Burgerschap als schoolvak

  • 0

Arie Slob / Foto: Anne Paul Raukema [CC BY-SA 3.0], via Wikimedia Commons

Al zo’n twaalf jaar is burgerschap een verplicht vak in het Nederlandse basis- en voortgezet onderwijs. Toch blijken Nederlandse scholieren weinig af te weten van belangrijke thema’s als democratie, gelijkheid en de werking van de rechtstaat. Daarom presenteerde minister Arie Slob dinsdag een wetsvoorstel waarin de inhoud van het burgerschapsonderwijs strenger wordt gereguleerd.

Scholen verkeerden lang in onzekerheid over de vraag waar burgerschapsonderwijs nou precies over moest gaan. Met één lesuur per jaar zouden ze al aan hun plicht hebben voldaan. Natuurlijk komen aspecten van burgerschap op de meeste scholen vanzelf aan de orde tijdens de mentorlessen en bij vakken als maatschappijleer, biologie en Nederlands. Maar internationaal onderzoek heeft uitgewezen dat Nederlandse scholieren er minder van afweten en er minder waarde aan hechten dan hun leeftijdsgenoten in andere Europese landen. Uit een rapport van de Inspectie voor het Onderwijs blijkt verder dat de aanpak van het burgerschapsonderwijs in Nederland vaak ongestructureerd is, ineffectief en sterk afhankelijk van de stokpaardjes van individuele docenten.

In een toelichting bij het wetsvoorstel dat hij dinsdag 5 juni presenteerde, schrijft minister Arie Slob van Basis- en Voortgezet onderwijs dat burgerschapsonderwijs noodzakelijk is omdat kinderen van huis uit niet altijd kennis en respect meekrijgen voor de basiswaarden van de Nederlandse samenleving. “De huidige situatie van toenemende spanningen en afnemende binding onderstreept de noodzaak van een prominentere positie van burgerschap in het lesprogramma van het primair en voortgezet onderwijs.” Slob wijdt dit onder meer aan “het afkalven van sociale verbanden zoals kerken en verenigingen, individualisering en de komst van migranten uit landen zonder democratische traditie” (Trouw, 5 juni 2018).

In het wetsontwerp staat dat burgerschapsonderwijs “actief burgerschap” en “sociale cohesie” op doelgerichte en samenhangende wijze moet bevorderen. Het moet ten eerste gericht zijn op het bijbrengen van respect voor en kennis van de basiswaarden van de democratische rechtsstaat, zoals verankerd in de Grondwet en de universeel geldende fundamentele rechten en vrijheden van de mens. Ten tweede moet burgerschapsonderwijs ook gericht zijn op het ontwikkelen van de sociale en maatschappelijke competenties die de leerling in staat stellen deel uit te maken van en bij te dragen aan de Nederlandse democratische samenleving. Om dit mogelijk te maken, is het nodig dat er op school een cultuur heerst waarin die basiswaarden worden gerespecteerd en waarin de leerlingen hier actief mee kunnen oefenen.

Scholen en onderwijsorganisaties hebben over het algemeen positief op het voorstel gereageerd. Ze zijn blij met deze heldere richtlijnen. Die zijn ook heel wat zinvoller dan de proefballonnetjes die tijdens de verkiezingscampagne in 2017 werden opgelaten. Toen ging het onder meer over de terugkeer van het “Wilhelmus” in het onderwijs en de verplichting dat elk schoolkind het Rijksmuseum zou moeten bezoeken.

De vrees dat de minister zich zou gaan bemoeien met de vrijheid van onderwijs, bleek ongegrond. Het staat scholen nog steeds vrij om zelf te besluiten hoe ze de les aanpakken en welke methodes en leermiddelen ze daarbij willen gebruiken.

Toch is er wel een beperking. Toen minister Slob in een interview, bij wijze van voorbeeld, werd gevraagd of christelijke en islamitische scholen nog steeds zelf mogen bepalen hoe ze voorlichting geven over homoseksualiteit, antwoordde hij: “De universele rechten van de mens en de grondwet moeten leidend zijn. Het uitdragen van de basiswaarden van de democratische rechtsstaat, dat is wat we van scholen vragen. Een belangrijke basiswaarde in het onderwijs is dat mensen verschillend mogen zijn en dat we respect moeten hebben voor elkaar.” (Trouw, 5 juni 2018)

Binnen de grote herziening van het primair en voortgezet onderwijs die momenteel aan de gang is (curriculum.nu), is burgerschap een belangrijk thema. De presentatie van het wetsontwerp was tevens het startsein voor een brede internetconsultatie over burgerschapsonderwijs die nog tot 3 juli duurt.

  • Klik hier voor de tekst van het wetsvoorstel en de internetconsultatie.
Buro: IG
  • 0
Top