Karen Armstrong ''doet'' Amsterdam: Op zoek naar heling in een verdeelde wereld

  • 0

Het was geen bijeenkomst voor cynici, donderdag 29 november op de Vrije Universiteit Amsterdam. De VU had schrijfster en godsdienstkenner Karen Armstrong uitgenodigd voor een middag over compassie. Erg academisch ging het er niet aan toe. Maar de meeste bezoekers leken dan ook vooral gekomen om geraakt te worden.

Op donderdag 29 november was Karen Armstrong weer even te gast aan de Vrije Universiteit Amsterdam. De VU verleende Armstrong een jaar geleden een eredoctoraat in Theologie en Religiestudies voor haar werk op het gebied van interreligieuze dialoog en religieuze tolerantie in het publieke domein. Met dit eredoctoraat onderstreepte de VU zijn positie als meest diverse universiteit van Nederland, zowel wat studentenpopulatie als academische staf betreft.

De Britse Karen Armstrong (1944) bracht een groot deel van de jaren zestig als non in een klooster door. Ze studeerde Engelse letterkunde aan de Universiteit van Oxford en ontwikkelde zich sinds ze het klooster heeft verlaten tot een productief schrijfster op het terrein van de vergelijkende godsdienstwetenschap. Ze schreef maar liefst 21 boeken – waaronder meerdere bestsellers – die in 45 talen zijn vertaald.

........................................................

“Dat schurende kan je in beweging zetten”

........................................................ 

In 2008 stelde de organisatie achter de bekende TED talks Armstrong in staat een wens in vervulling te laten gaan en een wereldwijde beweging op gang te brengen rond het zogenaamde Handvest voor Compassie. Dit document is gebaseerd op de “Gouden Regel” dat we anderen moeten behandelen zoals we zelf behandeld willen worden. Leiders en denkers uit alle wereldreligies – onder meer paus Benedictus XVI, de Dalai Lama en Desmond Tutu – hebben het manifest ondertekend. Met het Handvest voor Compassie wil Armstrong verbinding bevorderen tussen religies, zingeving en maatschappelijk engagement. Het handvest dient als inspiratiebron voor diverse lokale en internationale projecten.

Stichting Julius Leeft speelt scènes uit het leven van Martin Luther King.

Het symposium “Verschillend, en dan?” op 29 november jongstleden begon met een welkomstwoord door Vinod Subramaniam, de rector van de Vrije Universiteit, gevolgd door een optreden van toneelgroep Julius Leeft, die fragmenten liet zien uit een voorstelling over Martin Luther King (oorspronkelijk uitgevoerd in het kader van de We Have A Dream-tentoonstelling in de Nieuwe Kerk in Amsterdam in 2017). Martin Luther King kreeg in 1965 – net als Karen Armstrong in 2017 – een eredoctoraat van de Vrije Universiteit.

Pleidooi voor compassie

“Martin Luther King, Nelson Mandela en Gandhi [de drie hoofdpersonen van de We Have A Dream-tentoonstelling, IG] waren geen heiligen”, bespiegelt Armstrong aan het begin van haar keynote-lezing getiteld “‘Compassion inside and outside the university”. “Ze moesten hun pijn overwinnen en leren vergeven. Dat is de taak van compassie.”

Armstrong heeft gehoord dat er aan de VU religieuze groepen zijn die zich gekwetst voelen door andere groepen. Dat gebeurt overal ter wereld, zegt ze, en de situatie verslechtert met de dag. In haar eigen land, het Verenigd Koninkrijk, was de uitkomst van het Brexit-referendum het startsein voor een reeks racistische incidenten. “En in de Verenigde Staten hebben we te maken met Donald Trump. Need I say more?” Volgens Armstrong zijn de tegenstellingen tussen groepen en naties het gevolg van de “ziekte van het nationalisme”.

Armstrong heeft een probleem met het woord “tolerantie”. Ze ziet “tolerantie” als een woord uit de taal van een onderdrukker: alleen een onderdrukker kan iets “tolereren”.

Karen Armstrong aan het woord.

In plaats van “tolerantie” pleit Armstrong voor de “Gouden Regel” die in vele religies en culturen voorkomt: behandel anderen zoals jij zelf behandeld wilt worden. En daarbij moeten we ons niet alleen afvragen hoe wij zelf behandeld willen worden, maar ook hoe onze familie, onze stad en ons land behandeld moeten worden. Op die manier kan compassie zich uitstrekken naar andere families, andere steden, andere landen en uiteindelijk… de wereld. “Zo’n opstelling, ook als die tegen ons directe belang lijkt in te gaan”, zegt Armstrong, “is vandaag de dag noodzakelijker dan ooit.”

“We moeten onze zekerheden overboord zetten”, vervolgt Armstrong. Iedereen is tegenwoordig zo overtuigd van zijn eigen gelijk. Kijk maar naar de boude beweringen die mensen op sociale media kwijtraken. Volgens Armstrong moeten mensen daarentegen een voorbeeld nemen aan Socrates, de Griekse filosoof die op de dag van zijn dood maar van een ding zeker was, en dat was dat hij niets wist.

Het is een misvatting om te denken dat we echt weten wat er in een ander omgaat, vindt Armstrong. “Ieder van ons is een mysterie voor onszelf en de ander.” Daarom moeten we ons voortdurend van de beperkingen van onze kennis bewust zijn.

In Eerste Wereldlanden als Nederland en het Verenigd Koninkrijk leven mensen in relatieve welvaart. Heel anders dan in Jemen, bijvoorbeeld. In ons comfortabele bestaan vergeten we zo makkelijk hoe het er in andere delen van de wereld aan toe gaat. Als voorbeeld noemt Armstrong de mars van wereldleiders door Parijs na de aanslag op Charlie Hebdo in 2015. Dat er op datzelfde moment in Nigeria tweeduizend mensen werden vermoord, las je nergens in de krant.

Om werkelijke compassie te voelen, zegt Armstrong, “we must feed that seed of discomfort”. Terwijl we ons luxeleventje leiden, moeten we steeds blijven denken aan het lijden elders in de wereld; een lijden dat vaak zijn oorsprong heeft in het westerse optreden tijdens het koloniale verleden.

“Het voorbeeld van Nelson Mandela, Martin Luther King en Gandhi”, besluit Armstrong haar lezing, “herinnert ons eraan wat een mens kan doen. Dat een mens wel degelijk een verschil kan maken.”

Diverse VU-projecten presenteren zich. Diversiteitshoogleraar Halleh Ghorashi vertelt moderator Aldith Hunkar (rechts) over het werk van The Refugee Academy.

“Ik in jou en jij in mij”

Armstrongs lezing wordt beantwoord door Domenica Ghidei. Ghidei is 31 jaar geleden als 17-jarig meisje vanuit Eritrea naar Nederland gevlucht. Ze was wat in het jargon een “ama” is gaan heten: een alleenstaande minderjarige asielzoeker. Destijds hoopte ze op compassie, en ze werd niet teleurgesteld. Ze heeft rechten gestudeerd aan de VU en is nu lid van het College voor de Rechten van de Mens.

Ghidei waarschuwt voor de gevaren van liefdadigheid. Het idee dat jij voor een ander kunt zorgen, neigt zo snel naar betutteling. “Als we de ander als een vreemde zien, zijn we niet in staat de ander in onszelf te herkennen”, zegt Ghidei. “We vergeten dat we in elkaar zijn: ik in jou en jij in mij. Dat er sprake is van een gedeelde menselijkheid – intersected, interconnected. Als ik dat niet voel, kan ik jou misschien negeren, je van me afschudden. Maar daar doe ik mezelf schade mee.”

 Ook Ghidei pleit ervoor dat we onze ogen niet sluiten voor het leed van anderen. “We moeten samen de verantwoordelijkheid nemen – voor het koloniale verleden, voor de bootvluchtelingen op de Middellandse Zee, voor armoede en uitbuiting.”

“Het is gevaarlijk om onze harten te openen”, besluit Ghidei haar repliek. “Want het is ontstellend. Maar alleen dan zijn we in staat het goddelijke in elkaars ogen te zien.”

De drie kandidaten voor de Compassieprijs 2018, met in het midden Karim Amghar van WijWijs; rechts Karen Armstrong en de winnaar van vorig jaar.

Voorbeelden van verbondenheid

Na een gesprek tussen Armstrong en Ghidei, geleid door dagvoorzitter Aldith Hunkar, krijgen vijf VU-projecten die gekenmerkt worden door compassie, de kans zich te presenteren. Uit de verschillende presentaties blijkt telkens weer het belang van inlevingsvermogen en een open oog voor het lijden van anderen. Niet altijd makkelijk, daar is iedereen het over eens. “Maar”, zegt een van de sprekers, “dat schurende kan je in beweging zetten.”

Vervolgens is het woord aan het publiek, dat uit drie sociale projecten – stuk voor stuk een toonbeeld van compassie – één winnaar mag kiezen. De Compassieprijs 2018 gaat naar Karim Amghar van WijWijs, een bureau dat lesmateriaal en trainingen aanbiedt om verschillen in het onderwijs en in de samenleving te overbruggen.

Carel Kraayenhof laat iedereen met een warm hart naar huis gaan.

De middag wordt besloten door bandoneonist Carel Kraayenhof – u weet wel, die van de traan van Máxima. Het is een slimme keuze van de organisatoren. Want wie de klanken van Kraayenhofs instrument op zich in laat werken, voelt hoe muziek barrières wegneemt, en krijgt als vanzelf een idee wat het woord “compassie” betekent.

Buro: IG
  • 0
Top