André Demedts en een Vlaamse verbintenis

  • 0

‘’n Uiters betekenisvolle binding’

Recent kwam ik weer op het spoor van de schrijver André Demedts (1906–1992). Het moet zijn geleden van mijn studententijd dat ik nog een roman las van deze Vlaamse auteur. De titel is De Belgische republiek (1973), zich afspelend op het einde van de achttiende eeuw, het eerste deel van de tetralogie De eer van ons volk. Onder literatoren is een bundel met schrijversinterviews. In totaal worden vijfentwintig vraaggesprekken verzameld met Nederlandse en Vlaamse schrijvers, door Herman de Coninck (in bepaalde gevallen samen met Piet Piryns) afgenomen en gepubliceerd in Humo en Vrij Nederland. Op 11 mei 1972 verscheen in het Vlaams weekblad Humo een interview van De Coninck en Piryns met Demedts.

Over André Demedts als brugfiguur tussen Vlaanderen en Zuid-Afrika staat een en ander opgetekend in de Nieuwe Encyclopedie van de Vlaamse Beweging en summier in de monografie door Rudolf van de Perre (1986). De schrijver was meer dan vier decennia een cultureel bemiddelaar tussen Nederlands en Afrikaans. Zijn bijna dertig jaar durend redacteurschap van het Tydskrif vir Letterkunde heeft aanzienlijk bijgedragen tot en was een institutioneel platform voor die Vlaams-Zuid-Afrikaanse verbindingen. Demedts genoot in Vlaanderen ruime erkenning. Hij verkreeg onder meer het lidmaatschap van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren en ontving voor zijn schrijverschap de driejaarlijkse Belgische Staatsprijs. In 1983 is trouwens in het West-Vlaamse Leiedorp Sint-Baafs-Vijve, waar de auteur opgroeide, het André Demedts-huis opgericht dat sindsdien dienst doet als cultuur- en kunstencentrum (https://www.andredemedts.be/nl/demedtshuis).

André Demedts met zijn zus Gabriëlle Demedts en met familie Declercq, circa 1923 (via Wikimedia Commons)

Afrikaanse Skrywerskring en Tydskrif vir Letterkunde

Elize Botha publiceerde ruim twintig jaar geleden een overzichtsbijdrage gepubliceerd in Tydskrif vir Letterkunde. De Zuid-Afrikaanse academica heeft het over Demedts als een “geesgenoot en brugbouer” die tussen 1951 en 1979 heeft bijgedragen tot de samenwerking tussen Vlaamse schrijvers en het wetenschappelijk periodiek. Naast een korte historiek van de Afrikaanse Skrywerskring, aan de Randse Universiteit opgericht op 10 september 1934, met als voorzitter de schrijver en academicus C.M. van den Heever, bevat het artikel gegevens over het ontstaan van het Tydskrif (1951) en de intermediërende rol van “skakelredakteur” André Demedts. In het Jaarboek van de Skrywerskring (1936–1950) heeft Van den Heever artikels gewijd aan Streuvels, Timmermans en Vermeylen. Belangwekkend is verder dat er contacten bestonden tussen de Vlaamse Vereniging voor Letterkundigen, onder het voorzitterschap van Vermeylen, en de Vlaamse PEN-club die door F.V. Toussaint van Boelaere is vertegenwoordigd.

Skakelredakteur met C.M. van den Heever, Abel Coetzee en Coenie Rudolph

Een eerste (creatieve) bijdrage van Demedts verschijnt in de tweede aflevering van het pas opgerichte Tydskrif vir Letterkunde (‘Op een morgen in Mei’). De volgende jaargangen (tot mei 1979), zo berekende Botha, heeft de schrijver in totaal eenendertig artikels, tien verhalen en enkele gedichten laten verschijnen. Naast het verhalend proza waarmee hij zijn Zuid-Afrikaans literair debuut maakte, droeg Demedts op vraag van C.M. van den Heever bij aan een hommage-nummer ter gelegenheid van de tachtigste verjaardag van Streuvels (‘Stijn Streuvels gehuldigd’, 1(4), december 1951). Het laatste opstel van diens hand is een ‘Aandenken aan Johan Daisne’.

Toen Abel Coetzee in september 1957 het redacteurschap van Tydskrif vir Letterkunde overnam van Van den Heever, is volgens Botha “bly die Vlaamse medewerking ’n bestendige aanwesigheid”. Het is Demedts’ verdienste dat “’n twintigtal” Vlaamse schrijvers teksten instuurden voor het tijdschrift. Zij vermeldt onder anderen Hubert van Herreweghen, Willy Spillebeen, Willem M. Roggeman, Eddy van Vliet en Jozef Deleu. En voorts Jan Schepens, Marcel van Maele, Julien Vangansbeke e.a.

Al eerder in het Jaarboek van de Afrikaanse Skrywerskring, later in het academisch blad, besteedde Demedts aandacht aan de Vlaamse literatuur: “[k]arakteriserings van die Vlaamse letterkunde, indringender studies van belangrike Vlaamse outeurs – Streuvels, Walschap, Daisne -, oorsigte van die jongste ontwikkelinge in die eietydse literêre omgewing, waar dit soms ook ‘Noord en Zuid’ geld: dit vorm in hoofsaak die tematiek van hierdie bydraes”, aldus Elize Botha. Zij noemt in het bijzonder het opstel ‘Vlaamse belangstelling voor Zuid-Afrika: Herinneringen en feiten’ (december 1959). Ook Zuid-Afrikaanse schrijvers kregen Demedts’ aandacht. Voor beide redacteurs, C.M. van den Heever (in memoriam) en Abel Coetzee, zijn huldigingsartikels gepubliceerd, respectievelijk in september 1957 en mei 1963. De tekst over Coetzee is in Vlaanderen als monografie uitgegeven door Orion Desclée De Brouwer (Brugge) in de reeks ‘Ontmoetingen’ (aflevering 44).

Aan de vriendschap met beide redacteurs en de beschouwingen over Vlaamse letteren voor een Afrikaanssprekend lezerspubliek is in de biografie over Demedts weinig aandacht besteed. Vooral de relatie met Coetzee wordt door Van de Perre gememoreerd maar niet verder gedocumenteerd. Voor de auteurspoëtica van Demedts is het van belang de creatieve en kritische productie in Tydskrif vir Letterkunde te onderzoeken. Botha benadrukt dat het “klein essay” met de titel ‘Waarover en waarom ik schrijf’ (juni 1960) en opgedragen aan Abel Coetzee kan worden gelezen als “’n kort begrip van Demedts se kunsopvatting en literêre praktyk, deur sy hele omvangryke oeuvre heen. Die eerbied van Demedts vir sy voorgeslag en sy deernis met sy medemens, sy hartstogtelike vaderlandsliefde – dit alles bind hy saam in die uitspraak: ‘Ik kan de wereld niet bekijken als een schouwspel waarvoor ik geen verantwoordelijkheid draag. Ik moet spreken voor degenen die arm en verdrukt zijn, voor de misdeelden en de verontrechten. Maar meteen moet ik opkomen voor de plicht tot arbeid en gemeenschapzin, voor eerlijkheid en adel van gemoed, wilskracht en drang naar grootheid”. Botha spreekt over de Tydskrif-bijdragen als “’n kristal van sy skrywerskap”. Deze beschouwing nodigt uit de bijdragen van Demedts te verzamelen en grondiger te bestuderen. Naast de poëticaal-beschouwende tekst en de al eerder vermelde kritieken en verhalen moet ook de netwerkfunctie worden beschreven. Botha noemt ook nog Rose Gronon, Marnix Gijsen (‘Londense dagen, 1925’, november 1974), Julien van Remoortere en Johan Daisne als medewerkers aan het Tydskrif.

Demedts lidmaatschap van de “skakelredaksie” is behouden toen (Coenie) Rudolph in mei 1966 het hoofdredacteurschap van de hoogleraar Coetzee overnam. Hij trad als al intermediair die kopij van Vlaamse schrijvers aanbood en commentaren schreef over ‘moderne poëzie in Vlaanderen’. De verdiensten voor die bemiddelaarswerkzaamheden zijn gehuldigd in Zuid-Afrika: eerst het erelidmaatschap van de Afrikaanse Skrywerskring en later een erepenning van de Federasie van Afrikaanse Kultuurvereniginge (FAK). Vanaf februari 1989 wordt die rol overgenomen door de Leuvense hoogleraar Marcel Janssens, waarover méér in Elize Botha’s getuigenis. Ter gelegenheid van Demedts’ tachtigste verjaardag schreef hij een huldeartikel (8 augustus 1986).

Lage Landen Studies

Voor een literatuurgeschiedenis met aandacht voor sleutelfiguren en institutionele interacties tussen Afrikaans en Nederlands zijn ook tijdschriften van belang. Tydskrif vir Letterkunde heeft jarenlang ruimte geboden voor de verbintenis met Vlaanderen. Demedts is een van de bruggenbouwers die Vlaamse schrijvers introduceerde in Zuid-Afrika en rapporteerde over “moderne” tendensen in de contemporaine Vlaamse literatuur. In het geplande boek Cultuurtransmissies tussen Afrikaans en Nederlands. De rol van intermediërende actoren (red. Alwyn Roux en Yves T’Sjoen) worden gevalstudies gepresenteerd op het kruispunt tussen en over de interacties van twee literaire systemen. Het boek dat verschijnt in de reeks Lage Landen Studies (Academia Press) bundelt casestudies die het grensverkeer laten zien in de twintigste en vroeg-eenentwintigste eeuw tussen het Nederlandse taalgebied – méér dan de Lage Landen – en de Afrikaanse cultuurgemeenschap in Zuid-Afrika. Het korte panorama van Elize Botha over verbintenissen met Vlaanderen is een waardevolle aanzet voor een grondiger studie over Demedts’ bemiddelende rol en de wijze waarop hij verhalen construeerde over Vlaamse letteren voor een Afrikaans publiek.

Bronnen:

Elize Botha, ‘Die Tydskrif vir Letterkunde en die Vlaamse verbintenis’, in Tydskrif vir Letterkunde 36(4)/37(1), november 1998/februari 1999, blz. 1-10.

Herman de Coninck, ‘André Demedts (1906-1992). “Dat zijn van die boze vragen!”’, in Idem, Onder literatoren. Vijfentwintig schrijversinterviews. Thomas Eyskens en Piet Piryns (red.), De Arbeiderspers, Amsterdam/Antwerpen, 2022, blz. 79-88.

De jaargangen van Tydskrif vir Letterkunde zijn beschikbaar voor onderzoek in tal van bibliotheken in Zuid-Afrika, maar in zoverre ik weet nog steeds niet gedigitaliseerd. De briefwisseling van André Demedts wordt bewaard in het Letterenhuis (Antwerpen).

De oproep voor bijdragen kan hier worden gelezen: https://neerlandistiek.nl/2022/03/call-cultuurtransmissie-tussen-afrikaans-en-nederlands/

  • 0
Top