Door kunsten betere mensen: Marlene le Roux en "die dansende taal"

  • 0

Als ze een prijzenkast in huis heeft moet die uitpuilen en onlangs is er weer een prijs aan toegevoegd: de prestigieuze Fair Saturday Award die op 24 juni in het Guggenheim Museum in Bilbao (Spanje) aan haar werd uitgereikt.

Marlene le Roux, directeur van Artscape/Kunstekaap in Kaapstad maakte van de gelegenheid gebruik om ook andere vrienden en instellingen in Europa te bezoeken.

Op dinsdagavond 2 juli was ze te gast in het Zuid-Afrikahuis in Amsterdam. “Ik sta hier niet voor mezelf, maar voor al die mensen, bruin, wit en zwart, arm en rijk, die achter mij staan, met wie ik werk, die naar mijn voorstellingen komen uit mijn geliefde land Zuid-Afrika,” zei ze met haar bekende, stralende lach.

Maar ook kwam Marlene heel specifiek om wat meer te vertellen over de voorstelling Katrina: Die dansende taal, een voorstelling over “ouma” Katrina Esau, laatste spreker van de San-taal Nǀuu.

Een avond met Marlene le Roux is een belevenis op zich en het volgepakte Zuid-Afrikahuis dampte van de schaterende lach die Marlene zo’n innemende en kenmerkende persoonlijkheid maakt. Ze heeft ook wat te vertellen.

Marlene le Roux en Bart Luirink (Foto: Hans Mooren)

Dan gaat het niet alleen over wat ze met Artscape, het grootste theater van Kaapstad doet, maar ook over haar persoonlijke geschiedenis. Marlene kreeg als baby van drie maanden oud polio omdat ze niet was ingeënt.

Kleurrijk en indrukwekkend vertelt ze over haar jeugd en over haar moeder en oma, hoe die met haar naar het ziekenhuis gingen voor een behandeling. “Het waren sterke vrouwen die niet over zich lieten lopen. Maar dan waren we eindeloos op reis geweest, eerst lopen naar de dichtstbijzijnde trein, een paar keer overstappen en na een uur of vier zat je dan eindelijk in een haveloze wachtruimte van een ziekenhuis die naar urine stonk. Okay, en dan kwam de dokter met een paar studenten. Niet ook maar één gebaar of een groet van ‘goedemorgen dames’ kon er van af. De dokter sprak alleen maar met z’n studenten over het poliogeval, wat er mis was, wat er mankeerde, wat er misschien moest gebeuren en daarna vertrokken ze weer. Dat maakte indruk op mij, want waarom waren mijn moeder en oma opeens zo bescheiden? Waarom zeiden ze niks? Niet een kik gaven ze! Later realiseerde ik me dat dát Apartheid was. Vrouwen die sterk waren, die probeerden hun leven op de rit te houden waren niets in de ogen van een blanke arts, alleen maar omdat ze arm en kleurling waren. Maar nogmaals, waarom zeiden ze niets? Heel simpel, omdat Apartheid vooral psychisch is. Mensen accepteren de verdeeldheid omdat ze dat gewend zijn en de schijnbare vanzelfsprekendheid niet ter sprake durven te brengen. Neem bijvoorbeeld de gescheiden kerken, de NG Kerk (de ‘witte’ kerk) en de VG Kerk (de ‘kleurlingenkerk’). Ik heb dat nooit begrepen.”

Maar Marlene maakte van de nood een deugd – het is een understatement. “Later dacht ik: ik ben okay met polio en we kregen altijd tweedehands kleren. Ik koos de mooiste jurken uit en speelde er een beetje toneel mee, want ik hield van drama.”

Leonie Verburg, Marlene le Roux en Bart Luirink (Foto: Hans Mooren)

Die instelling is tekenend voor de Artscape directeur: ze ziet altijd mogelijkheden, ze weet altijd sfeer te creëren. Marlene: “Artscape was een groot en wonderlijk gebouw van veel beton waar vroeger alleen maar witte mensen kwamen. Toen ik eenmaal directeur was, besefte ik dat ook als ik  heel erg m’n best zou doen, het niet vanzelfsprekend was dat een nieuw [lees: gekleurd] publiek zou komen. Het ging immers om een gebouw waar tot voor kort niet iedereen welkom was. En wat doe je met een orkest dat uitsluitend uit blanke musici bestaat? Ik nodigde speciale groepen mensen uit, bijvoorbeeld oudere kleurlingen. Wat bleek? Toen ze éénmaal in hun stoel zaten gingen de tassen open en kwamen de etensblikken te voorschijn. Ze waren niet gewend om uit te gaan, ze waren nooit in een restaurant geweest. Als je een uitje had, of je ging op reis, dan nam je je eigen eten mee! Dus dan zei ik niet: mensen, dat is verboden, want het was ook voor mij weer een eye-opener. En hoe probeer je mensen uit de Moslim-gemeenschap naar het theater te krijgen? Door ervoor te zorgen dat er ook een gebedsruimte is. Tegelijkertijd wilde ik de traditionele bezoekers, mensen die bijvoorbeeld naar een klassiek concert kwamen niet weg jagen, integendeel. Maar het theater heeft meerdere voorstellingsruimtes en als er pauze is, heeft iedereen pauze. Dan loopt alles en iedereen door elkaar heen en iedereen komt elkaar tegen.”

Volgens Marlene heeft veel, zo niet alles te maken met onderwijs en opvoeding. “Het is te makkelijk om te zeggen: er zijn geen zwarte violisten, dus geven we een viool aan een zwart iemand, geven hem of haar een cursus en na een paar jaar is het zo ver. Nee, er is een hele lange weg te gaan. Wie violist wil worden, begint al op jeugdige leeftijd, oefent iedere dag, neemt daar de tijd voor, heeft een plekje waar hij of zij kan spelen, wordt begeleid. Om nog maar te zwijgen van het geld dat nodig is.”

Marlene, ooit zelf uit het onderwijs afkomstig, vind dan ook dat Artscape een opvoedkundige taak heeft. Niet alleen geeft Artscape veel ruimte aan beginnende groepen kunstenaars, ook wordt ervoor gezorgd dat de drempel laag is, letterlijk en figuurlijk, met bijvoorbeeld gratis lunchvoorstellingen.

Naast haar werk als Artscape directeur is ze ook actief voor het SBA, de Stigting vir Bemagtiging deur Afrikaans. Ook daar kijkt ze op een positieve wijze naar de mogelijkheden die taal te bieden heeft. Waar veel mensen binnen de Afrikaanstalige wereld somber zijn over het Afrikaans dat onder druk staat, is Marlene le Roux trots op Zuid-Afrika, het land van de elf officiële talen. “En binnenkort wordt daar gebarentaal aan toegevoegd, en zijn we een land van twaalf talen,” zegt ze enthousiast.

De waterval die de sprankelende Marlene over het ademloos luisterende publiek op 2 juli heenstortte zorgde er bijna voor dat ze niet toekwam aan het speciale onderdeel waar ze voor gekomen was, en gespreksleider Bart Luirink moest haar even fijntjes tot de orde roepen. 

Katrina: Die dansende taal, een voorstelling over “ouma” Katrina Esau, laatste spreker van de San-taal Nǀuu, laat zien hoe belangrijk taal is en wat er gebeurt met iemand in de wetenschap dat wanneer die persoon komt te overlijden, de taal met haar overlijdt.

“Wanneer er nog maar één persoon is die een taal spreekt,” aldus Marlene, “dan betekent dat dat er een gemeenschap is geweest die deze taal heeft gesproken. Het gaat dus om de communicatie tussen mensen. In zekere zin hebben we dat in de voorstelling bij elkaar proberen te brengen. In de voorstelling van componist Coenie de Villiers en choreograaf Kirvan Fortuin wordt het leven en de taal van Ouma Katrina Esau vertelt. Ouma Katrina probeert in Upington, in de Karoo waar ze woont, de taal levend te houden door ook een beetje onderwijs te geven aan kinderen zodat de taal niet helemaal verloren gaat. En toen Coenie de Villiers bij haar op bezoek was geweest, heeft hij er voor gezorgd dat de kinderen van de school tenminste één maaltijd per dag zouden krijgen. En Ouma Katrina een pensioen. Want op een lege maag kun je geen kunsten maken,” sloot Marlene af, waarna ze op een daverend applaus werd getrakteerd.   

Buro: GvdB
  • 0
Top