Het luisterrijke verhaal van de Bourgondische Nederlanden

  • 0

De geschiedenis van de Bourgondische Nederlanden is een verhaal van pracht en praal over het land der ijdelheden en het land van de vette fazant. 

De auteur Bart van Loo is geen historicus zoals Johan Huizinga maar een meesterlijke verteller die in zijn nieuw boek dit land weer deed glanzen en ons laat leven in Brussel of in Rijsel, in het rijke Brugge of in het rebelse Gent, aan de hoven van de beroemde Bourgondische hertogen die hier in onze gewesten heersten tot ongeveer na de dood van Karel de Stoute. 

Het idee van de soevereine staat van De Lage Landen (veel groter en ruimer dan de huidige Benelux) zou dus zonder meer een puur Bourgondische uitvinding zijn. Zijn magnum opus bevat meer dan zeshonderd bladzijden waarvan niet één bladzijde ons heeft verveeld.  

De ondertitel van dit magistrale boek luidt dan ook niet voor niets “Aartsvaders van de Lage Landen”.

En het hele verhaal begon eigenlijk met de kleine Germaanse stam van zwervende Germanen die het kleine eiland Bornholm (Burgundarholm) in de Oostzee voorgoed achter zich lieten en door de donkere wouden van Germania zwierven om evenals andere Germaanse stammen zoals de Franken, de Goten, de Alemannen en de Sueviërs in de eerste eeuwen van onze tijdrekening de brede Rijn (een natuurlijke grens) over te steken.

Het huidige Bourgondië werd dan uiteindelijk hun oude kernland waar zij zich vestigden. Hoe Bourgondië zo verstrengeld raakte met Vlaanderen, Henegouwen, Holland, Zeeland en Brabant is een verhaal van erfenissen en dus huwelijken binnen de toen nog oppermachtige adelstand (de clerus en de stedelijke burgerij waren minder sterke medespelers) in het noordwesten van Europa.

De eerste stoute hertog

De hertog Filips de Stoute (1363–1404) die huwde met Margaretha van Male; de dochter van Lodewijk van Male (in het nog steeds bestaande kasteel van Male bij Brugge, 1330 – Rijsel, 1384), de krachtige graaf van Vlaanderen kon na de dood van deze schoonvader al dadelijk denken aan een belangrijke gebiedsuitbreiding voor zijn almaar groter, machtiger en rijker wordende hertogdom.

Bart van Loo verdeelde na zijn geestige proloog zijn lijvig boek over vijf grote delen: Het vergeten millennium (406-1369, De Bourgondische eeuw (1369-1467), Het fatale decennium (1467-1477), Een beslissend jaar (1482), Een gedenkwaardige dag (20 oktober 1496) met kleine verrassend levendige hoofdstukjes die aan elkaar werden gelast als pronkstukken of parels genaaid op een laatmiddeleeuws kleed en waaruit ik herhaaldelijk zou willen citeren omdat deze auteur zeker geen saaie stijl heeft, maar een scherpe pen en een scherp oog.

En zoals de Nederlandse historicus Frits van Oostrom schrijft: “Honderd jaar na Huizinga’s magistrale Herfsttij der Middeleeuwen, vertelt Bart van Loo een nieuw verhaal over Bourgondië. Het politieke en het persoonlijke, economie en cultuur, geloof en geweld, slagen en falen, grote ontwikkelingen en pikante details – het zit er allemaal in.”

Karel de Stoute

En ik zal deze historicus van wie ik het boek Nobel streven (Amsterdam, 2017) ooit recenseerde zeker niet tegenspreken.

Maar terug naar de stoute (stout als bijvoeglijk naamwoord in de betekenis van vermetel, dapper, trots en sterk) Bourgondische hertogen want na deze hertog kwam Jan zonder Vrees en dan Filips de Goede om dan uiteindelijk te belanden bij het leven van Karel de Stoute (in Frankrijk beter bekend als Clarles le Téméraire), de gevreesde groothertog van het Westen die stierf in de sneeuw op 5 januari 1477 op het slagveld bij de belegering van Nancy door een bijlslag van een Zwitser of een Eedgenoot.

Ziehier hoe Bart van Loo deze dood beschrijft: “De razende Zwitsers achter hem herkenden de in de sneeuw gevallen man niet. Een strijdbijl werd geheven.

Misschien dat hij net als zijn grootvader Jan zonder Vrees op zijn rug lag en zijn einde recht in de ogen kon kijken. De brug van Montereau, de sneeuw van Nancy.

Twee Bourgondische sleutelmomenten, telkens dezelfde afloop. Een kreet, een laatste schermutseling. Karel moet op slag dood zijn geweest.”

De zwarte Dood

En ik wou eraan toevoegen de sluwe Franse koning Lodewijk X en al zijn andere vijanden moeten na het bericht van zijn dood wel zeer opgelucht zijn geweest.

Daarna kwam nog het rijk van de dood of Magere Hein die zich als de zwarte pest over de Lage Landen had verspreid want het jaar 1481 was een dodelijk jaar en de auteur schrijft: “In dat jaar hield de pest inderdaad lelijk huis in de Lage Landen. Van Ieper, Brugge, Turnhout via Durbuy, Luik en Maastricht tot in Friesland. De nieuwe uitbraak van de zwarte dood kwam er na een uitzonderlijk pittige winter.”

Bart van Loo (Foto: Koen Broos [CC BY-SA 4.0], via Wikimedia Commons)

En zo vergeten wij als lezers even de schilderijen van de gebroeders Jan en Hubert van Eyck, van Hans Memling en Rogier van der Weyden en de beelden en de doopvont van de in Haarlem geboren Klaas Sluter.

We vergeten even de schitterende boekminiaturen en de wonderlijke Vlaamse muziekpolyfonie en alle andere kunstuitingen uit die zo bloeiende en soms ook bloedige tijd.

We vergeten even figuren als Roeland van Uutkerke en Jacob en zijn zoon Filips van Artevelde, de ruwaard van Vlaanderen. En alle andere historische figuren die in dit lijvige maar prachtige boek voorkomen.

We vergeten even de Vrede van Atrecht (het huidige Arras) maar laten we vooral de ooit zo mooie Bourgondische droom niet vergeten die hier zowel in het Frans als in het Diets in onze Prinsenhoven en in de hoven van deze hertogen luidop en luisterrijk werd gedroomd.            

.........................................

De Bourgondiërs, Bart van Loo, mooi geïllustreerd met foto’s van portretschilderijen, met kaarten, stambomen van vorstenhuizen, een uitgebreid notenapparaat, een chronologie en een personenregister, Amsterdam: De Bezige Bij, 2019, 607 blz., 34,90 euro, een harde kaft en een leeslint, SBN 789403 139005.

.........................................

Buro: MV
  • 0
Top