Guido Gezelle en Zuid-Afrika (Deel 2): "Die nasionale digter van Vlaandere in ons verre Suid-hoek"

  • 0

Guido Gezelle en Zuid-Afrika

Bronnenmateriaal in het Guido Gezellearchief van de Openbare bibliotheek in Brugge voegt een voetnoot toe aan de uitgebreide Gezellestudie. Naast gegevens over Gezelles verhouding tot de “Afrikaner Boer” en zijn bespiegelingen over het “Afrikaansch vlaams” in Zuid-Afrika komt in dit tweeluik over de Vlaamse pastoor en de Dietse uiterwaarden ook het Kaapse eeuwfeest in 1930 ter sprake.

Deel 2

Gezelles eeuwfeest in de Kaap

’t Jaer 30

Het Gezellearchief bracht mij op nog een ander spoor van Gezelle in Zuid-Afrika. In het honderdste geboortejaar van de priester-dichter zijn niet alleen vieringen georganiseerd in Vlaanderen, in Nederland en Frans-Vlaanderen, ook in Zuid-Afrika. Het eeuwfeest is op 1 mei 1930 van start gegaan in Stellenbosch, later volgden nog bijeenkomsten in Kaapstad en elders. Op uitnodiging van de plaatselijke Afrikaanse Kultuurvereniging in Stellenbosch (enkele maanden voor de oprichting van de landelijke ATKV) sprak E.C. Pienaar, hoogleraar Afrikaans en Nederlands, over leven en werk van de dichter. Pienaar, gepromoveerd op het proefschrift Taal en poësie van die tweede Afrikaansche taalbeweging (1919), was de begeleider van Anna de Villiers’ masterscriptie (over Gezelle in de Vlaamse letterkunde) en haar PhD Die Hollandse Taalbeweging in Suid-Afrika. Gezelle werd al langer aan Zuid-Afrikaanse universiteiten gelezen en bestudeerd.

Op diezelfde Gezelleavond in de faculteit letteren, op de Dag van de Arbeid, nam ook de geschiedkundige Willem Blommaert, Vlaams rector van de Universiteit Stellenbosch, het woord. Studenten droegen bij die gelegenheid gedichten voor. Enkele dagen later, op 5 mei, publiceerde de katholieke Vlaamse krant De Standaard een huldebetoon uit Zuid-Afrika, waarin sprake is van “Stam- en Taalgenote” in het teken van de “Dietse Kultuur”. Het hoogtepunt van de Gezelleherdenking moest dan nog komen. Meer bepaald per schip, met de Njassa, die volgens een krantenbericht op 22 juli 1930 aanmeerde in Kaapstad. Twee Vlaamse professoren waren in Europa ingescheept: Modest Lauwerys, voorzitter van de Antwerpse tak van het Algemeen-Nederlands Verbond en docent aan het Antwerps muziekconservatorium, en Marcel Breyne, beiden vergezeld door hun echtgenote. Voor Modest, voordrachtkunstenaar en toneelvernieuwer in Zuid-Afrika, was het volgens een ander persartikel diens derde reis naar de Unie van Suid-Afrika. M.R. Breyne, docent Nederlands-Afrikaans verbonden aan de Universiteit van Berlijn, trok voor een jaar naar Zuid-Afrika. Aan het Universiteitscollege van Pieter-Maritzburg, in het toenmalige Natal, verving hij Gerrit Besselaar, die op zijn beurt naar Duitsland reisde. In Die Burger is op 11 augustus 1930 gerapporteerd over een publiek optreden van Modest Lauwerys in Kaapstad; op 12 september berichtte De Standaard over de naar verluidt geslaagde Gezellevoordracht (‘Gezelleroem in Zuid-Afrika’). Lauwerys las gedichten van Gezelle en Albrecht Rodenbach én van Zuid-Afrikaanse schrijvers. In berichten in De Standaard wordt gewag gemaakt van volle zalen en een publiekssucces.

Wat beslist nader onderzoek verdient, naast dit feitenrelaas, is de aandacht in Zuid-Afrika voor Gezelles werk. Bekend zijn de studies van E.C. Pienaar (over de invloed van Gezelle op de dichters van de tweede Afrikaanse taalbeweging) en bijdragen van C.M. van den Heever. Wat in het receptieonderzoek verder aandacht moet krijgen is het artikel van J. Dekker (Potchefstroom) in het weekblad Die Huisgenoot (21 februari 1930), over de invloed van Gezelle op de “ouer digters” in het Afrikaans: “in ons land seker een van die mees gelese Dietse woordkunstenaars”. Dekkers bijdrage is opgemerkt door de redactie van De Standaard (16 maart). Precies zoals Van den Heevers bloemlezing uit Gezelles lyriek, besproken in De Standaard van 13 mei 1934. In de rubriek ‘Kunst- en Geestesleven’ wijdde Jan Grauls, samensteller van Dichters uit Zuid-Afrika (1919), volgens de Nieuwe Encyclopedie van de Vlaamse Beweging “de belangrijkste promotor van de Afrikaanse letterkunde in Vlaanderen tijdens het interbellum” en na de Tweede Wereldoorlog veroordeeld voor collaboratie, een recensie aan de anthologie. Hij besteedde in zijn bespreking aandacht aan het boek van Van den Heever over Totius (met een hoofdstuk over Gezelle, 1932) en de Gezellebundel in de reeks ‘Uit die Dietse Boord’ (Boomgaard), uitgegeven door J.H. de Bussy (Pretoria/Kaapstad). De reeks presenteert literatuur in Nederland en Vlaanderen voor een Afrikaanssprekend lezerspubliek. Van den Heever, zo memoreert de recensent Grauls, was na zijn universitaire studies in Bloemfontein enkele jaren in Nederland op bezoek, waar hij in Utrecht het doctoraat behaalde. Bij de onthulling van het standbeeld van Gezelle in Brugge vertegenwoordigde hij Zuid-Afrika en nam er het woord.

Casus voor vergelijkend onderzoek

Dergelijke feiten en bronnen, zoals gepresenteerd in delen 1 en 2 van mijn Gezellekroniek, kunnen het onderwerp zijn van een onderzoek waarin de aandacht in de katholieke pers (maar ook in liberale periodieken) voor Gezelle in Zuid-Afrika, bijvoorbeeld naar aanleiding van het eeuwfeest, de aandacht krijgt. In archivalia, zoals van Modest Lauwerys en C.M. van den Heever, moeten bronnen traceerbaar zijn die culturele banden tussen Gezelle(receptie) en Zuid-Afrika verder documenteren. Met name de cultuurpolitiek-ideologische framing van Gezelle in het Dietse discours en door eurocentrisch georiënteerde Afrikaners in Zuid-Afrika nodigt uit tot grondiger onderzoek. Ik heb hier hoogstens een aanzet geformuleerd.

Met dank aan Els Depuydt, wetenschappelijk medewerker Guido Gezellearchief (Openbare bibliotheek Brugge) en het krantenarchief van de Koninklijke Bibliotheek van België.

Dank voor de kritische lectuur aan Daniel Hugo en Prof Jaap Steyn.

Lees ook:

Guido Gezelle en Zuid-Afrika: "Die nasionale digter van Vlaandere in ons verre Suid-hoek"

  • 0
Top