Meerstemmigheid uit de kolonie

  • 0

Boekomslag-erkenning: https://www.universiteitleiden.nl/en/research/research-output/humanities/de-postkoloniale-spiegel-honings

Jacqueline Bel, Rick Honings en Coen van 't Veer: De postkoloniale spiegel, De Nederlands-Indische letteren herlezen. Leiden University Press. ISBN: 978 90 8728 373 5. Prijs: € 49,50.

Bij mijn studies Nederlands en Algemene Literatuurwetenschap in Leiden is buitengewoon veel aandacht geweest voor koloniale en postkoloniale literatuur. De extra rijkdom daarbij is dat Leiden van oudsher veel onderzoek doet naar de taal, cultuur en literatuur buiten Europa.

In die tijd, zo rond 1998, concludeerde ik samen met een studiegenoot literatuurwetenschap dat de Oost-Indische spiegel van Rob Nieuwenhuys uit 1978 verouderd was. Veel stemmen komen in het boek niet voor of worden afgedaan als oninteressant. We zouden een nieuwe literatuurgeschiedenis van de Indisch-Nederlandse literatuur moeten schrijven. Met meer aandacht voor de andere stem en de klassieke werken op een andere manier gelezen.

De aanzet zoals in het boek De canon onder vuur van Ernst van Alphen en Maaike Meijer werd door de vakgroep Nederlands met argusogen bekeken. Zeker de bijdrage van Mieke Bal waarin ze Du Perrons Land van herkomst onder de loep neemt, zagen velen als een aanval. Du Perron die zo kritisch was, nee, daar kon geen racist in schuilen.

Dat boek dat mij en mijn studiegenoot niet gelukt is te schrijven, is er dan nu eindelijk. Ruim 20 jaar later. Onder de veelzeggende titel De postkoloniale spiegel, De Nederlands-Indische letteren herlezen. Het is niet helemaal het werk dat ik voor ogen had, maar het laat wel de andere benadering van onze literatuur zien. En meer dan dat. Er is ook heel veel aandacht voor die andere stem. Veel bijdragen zijn in samenwerking met Indonesische wetenschappers ontstaan. Het grootste aantal studenten dat Nederlands studeert, woont in Indonesië.

..........
Veel bijdragen zijn in samenwerking met Indonesische wetenschappers ontstaan. Het grootste aantal studenten dat Nederlands studeert, woont in Indonesië.
...........
Indrukwekkende bijdragen

Het boek bevat indrukwekkende bijdragen en stelt het werk van veel bekende Nederlands-Indische schrijvers onder hernieuwde aandacht. De schrijvers van de 26 bijdragen herlezen veel bekende werken van Haasse, Van Dis, Springer, Birney, Daum, Couperus, Van Bruggen, Beb Vuyk en Székely-Lulofs. Daarnaast komen Indonesische stemmen aan bod van auteurs als Djojopuspito en Purbani. Net als dat de 2e en 3e generatie schrijvers aan bod komt en dat is meer dan Marion Bloem en Alfred Birney. Hier blijkt dat veel schrijvers met Indonesische of Nederlands-Indische roots een heel eigen stem hebben in de hedendaagse literatuur.

Het is een heel breed terrein en uiteindelijk het boek over de Indisch-Nederlandse letteren zoals Rob Nieuwenhuys het in zijn boek de Oost-Indische spiegel uit 1972 voorstelt. Zijn werk is vooral als eerste aanzet bedoeld. Hij streeft zelf ook naar een bredere literatuurgeschiedenis. De keuze bij deze herlezing is om de benadering van de literatuur later in de tijd te leggen. Schrijft Nieuwenhuys nog over Valentijn, Rumphius en Junghuhn, in De postkoloniale spiegel begint het bij Multatuli's Max Havelaar, de eerste Indische roman. Ook kiezen de samenstellers voor een nieuwe benaming van de Indisch-Nederlandse literatuur in Nederlands-Indische letteren.

26 bijdragen in 3 delen

De 26 bijdragen zijn opgedeeld in 3 delen: Het oude Indië; Van Indië naar Indonesië en Terugkijken en tegenschrijven. Een interessante benadering waarbij een nieuw gezichtspunt centraal staat. Niet meer zozeer het boek zelf staat centraal, maar vooral de denkbeelden die eruit spreken. Dan blijkt Multatuli toch een heel Europese benadering van Nederlands-Indië te hebben. Gevangen in zijn Europese denkbeelden, zelfs een revolutionair als Mutatuli.

Het is erg dat vrouwen ook een veel duidelijkere stem krijgen in De postkoloniale spiegel. In de Oost-Indische spiegel van Nieuwenhuys komen zij er een stuk bekaaider van af met typeringen als 'damescompartiment'. Alsof de vrouwelijke auteurs vooral in een eigen hokje zitten en de mannen meer 'meetellen'.

Dat vraagt zeker om een andere benadering. In het museum is ook steeds sterker de behoefte van een nieuwe benadering, waarbij ook het verhaal van de ander aan bod komt. Veel kunst is namelijk ontstaan ten koste van allerlei mensen. De slavernij heeft veel levens geëist en misschien nog veel meer levens zeer ingrijpend beïnvloed. Daarom is het goed kritisch te kijken naar de eigen denkbeelden, invloed en vooral overheersing.

Weemoedig verlangen versus herlezen

De benadering zoals van Nieuwenhuys komt vanuit een weemoedig verlangen naar het verleden. Zoals het was en hoe het nu niet meer is. De huidige benadering ligt bij aandacht voor boeken die niet veel aandacht hebben gehad, maar ook bij het opnieuw lezen en ijken van de klassiekers. De canon staat bij deze benadering niet onder vuur. De onderzoekers bekijken vooral de teksten met een hedendaagse blik. Was Du Perron wel zo progressief en wat kunnen we bij hem terugvinden van de ander.

De wisselwerking tussen Nederland en Indonesië is overal terug te vinden. Beide landen beïnvloeden elkaar blijvend. Het gedeelde verleden en de vermenging tussen de verschillende volkeren en rassen zijn misschien wel meer terug te vinden in het moderne Nederland dan in het hedendaagse Indonesië. Dat laat het boek De postkoloniale spiegel in het derde deel prachtig zien.

Terugschrijven
.........
De kolonie schrijft terug. En dat lijkt vooral in Nederland te gebeuren.
...........

De kolonie schrijft terug. En dat lijkt vooral in Nederland te gebeuren. De 3e generatie van mensen met ouders uit Nederlands-Indië, geboren in Nederland. Ze belanden letterlijk tussen 2 werelden. De verhalen die zij vertellen laten de andere kant zien. Schrijvers als Marion Bloem, Adriaan van Dis of Alfred Birney laten dat als geen ander zien. Het laat soms een verscheurd leven zien. Veel meer ook een vader die getekend door de oorlog en het kolonialisme zijn kinderen streng en meedogenloos opvoedt.

Het levert prachtige verhalen op die je soms ook bij de strot grijpen. Het is een verrijking voor de Nederlandse literatuur. En het is een regelrechte aanklacht tegen het Eurocentrisme dat het dagelijks leven nog zo sterk beheerst.

Heren van de thee

Judit Gera leest bijvoorbeeld het bekende boek Heren van de thee van Hella Haasse. Ze stelt dat het boek vanuit een kolonistisch standpunt is geschreven. De focalisatie ligt voornamelijk bij de Europese personages. Aan de hand van de literatuurtheorie met ondermeer Bakthin en Edward Saïd stel Gera verder dat het boek eigenlijk doordrenkt is van het Europese denken.

Een boek als Heren van de thee zou vanuit een ander perspectief er heel anders hebben uitgezien. Ik vraag mij af of het past bij een schrijver als Hella Haasse. De opzet van de documentatieroman ligt ook sterk bij een Europese benadering. Het is bijna het oproepen van de oude kolonie, waarin de stem van de inheemse bevolking veel stiller is.

Wat ik wel jammer vindt is dat Judit Gera wel een paar dingen verkeerd plaatst van Hella Haasse. Zo geeft ze aan dat Hella Haasse 2 dochters had, maar het zijn er 3. Een dochter is heel jong overleden. Ook stelt ze de vriendschap met koningin Beatrix na een televisieoptreden; de vriendschap is echter veel ouder. In 1956 schreef Hella Haasse een portret over prinses Beatrix. Ze zullen hun hele verdere leven samen contact houden. Het zijn slordigheidjes die in dit boek niet mogen staan. Aan de andere kant, geeft de net verschenen biografie van Aleid Truijens Leven in de verbeelding een antwoord op die vragen.

Zoeken naar andere stem

Dit zoeken naar de stem van de ander, laat mooie dingen zien. Het geeft ook een inkijkje in de veranderende opvattingen over de oude kolonie. Niet alleen vanuit nu naar vroeger, maar ook binnen het verleden zijn verschillende opvattingen. Zo was het aanvankelijk dat veel gewoontes en gebruiken van de Indonesische samenleving werden overgenomen, later ontstonden er veel meer gescheiden samenlevingen. Iets wat bijvoorbeeld Hella Haasse ook heel sterk ervaren heeft. Dat zie je ook terug bij de Nederlands-Indische variant van Ot en Sien. Ze leefden eigenlijk in een klein Nederland binnen Nederlands-Indië.

.........
Wat ik vooral heel mooi vind in De postkoloniale spiegel is het zoeken naar die andere stem. Soms is de opvatting dat die andere stem zo beperkt is, maar je kunt hem wel degelijk vinden. Bij herlezen en een andere blik, vind je die andere stem terug. Soms bijna niet te verstaan, maar als je goed luistert kun je mooie dingen vinden. De auteurs bewijzen dat in deze uitgave.
............

Wat ik vooral heel mooi vind in De postkoloniale spiegel is het zoeken naar die andere stem. Soms is de opvatting dat die andere stem zo beperkt is, maar je kunt hem wel degelijk vinden. Bij herlezen en een andere blik, vind je die andere stem terug. Soms bijna niet te verstaan, maar als je goed luistert kun je mooie dingen vinden. De auteurs bewijzen dat in deze uitgave.

Ook de samenwerkingen met andere disciplines en met Indonesiërs juich ik toe. Het laat zien dat onze huidige samenleving om nieuwe benaderingen vraagt. De klassiekers krijgen daarmee een extra verdiepingslaag. Ik zie het terug in het artikel over Ot en Sien van Amalia Astar en Rick Honings, de Indonesische auteurs Suwarsih Djojopuspito en Arti Purbani door Christina Suprihatin en Coen van ’t Veer en over Annie Foore door Rianti Manullang en Floor Naber.

Niet activistisch

Heel nadrukkelijk laten de samenstellers weten dat dit boek geen activistisch of politiek pamflet is. Die indruk wekte een boek als De canon onder vuur in mijn studententijd nog wel. Hoewel het toen al 10 jaar oud was, viel hij nog niet bij iedereen in goede aarde. We zijn nu meer dan 20 jaar verder en nu schuift die vorm op.

We krijgen ook meer aandacht voor het andere verhaal. Zoals in het pas verschenen reisverhaal van de Javaanse edelman radén mas adipati arjo Tjondronegoro uit de 19e eeuw (1860-1875). Het uit het Maleis vertaalde reisverslag is een mooie aanvulling op de bekende verslagen van bijvoorbeeld Junghuhn. Het vergroot de scope van de Nederlands-Indische letteren, waarbij de meerstemmigheid van de oude kolonie aandacht krijgt. Een verschuiving die de literatuurwetenschap enorm verrijkt. Traditionele studies als Nederlands en literatuurwetenschap krijgen op die manier een grote verbreding. Dat biedt veel mogelijkheden en dat laten de auteurs van De postkoniale spiegel overduidelijk zien.

  • 0
Top