Het volkscafé als patrimonium

  • 0

De ene vindt er maar niets aan, terwijl het voor de andere erg gesmaakte vintage is, erfgoed zelfs. Het “volkscafé” is misschien geen Vlaamse exclusiviteit, maar de manier waarop men het in het Zuidelijk deel van de Lage Landen invult  is wél vrij uniek. Alleen, dit type kroeg is met verdwijnen bedreigd. Een gesprek met “verzetsheld” Jan Van den Bossche. 

De Tijger in Jabbeke (West-Vlaanderen). Sinds juni gesloten en meteen afgebroken om plaats te maken voor appartementen

Bekijken we het op een Europese schaal, dan blijkt Vlaanderen een van de plekken te zijn met de meeste cafés per inwoner. Kroegen, zeg maar. Of schenkhuizen zo u verkiest. De synoniemen zijn legio, maar vrijwel allemaal dekken ze een vergelijkbare lading. Openbare gelegenheden waar je terecht kan voor een verversing dus.

De officiële cijfers liegen er niet om. Tijdens de voorbije 22 jaren daalde het aantal kroegen in België van 29.860 naar 14.920 stuks. Ongeveer een halvering. Er zijn ook nieuwe gelegenheden die de deuren openen, maar minder dan vroeger. In 2008 openden in Vlaanderen 1.163 nieuwe cafés, maar in 2016 was dit aantal gezakt naar precies 976. Opvallend en tegelijk erg tekenend voor de trend is het aantal zaken dat op de fles gaat. De Federale Overheidsdienst Economie noteerde tijdens de eerste zeven maanden van dit jaar 185 “drinkgelegenheden” in faling, wat neerkomt op ongeveer één per dag. In diezelfde periode gingen 26 autohandelaars en 18 bakkers failliet. De sector krijgt klappen, maar stabiliseert zich. De blijvers blijken immers een grotere omzet neer te zetten. In diezelfde periode 2008-2016 steeg die met 35%. Tot daar de context.

Toeristenhuis in Lapscheure (West-Vlaanderen): bestaat nog

Sportlokaal in Oostham (Limburg): bestaat nog

Uit hobby gegroeid

En tegen deze achtergrond neemt auteur, oud-leraar en vooral erfgoedminnaar Jan Van de Bossche het op voor dat apart soort kroeg, volkscafé genaamd. Zijn interesse hiervoor, zo blijkt, kwam er via een andere hobby. “Samen met enkele vrienden maakten we regelmatig wandelingen waarbij de focus steeds lag op archeologie, het industrieel verleden, dat soort van zaken, kortom wandelingen met een cultureel doel (lacht)”, legt hij uit. “Afsluiten deden we steevast in een of ander leuk café in de buurt. Stilaan groeide ook de belangstelling hiervoor, in het bijzonder dan voor kroegen die je als volkscafé kan bestempelen. Er waren er vroeger beduidend meer dan vandaag. Erg jammer is die teloorgang, alleen, wat doe je eraan? Hoe kan je er de aandacht op vestigen? Per slot van rekening hebben we het hier over iets dat zijn volwaardige plaats in ons cultureel patrimonium heeft.”

Definitie

In Vlaanderen kan vrijwel iedereen zich wel een beeld vormen van wat nu precies een volkscafé is.

Maar definieert u dit eens voor een Nederlands en zeker Zuid-Afrikaans publiek? “Een pasklare definitie is er op zich niet, wel zijn er enkele typische terugkerende kenmerken”, antwoordt Van den Bossche.

“Het beste kan je er wat foto’s bijnemen. Dit soort cafés is mijlenver verwijderd van een hippe lounge. Het doet allemaal wat ouderwets aan, er wordt vooral gekletst en gedronken, muziek zal er niet gespeeld worden. Bezoekers zijn doorgaans vaste stamgasten, waardoor het vooral een plaats is waar heel wat sociale interactie plaatsvindt. De prijzen liggen laag, het debiet van het bier veelal groot. Vaak zal je er oude volksspelen aantreffen. Indien er voldoende ruimte is misschien een biljarttafel, en steevast wat we in Vlaanderen een ‘vogelenpik’ tegen de muur noemen, ook wel bekend als darts. Eerder zal je er een houten dan een gemetste toog vinden, maar er zijn uitzonderingen die de regel bevestigen. Maar zoals gezegd: er bestaat niet zoiets als een checklist met kenmerken waarmee bepaald kan worden of een café al dan niet dat predicaat volkscafé verdient. En misschien nog een een kenmerk, en dit brengt ons onmiddellijk bij de problematiek van het verdwijnen van dit soort schenkhuizen: de uitbater of uitbaatster is vaak erg oud. Het vinden van een opvolger is een torenhoog probleem. Te vaak vindt men er geen, waardoor de sluiting onvermijdelijk wordt. Dit probleem stelt zich scherper in meer landelijke gebieden. In steden oogt het plaatje wat gunstiger, daar merk je dat het vaak jongere mensen zijn die de stap wagen.”

De Specht in Zandvliet (Antwerpen): bestaat nog

Overheid sensibiliseren

“Er zijn verschillende redenen waarom we ons verzetten tegen het verdwijnen van dit soort cafés”, vervolgt Jan Van den Bossche. “Ze zijn de weerspiegeling van een ander tijdperk, een historisch artefact om te koesteren. Maar er zit ook een erg sociale dimensie aan. Voor een heel publiek, veelal oudere mensen, is het de plek waar ze andere mensen ontmoeten en spreken. Sluit het café de deuren, dan verdwijnt vaak ook hun sociaal leven. Nu wil ik niet gezegd hebben dat dit soort gelegenheden enkel door senioren bezocht wordt, het tegendeel is waar. En net die interactie tussen de verschillende generaties maakt het best prettig. Maar voor wie minder mobiel is en van zijn pensioen geniet, vervult het volkscafé veelal een andere rol natuurlijk.”

Alleen, de teloorgang tegengaan, hoe doe je dat? “Sensibilisering, zeker bij plaatselijke overheden, is ons belangrijkste wapen. Om te beginnen werken we aan het oplijsten van de volkscafés in Vlaanderen. Mijn zoon, die student-fotograaf is, heeft er ook heel wat gefotografeerd. Natuurlijk de trend is wat hij is en het aantal cafés als dusdanig gaat in dalende lijn. Maar toch, dergelijke kroegen kan je toch niet met een doorsnee brasserie vergelijken. Wanneer we gemeentebesturen wijzen op een bepaald café waarvan de sluiting dreigt, krijgen we vaak als antwoord dat het niet de taak van een gemeente is een café uit te baten, of op zijn minst het nodige te doen opdat het open zou kunnen blijven. Klopt. Maar die gemeente heeft wel een plicht om over het patrimonium te waken, roerend en onroerend. Net zoals ‘sociale zaken’ een bevoegdheid is. Er is aandacht voor senioren, rusthuizen, en dergelijke. Ook een volkscafé speelt hierin een aparte rol.”

America in Dikkebus (West-Vlaanderen): bestaat nog

De Kerselaar in Ieper (West-Vlaanderen): bestaat nog

Café met andere diensten

“Een mooi voorbeeld van hoe het wél kan levert ons de gemeente Lennik”, stelt Van den Bossche. “Enkele jaren geleden zag het ernaar uit dat herberg Het Klosken ten dode opgeschreven was. Het prachtige pand in de dorpskern moest plaats maken voor appartementen. Na protestactie van dorpsbewoners en klanten stuurde het gemeentebestuur de plannen bij. Het pand bleef bewaard en de gemeente zocht nieuwe uitbaters voor het populaire café. Of neem wat in het West-Vlaamse Schuiferskapelle gebeurde waar het plaatselijke bankfiliaal verdween. De eigenaars van het pand kwamen tot de vaststelling dat er in hun dorp geen enkele ontmoetingsplaats meer was en besloten om het gebouw zijn ontmoetingsfunctie terug te geven. Sedert een drietal jaren veranderde de vroegere bank in een volkscafé annex kruidenier, toeristisch infokantoor waar de dorpsbewoners erg blij mee zijn.”

“Een leuke ontwikkeling die je op een aantal plaatsen ziet zijn de zogenaamde zondagcafés”, besluit Jan Van den Bossche. “Op plaatsen waar het laatste café vaak de deuren heeft gesloten, zoeken vrijwilligers een geschikt pand om dan enkel op zondag te openen. Dat kan in een oud gemeentelijk gebouw zijn, een Parochielokaal, maar soms ook een oud gesloten café. Het vervangt natuurlijk nooit ten volle een volkscafé dat de hele week door open is. Maar beter dit alternatief dan niets.”

  • Deze fotos zijn van de hand van Jef Van den Bossche waarvan sprake is in dit stuk. Hij was zo vriendelijk om ze ons ter beschikking te stellen.
Buro: MV
  • 0
Top