Ontevredenheid in Oost-België

  • 0

Ondanks jaren van federaliseren van het staatsapparaat, leeft in de Oostkantons een vrij emotioneel België-gevoel. (Kaart: El Bubi [CC BY-SA 3.0], via Wikimedia Commons)

Doorgaans staat dat kleine strookje Duitstalig België synoniem voor rust en vrede. Toch blijkt er een onderhuidse ontevredenheid te groeien. Naarmate het land steeds meer een verhaal van deelstaten is geworden, voelen wat men wel eens “de laatste Belgen” noemt zich wat verweesd achter gelaten. Enkele recente incidenten geven gestalte aan die latente ontevredenheid.   

Het is een vaak begane vergissing, maar in werkelijkheid is België géén tweetalig land. U fronst uw wenkbrauwen? Welja, eigenlijk is het drietalig, en niet enkel staatsrechtelijk. Nederlands en Frans zijn natuurlijk de belangrijkste talen, maar daar ergens in het Oosten is een stukje België dat Duitstalig is. Doorgaans omschreven als de Oostkantons, ook al verkiezen de betrokkenen zelf de benaming Ostbelgien – wat geen toeval is.

Doorgaans zijn dergelijke grenssituaties grillen van de geschiedenis, het is hier niet anders. Na de eerste wereldoorlog werden deze gebieden als oorlogsbuit afgescheiden van het Duitse Rijk. Het Verdrag van Versailles zag in een vijfjarige overgangsperiode van de strook, waardoor het sinds 1925 volwaardig deel uitmaakt van het Belgisch staatsverband. De tweede wereldoorlog werd een erg sombere periode voor dat nieuwe stukje België. Hitler hechtte het gebied weer aan, waardoor de bewoner plots (weer) Duits staatsburger werden (“Heim ins Reich”). Dit had enkele belangrijk gevolgen, te beginnen met de verplichte dienstplicht. Uiteindelijk zouden 8.000 mannen opgeroepen worden, 2.000 overleefden de oorlog ook niet, de meeste onder hen zouden het leven laten aan het Oostfront. Het einde van het conflict, smaakte er bovendien erg zuur. Overal in het land was de naoorlogse repressie te voelen, maar in de Oostkantons was ze wel erg bitsig. Hoe dan ook, de kalmte keerde terug en pragmatisch weten de meeste Belgische Duitstaligen hun troeven uit te spelen, hun kennis van zowel het Frans als het Duits op kop.

Identiteitscreatie

Doorheen de jaren veranderde België staatkundig, en ook deze Duitse gemeenschap kreeg haar plaats in het constitutionele kluwen. Met horten en stoten tekende zich een federalisme af, gebaseerd op een systeem van gewesten en gemeenschappen. Ruw samengevat: waar gewesten de bevoegdheden dragen voor plaatsgebonden zaken, doen de gemeenschappen dit voor persoonsgebonden materies. En bij deze assymmetrie wordt het wat moeilijk voor de Oostkantons. Waar het feit dat ze een gemeenschap vormen niet betwist wordt, is er ook de realiteit dat ze als grondgebied deel uitmaken van het Waals Gewest. Montesquieu wist al dat instellingen een identiteitscreërend effect hebben, België is er een levendige illustratie van. Naarmate de federalisering intenser werd en de gewesten meer bevoegdheden verwierven, groeide dat regionale bewustzijn. Ook bij de Walen. En dat zorgt soms voor wat fricties met de Duitstalige België die niet helemaal onterecht als “de laatste Belgen” bestempeld worden. Waar velen een vooral functionele kijk naar het (federale) niveau hebben gekregen, leeft bij hen een grotere emotionele band. En dit manifesteert zich dan rond een schijnbaar banale discussie.

Bordenrel

Wie de Oostkantons via de snelweg binnen rijdt kan niet naast de borden “Willkommen in Walloniën” kijken. Precies zoals je hetzelfde ziet staan in het Frans op andere plaatsen of een verwelkoming in het Nederlands kan lezen in het Noorden van het land. Nu willen de Oostkantonners maar wat graag die borden vervangen zien door “Willkommen in Ostbelgien”, waardoor de verwijzing naar het Waals Gewest wegvalt. Een bewoording die ze nauwer aan het hart ligt.

Politiek is echter de kunst van het haalbare. De zaak werd al aangekaart bij de Waalse regering die in Namen zetelt, maar de Belgisch minnende Oostkantonners kregen nul op het rekest. Enkele weken geleden kwam het al tot een aanvaring waarbij een Waalse minister verklaarde dat deze Duitstaligen Walen waren, punt. Een beetje alsof je een Fries maar oplegt Gelderlander te worden. Een zelfde gevoelige snaar als bij de bordenrel werd toen geraakt. Toch draait de positie van Duitstalig België om meer dan emotionaliteit. De regio is – hoe klein ook – een oase van economische welvaart in een ruimere regio die, enkele uitzonderingen buiten beschouwing gelaten, maar niet uit de sombere indicatoren raakt. Toerisme, bosbouw maar voor de Duitse locomotief om de hoek zorgen ervoor dat het economisch potentieel voor de modale Oostkantonner mooier oogt dan voor zijn evenknie uit pakweg Henegouwen of Namen.

Nieuwe staatshervorming

Of die groeiende “los van Namen” overtuiging ook een meer institutionele gestalte kan en zal krijgen, overstijgt het niveau van Ostbelgien. “Op een zeker moment wordt kwantiteit ook kwaliteit”, zei ooit een wijs man, weliswaar in een heel andere context. En net dat is het zwakke punt van de regio. Er is wat politieke bescherming – onder andere een gewaarborgd Europees Parlementslid, vandaag de trouwens de minzame en Nederlandskudige Pascal Arimont, maar voldoende gewicht kunnen ze in de constitutionele schaal niet leggen. Hun verhaal is er altijd meer een van ondergaan geweest, al dan niet met pogingen bepaalde ontwikkelingen bij te sturen. Pas wanneer de “communautaire stilstand” (begrijp: geen verdere stappen in de staatshervorming) op federaal niveau opgeheven wordt, kan er mogelijk iets veranderen aan het statuut van de Oostkantons. Wanneer, hoe en wat, blijven echter erg open vragen.

Buro: MV
  • 0
Top