend dat Remco Campert was overleden. Direct daarna buitelden allerlei krantenartikelen en berichten op social media in Nederland over elkaar heen om de lofzang op Remco te bezingen. Het achtuur-journaal op televisie besteedde ruimschoots aandacht aan het overlijden van de dichter en schrijver (in die volgorde). Inmiddels vullen rouwadvertenties de krantenkolommen. Van ontroering is alom sprake, maar verdriet is een te groot woord, want iedereen moet toch een keer doodgaan? Dus ook de broze oude man van 92 jaar oud, die de verstokte roker, jazzliefhebber en wijndrinker Remco nu eenmaal was. Maar wat hadden we hem graag nog even bij ons gehad.

Remco Campert

Het is niet eenvoudig om met één woord of zinsnede het werk van Remco Campert te duiden. Want iedereen, van literatuurminnaar tot iemand die wel eens een boekje leest, van hoogleraar tot middelbare schoolleerling, en van krantenlezer tot festivalbezoeker heeft wel een herinnering aan een woord, of verhaal, of gedicht van Remco Campert. Is het ‘light verse’, humor, een schijnbaar simpele manier van schrijven? Schijnbare eenvoud, ja, maar zo kernachtig dat het geniaal wordt. En altijd dusdanig opgeschreven, dat je weet: ik ga genieten. Of ik wordt ontroerd. Het kan de titel van een boekje zijn, zoals – zeer willekeurig uitgekozen-  Het bijzettafeltje. Gniffelend pak je het boekje ter hand, want je weet dat de toevallige aankoop van een bijzettafeltje tot een regelrechte ramp kan leiden, en Remco schreef het op. Remco maakte van literatuur een feestje. ‘Alle dagen feest’ was niet voor niets één van de titels van zijn vele boeken. ‘Je stampte met je voet op de vloer’ en er was een feest,’ -  het is een iconisch zinnetje geworden, net als ‘Alles zoop en naaide.’ En niet te vergeten waren er de figuren uit zijn talloze boeken en columns, zoals drs. Mallebrootje, Tweede Kamerlid uit Elst, Harm en Miepje Kurk, de boerenfamilie Kneupma of Liesje in Luiletterland (Tjeempie!).

Jeugd in Den Haag en oorlog

Remco Campert werd in het jaar 1929 in Den Haag geboren als enig zoon van schrijver en dichter Jan Campert en actrice Joeki Broedelet. Toen Remco een jaar of drie was gingen zijn ouders uit elkaar en zijn moeder probeerde zo goed en zo kwaad als dat ging voor hem te zorgen. Als actrice was ze veel van huis en Remco werd regelmatig bij zijn grootouders ondergebracht. In het laatste jaar van de oorlog verbleef hij bij een familie op de Veluwe en daar begon de schuchtere tiener met de observatie van het schijnbaar gewone. Hij maakte er in 1945 de bevrijding mee en zou daar later het gedicht Niet te geloven over schrijven:

Niet te geloven
dat ik knaap nog
een vers schreef over de
zilverwitheid van een berkestam

en om mij heen
grootse dronkenschap
van de bevrijding:
het water was whisky geworden.

Alles zoop en naaide,
heel Europa was een groot matras
en de hemel het plafond
van een derderangshotel.

En ik bedeesde jongeling
moest nodig
de reine berk bezingen
en zijn bescheiden bladerpracht.

De schijnbaar achteloze, maar in zijn eenvoud briljante observatie van het Nederland dat dronken van blijdschap de bevrijding viert, terwijl de jonge tiener aan de zijlijn staat en een berkenboom bezingt: die combinatie van milde spot, weemoed en achteloosheid: het werd het handelsmerk van Remco Campert. Maar hoewel Remco Campert zich zeker niet als vele van zijn schrijvende tijdgenoten luidkeels liet horen in het maatschappelijk debat, het is ook weer niet zo dat hij zich geheel afzijdig hield in het verzuilde en dichtgeplakte Nederland van die tijd. Hij gebruikte echter een andere stijl, sterker, hij was een andere stijl, want ‘poëzie is een daad,’ zoals hij schreef. Na de oorlog begon hij met het schrijven van gedichten. Hij was met zijn moeder in Amsterdam gaan wonen, waar hij de middelbare school bezocht, maar die niet afmaakte. Liever bezocht hij jazzcafé’s en maakte hij met zijn vriend Rudy Kousbroek een gestencild blaadje om gedichten te publiceren. In 1951 verscheen zijn debuut ‘Vogels vliegen toch’, bekroond met de Reina Prinsen Geerligsprijs. De dichter was geboren. Vele dichtbundels zouden volgen, en Remco zou zich altijd in de eerste plaats dichter blijven noemen. .

Schrijver

Het schrijven van verhalen, boeken en columns zou pas in de jaren ’60 pas goed op stoom komen, maar de naam was gevestigd. Remco ontwikkelde een geheel eigen stijl en schreef soms in een soort fonetisch schrift, zoals te zien is in de titel van Het leven is vurrukkulluk en later helemaal in Tjeempie! of Liesje in Luiletterland (geschreven door Remko Kampurt). Tjeempie is een erotisch getinte roman waarin de argeloze Liesje langsgaat bij een aantal bekende schrijvers, zoals de Best Gekapte Schrijver van Nederland, waarin moeiteloos Harry Mulisch te herkennen is. Nederland genoot en Remco ging geld verdienen. Goed met geld omgaan was namelijk niet de sterkste eigenschap van de dichter/schrijver, en als hij geld had ging dat meestal op aan drank en rookwaar. Vaak moest hij bij uitgever Lubberhuizen van De Bezige Bij om geld bedelen maar nu kon hij na de publikatie van de succesvolle verhalenbundel Campert Compleet een oude notariswoning kopen in Frankrijk waar hij vele zomers vakantie vierde.

Remco Campert en Breyten Breytenbach

Breyten Breytenbach

Remco Campert was geen heilige. In kleine kring was bekend dat hij wel eens onaangenaam kon zijn, zoals één van zijn twee dochters ooit aan de schrijver Arnon Grunberg vertelde.

In een uitgebreide televisiedocumentaire uit 2016 vertelt zijn derde vrouw Deborah (niet de moeder van zijn twee dochters) dat hij eigenlijk nooit verantwoordelijkheid heeft genomen.

Maar ik zou de schrijver tekort doen door te stellen dat hij nooit partij koos. Tijdens Poetry International, een poëzie festival in Rotterdam, ontmoette hij de Zuid-Afrikaanse dichter en kunstenaar Breyten Breytenbach.

Een vriendschap was geboren en na de gevangenschap van Breytenbach in 1975 schreef hij als variant op een eerder gedicht (Het huis waarin ik woonde, 1955) in de protestbundel aan breyten breytenbach een even achteloos als bijtend commentaar op het Apartheidsregime:

Poëzie is een voorbeeldige daad
je kunt wel je leven lang elegant
er doorheen zwijnen
maar eens gebeurt het toch:
die afrekening met anderen
en die met jezelf

nu heb je het gedaan
en je bent hoop ik fier en ongebroken
nu kan niemand er meer omheen
nu heb je het voor jezelf zeker gemaakt
en daarmee voor ons

het is een lang pad naar de dood die vlakbij is

als je er uitkomt
uit de rose klauwen van het bijbeldom
weet ik: nooit
zien we je terug in je oude gedaante

wij in het moederland
dat aan jouw vermomming eens geboorte gaf

Remco Campert kon dan ook niet ontbreken bij de presentatie van de bundel De zingende hand, een tweetalige bundel met een rijke selectie uit de gedichten van de laatste tien jaar uit het oeuvre van Breytenbach. De avond, die in het voorjaar van 2017 plaatsvond in het Zuid-Afrikahuis aan de Keizersgracht in Amsterdam werd door Campert gekenschetst als ‘een leuke avond.’ Ja, wat wil je ook. Met Remco Campert was het alle dagen feest.

  • Foto’s: Elize Zorgman
Buro: MvH
  • 0
Top