Mag een kinderdagverblijf een kind weigeren dat niet is ingeënt?

  • 0

In Nederland zijn er steeds meer ouders die hun kind niet laten inenten tegen infectieziektes. Daardoor dreigt het aantal gevaccineerde kinderen tot onder de 90 procent te dalen en komt de groepsimmuniteit in gevaar. Politiek Den Haag bezint zich op maatregelen. Kun je ouders dwingen hun kind te laten inenten? Mag de kinderopvang een kind weigeren omdat het niet ingeënt is en de gezondheid van andere kinderen op het spel komt te staan?

In Nederland worden kinderen ingeënt tegen twaalf gevaarlijke besmettelijke ziekten: de bof, difterie, hepatitis-b, hib-ziekten, baarmoederhalskanker, kinkhoest, meningokokkenziekte, pneumokokkenziekte, polio, rodehond en tetanus. Ouders hoeven niet voor de vaccinaties te betalen, zodat alle kinderen, althans wat weerstand tegen infectieziekten betreft, evenveel kans hebben op een gezonde start in het leven. Omdat vaccineren in het belang van het kind zou zijn, wordt ervan uitgegaan dat alle ouders hier gebruik van willen maken. Het wordt dan ook niet verplicht gesteld. Wie wil er nu niet het beste voor zijn kind?

Het Rijksvaccinatieprogramma bestaat al sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw. Recent promotieonderzoek heeft aangetoond dat dankzij dit vaccinatieprogramma alleen al in de periode 1953-1992 zes- tot twaalfduizend doden als gevolg van infectieziekten voorkomen konden worden.

In het verleden waren het vooral lidmaten van orthodox-christelijke geloofsgemeenschappen die weigerden hun kind te laten vaccineren. Ze waren ervan overtuigd dat het Gods wil was als een kind ziek werd of zelfs doodging, en dat je je daar als mens niet tegen mocht verzetten. Maar zij vormden een uitzondering.

Als de meeste mensen in een groep ingeënt zijn, is er sprake van groepsimmuniteit (ook wel “kudde-immuniteit” genoemd). De ziekte krijgt dan geen kans en daardoor zijn ook kinderen die nog te jong zijn voor een bepaalde inenting en kinderen bij wie de vaccinatie niet goed werkt, toch beschermd. Daalt het aantal inentingen tot onder een bepaalde kritische grens – voor de meeste infectieziekten wordt 90 procent aangehouden, bij een zeer besmettelijke ziekte als mazelen ligt hij bij 95 procent – dan wordt het risico dat de ziekte uitbreekt groter.

De laatste jaren zijn er in Nederland steeds meer ouders die om principiële redenen weigeren hun kind te laten inenten. Dat zijn, merkwaardig genoeg, geen aanhangers van de zwartekousenkerk, maar hoogopgeleide en welgestelde ouders, vaak uit een stedelijke omgeving. In een artikel in de Volkskrant wordt het verzet van deze “kritische prikkers” herleid tot de sociale bewegingen van de jaren zestig en zeventig: “Een zelfbewuste groep, die grote industrieën wantrouwt, bezorgd is over chemische vervuiling en die traditioneel gezag in twijfel trekt.”

Veel “kritische prikkers” denken dat je ziektes kunt voorkomen door een gezonde levensstijl. Daarnaast maken ze zich zorgen over de risico’s en bijwerkingen van vaccinaties. Ze zijn bijvoorbeeld bang dat de cocktail tegen bof, mazelen en rodehond autisme kan veroorzaken, of dat het hpv-vaccin (tegen baarmoederhalskanker) oorzaak kan zijn van chronische vermoeidheid. (In beide gevallen is wetenschappelijk aangetoond dat zo’n verband niet bestaat.) Verder hebben de “kritische prikkers” een diepgeworteld wantrouwen tegen de overheid en vooral de farmaceutische industrie, die een financieel belang heeft bij al die inentingen.

Ondertussen heerst er in Europa een mazelenepidemie. In de eerste helft van dit jaar leden meer dan 41.000 kinderen aan deze ziekte (tegenover een kleine 24.000 vorig jaar). In populaire vakantielanden als Frankrijk, Griekenland en Italië ligt het aantal besmette personen op meer dan duizend per land. De kans is niet denkbeeldig dat Nederlandse vakantiegangers de ziekte mee terug nemen. Een medicijn tegen mazelen bestaat niet; het is een kwestie van uitzieken. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie is de stijging in het aantal besmettingen te wijten aan de dalende vaccinatiegraad.

Naar aanleiding van de berichten over de mazelenepidemie in Europa haalde Klaas Dijkhoff, fractievoorzitter van de VVD in de Tweede Kamer, in een column op de VVD-website fel uit tegen de zogenaamde “antivaxxers” en hun “pseudo-interessant gemaakte bullshit”. Zelfs hij als liberaal begon voorzichtig te denken dat overheidsingrijpen in dit verband misschien noodzakelijk is. Hij beriep zich daarbij op een uitspraak van John Stuart Mill, een van de grondleggers van het liberalisme: “Iemands vrijheid is niet onbeperkt. Ze eindigt waar schade aan anderen wordt berokkend.”

Een meerderheid in de Tweede Kamer vindt inmiddels dat er iets moet gebeuren. Staatssecretaris van Sociale Zaken Tamara van Ark onderzoekt of kinderdagverblijven kinderen die geen inentingsbewijs hebben, kunnen weigeren. D66 presenteerde gisteren al een initiatiefvoorstel met een soortgelijke strekking. Ook wordt gesuggereerd om bij ouders die hun kind niet laten inenten, een deel van de kinderbijslag in te houden.

In het verleden is echter al vaker gebleken dat er heel wat juridische haken en ogen aan dit soort maatregelen zitten. Verplichte vaccinatie kan worden uitgelegd als discriminatie op grond van geloof of levensovertuiging. Ook mag een kinderdagverblijf medische gegevens niet zomaar registreren en delen met andere instanties; dat is in strijd met de privacywetgeving. Het zal dus nog lastig worden om de maatregelen erdoor te krijgen.

Buro: IG
  • 0
Top