In memoriam Sietse Bosgra: "Je laat hun strijd niet vallen voor die uitgestreden is"

  • 0

Op 8 januari is de Nederlandse politieke activist Sietse Bosgra overleden. Hij werd 87 jaar. Ruim een halve eeuw lang toonde Bosgra zich solidair met bevrijdingsbewegingen wereldwijd. In de jaren zeventig en tachtig protesteerde hij tegen de apartheidspolitiek in Zuid-Afrika.

Sietse Bosgra in 1977 / Foto: Koen Suyk / Anefo, CC0 1.0, via Wikimedia Commons

Op school in Rotterdam noemden zijn klasgenoten hem “communist”. Sietse Jan Bosgra (1935) raakte al op jonge leeftijd geïnteresseerd in wat destijds “de Derde Wereld” werd genoemd. Zelf verklaarde hij die belangstelling als een reactie tegen zijn vader, die volgens hem, zij het “ongewild”, had meegewerkt aan de oorlog in Nederlands-Indië.  “Hij was een uiterst conservatief man”, vertelde Bosgra in een interview uit 1981 met Het Vrije Volk, “en ik zette me sterk tegen zijn ideeën af.”

Bosgra studeerde natuurkunde aan de Universiteit van Amsterdam en promoveerde in de nucleaire fysica. Tijdens de promotieplechtigheid droeg hij een anti-atoomspeld op zijn nette pak. Die button typeerde hem. Naast zijn studie bracht hij veel tijd door in de bibliotheek van het Koninklijke Instituut voor de Tropen, waar hij zich verdiepte in kolonialisme en dekolonisatie. Eind jaren vijftig reisde hij af naar Algerije, omdat hij de gevolgen van de Algerijnse Onafhankelijkheidsoorlog (1954-1962) zelf wilde zien. Hij schreef er voor Het Vrije Volk een serie aangrijpende reportages over.

Angola Comité

Na Algerije richtte Bosgra zijn blik op Zuidelijk Afrika. Er bestond op dat moment al een Comité Zuid-Afrika (CZA). Bosgra vond het CZA, dat zoveel mogelijk politieke stromingen probeerde te verenigen, niet radicaal genoeg.i Maar om het CZA niet voor de voeten te lopen, besloten Bosgra en zijn medestanders zich op Angola te richten. De bevrijding van heel Zuidelijk Afrika zou naar hun idee later vanzelf volgen. “In 1961 had nog niemand van Angola gehoord”, herinnerde Bosgra zich in hetzelfde interview uit 1981. “Er lag een gigantisch werkterrein voor ons braak. We besloten tot de oprichting van een solidariteitscomité nadat het Portugese leger op bloedige wijze een opstand in de hoofdstad had neergeslagen.”

In de jaren zestig werd Portugal geregeerd door de dictator António de Oliveira Salazar. In Afrika vochten Angola en Mozambique voor hun onafhankelijkheid. In 1968 moest Salazar, die al sinds 1932 aan het bewind was, na een beroerte de macht uit handen geven. Onder zijn opvolger veranderde er aanvankelijk weinig. Maar in 1974 vond de Anjerrevolutie plaats, een geweldloze linkse militaire staatsgreep. Een jaar later gaf Portugal zijn koloniën in Afrika de onafhankelijkheid.

Vóór het zover was, hield het Angola Comité, met Bosgra als aanvoerder, zich onder meer bezig met de opvang van Portugese dienstweigeraars die niet aan de koloniale oorlogen wilden meewerken. Ook riep het comité op tot een boycot van Angolese koffie.

De werkzaamheden van het Angola Comité breidden zich al gauw uit naar Guinee-Bissau, Mozambique en Zuid-Afrika. Nadat de Portugese koloniën hun onafhankelijkheid hadden gekregen, werd de naam van het comité in 1976 – in de typerende progressieve spelling van die tijd – veranderd naar Komitee Zuidelijk Afrika (KZA).

In 1977 ontving Sietse Bosgra de Dick Scherpenzeel-prijs “als uiting van waardering”, aldus het juryrapport, “voor de betekenis van zijn journalistieke werk en, in zijn persoon, voor de betekenis van het voorlichtende werk van het Angola Comité”. Bosgra doneerde het prijzengeld (5000 gulden) aan de Namibische bevrijdingsbeweging SWAPO, om te gebruiken voor voorlichtingswerk ter plaatse. 

Zuid-Afrika

Na de dekolonisatie van de Portugese koloniën was, wat Bosgra betreft, de apartheidspolitiek in Zuid-Afrika aan de beurt. Onder zijn leiding organiseerde het KZA campagnes tegen Shell, tegen de Krugerrand, tegen de import van Zuid-Afrikaans fruit (een actie die door onder meer Albert Heijn werd gesteund), en tegen sport- en culturele contacten.

Sietse Bosgra tijdens een aandeelhoudersvergadering van SHELL, Den Haag, 1986 / Foto: Rob Bogaerts / Anefo, CC0 1.0, via Wikimedia Commons

Actie tegen Zuid-Afrikaans fruit: leden van het Komitee Zuidelijk Afrika noteren in een Albert Heijn-supermarkt vruchten zonder vermelding land van herkomst / Foto: Sjakkelien Vollebregt, CC0 1.0, via Wikimedia Commons

Op 2 februari 1990 hield staatspresident F.W. de Klerk bij de opening van het parlement zijn historische toespraak, waarin hij de afschaffing van de apartheidswetten, het weer toestaan van verboden politieke organisaties en de vrijlating van alle politieke gevangenen aankondigde. Na de politieke omwenteling veranderde de koers van het Komitee Zuidelijk Afrika: om de nieuwe regering, en met name het ANC, te helpen, zou Bosgra voortaan oproepen tot investeringen in en handelsrelaties met Zuid-Afrika.

In 1990 kon Bosgra het land waarvoor hij zich vijftien jaar had ingespannen voor het eerst bezoeken. Tijdens een volgend bezoek, in 1993, werd hij op straat in Johannesburg beroofd en neergestoken, vlakbij het hoofdkwartier van het ANC. Tegenover een journalist van De Telegraaf verklaarde hij “niet geschokt” te zijn door de overval. “Zo iets kan je verwachten in een land waar negentig procent van de zwarte jongeren werkloos en staatarm is. Het vertrouwen in de zwarte bevolking ben ik dan ook zeker niet kwijt.”

Zodra een gewenste regimewisseling plaatsgevonden had, bleef Bosgra in de regel niet lang pakken. Het was aan de bevolking van een land zelf om te besluiten hoe men verder wilde gaan, vond hij. Uit de ontwikkelingen die Angola, Mozambique en Zimbabwe na de val van het koloniale bewind hadden doorgemaakt, bleek wel dat onafhankelijk worden niet altijd betekende dat de inwoners het daarna onmiddellijk beter kregen. Maar minstens hadden ze voortaan hun lot in eigen handen.

Na de politieke omwenteling in Zuid-Afrika in de vroege jaren negentig werd het voor Bosgra dan ook opnieuw tijd om zijn aandacht te verleggen. Hoewel hij betrokken bleef bij het Nederlands Instituut voor Zuidelijk Afrika (NiZA), later hernoemd tot ActionAid Nederland, hield hij zich voortaan vooral bezig met het Midden-Oosten, en specifiek, als secretaris van het Nederlands Instituut Palestina-Israël, de Palestijnse kwestie. Ook was hij in 2011 een van de aanvoerders van het verzet tegen een politiemissie in Kunduz (Afghanistan).

Onverzettelijk

Sietse Bosgra was formeel nooit de voorzitter van het Angola Comité of het KZA. Hij was ook niet de enige die binnen deze organisaties een actieve rol speelde. Toch rapporteerde de Binnenlandse Veiligheidsdienst al in 1978: “Bosgra was en is de stuwende kracht achter het Angola Comité. Zonder hem zou dit comité waarschijnlijk weinig of in het geheel geen invloed hebben”.

Jos van Beurden en Chris Huinder publiceerden in 1996 een boek over de 35-jarige geschiedenis van het Angola Comité/Komitee Zuidelijk Afrika, De vinger op de zere plek. Ouder zou de club niet worden: het jaar daarop werd het KZA opgenomen in een nieuwe organisatie voor Zuidelijk Afrika (NiZA). In een poging het relatieve succes van het KZA te verklaren, schreven de auteurs, eveneens in 1996, in een speciale uitgave van het tijdschrift Amandla:

“Het onverzettelijke van het comité is niets mythisch. Het was voor het overgrote deel vooral weten wat je wilt en dat consequent uitvoeren. De radicaliteit van het comité schuilde niet zozeer in zijn radicale doelstellingen […] maar in het dag in dag uit jarenlang achterheen geduldig en volhardend werken om die doelen te bereiken. […] Binnen het comité is Sietse Bosgra de kampioen van dit radicale, volhardende werk, van de koppigheid geworden. Dat leverde hem niet alleen veel waardering op, maar ook veel vijanden.”

Natuurlijk wekte Bosgra’s optreden wrevel op bij mensen die het niet met hem eens waren. Zo kwam hij regelmatig in conflict met Joseph Luns, eerst minister van Buitenlandse Zaken en later secretaris-generaal van de NAVO. Maar ook de relaties tussen de verschillende Nederlandse solidariteitsbewegingen waren, als gevolg van ideologische verschillen en botsende persoonlijkheden, af en toe ingewikkeld.

In een interview met De Waarheid uit 1984 verduidelijkte Bosgra wat hem motiveerde: “Je rolt in een situatie, je leert de mensen in de bevrijdingsbeweging kennen, je raakt met ze bevriend. Je laat hun strijd niet vallen voor die uitgestreden is. Maar het is geen eenmanszaak.” 

“Gesloten boek”

Journalisten hebben Bosgra meermaals gevraagd naar zijn herinneringen aan Nelson Mandela. Natuurlijk bewonderde hij Mandela’s verzoenende boodschap ná 27 jaar gevangenschap. Maar in zijn antwoorden klonk ook een zekere teleurstelling door. “Het was redelijk vaak een onaangename vertoning”, onthulde hij bijvoorbeeld in een interview voor de website van het NiZA. Ontmoetingen met Mandela verliepen vaak hectisch, doordat iedereen de grote man wilde ontmoeten en met hem op de foto wilde. Van diepgaande gesprekken kwam het niet, en later nam Mandela volgens Bosgra steeds meer afstand van de fellow travellers van voorheen. “Madiba” leek de voorkeur te geven aan het gezelschap van beroemdheden en de rijken der aarde.

In 2013 had Bosgra dan ook geen behoefte om Mandela’s begrafenis bij te wonen. “Ik houd me nu bezig met andere ernstige conflicten”, verklaarde hij desgevraagd in de Volkskrant. “Zuid-Afrika is voor mij een gesloten boek.”

_______________________

i Het Comité Zuid-Afrika zou in 1971 de basis vormen van de Anti-Apartheidsbeweging Nederland (AABN).

Buro: IG
  • 0
Top