Michael Ignatieff: "Democratie is een werkwoord"

  • 0

In december kondigde Michael Ignatieff aan dat de Central European University onder druk van de Hongaarse regering zijn campus in Boedapest moet sluiten.

Deze gebeurtenis maakt minstens twee dingen duidelijk.

Ten eerste dat de democratie er in sommige Europese landen slecht voor staat. En ten tweede dat de Europese Unie niet het morele gezag heeft om lidstaten daarop aan te spreken.

Michael Ignatieff (Foto: Elize Zorgman)

Op zaterdag 26 januari was de Canadese schrijver, filosoof en politicus Michael Ignatieff te gast in debatcentrum De Balie in Amsterdam. Ignatieff, afstammeling van een adellijke familie uit het Rusland van vóór de Revolutie, was van 2008 tot 2011 leider van de Canadese Liberale Partij en als zodanig ook leider van de oppositie in het Canadese parlement. Sinds 1 september 2016 is hij rector van de Central European University (CEU). Deze universiteit, in 1991 opgericht door de Hongaars-Amerikaanse filantroop George Soros, was tot voor kort gevestigd in de Hongaarse hoofdstad Boedapest.

Begin december 2018 liet Ignatieff echter weten dat de positie van de CEU in Hongarije onhoudbaar was geworden en dat de universiteit moest uitwijken naar de Oostenrijkse hoofdstad Wenen. Volgens Ignatieff werd de CEU al jaren gedwarsboomd door de Hongaarse overheid, wat een gevolg zou zijn van de vijandschap van de ver-rechtse Hongaarse premier Viktor Orbán jegens Soros. “Een zwarte dag voor de vrijheid van Hongarije”, noemde Ignatieff het gedwongen vertrek van de CEU, “en een zwarte dag voor de academische vrijheid.”

Op 25 januari was Ignatieff in Nederland om een eredoctoraat in ontvangst te nemen van de Universiteit van Maastricht. In zijn dankwoord hield Ignatieff een pleidooi voor een herwaardering van de kernwaarden van een open samenleving. Een dag later ging hij bij De Balie in gesprek met de directeur van dit debatcentrum, Yoeri Albrecht.

Europese Unie: economisch sterk, moreel not so much

Hongarije is niet het enige land in Europa waar de democratie onder druk staat. De vraag die tijdens Ignatieffs bezoek aan De Balie centraal stond, was dan ook: “Is democracy in turmoil in Europe?”

In een korte inleiding stelt de Vlaamse filosoof Tinneke Beeckman dat de Europese Unie (EU) gefaald heeft in zijn opdracht om de liberale democratie te verdedigen. Hoewel de EU oorspronkelijk is opgezet als economisch verbond, is men de EU sinds de val van het communisme, begin jaren negentig, steeds meer gaan zien als een moreel project. De verwachting was dat in voormalige Oostbloklanden die tot de EU werden toegelaten, het democratische element versterkt zou worden, en dat ook landen rond de EU, zoals Rusland en Turkije, zich steeds meer in die richting zouden bewegen. Niet alleen is dát niet gebeurd, zoals leiders als Poetin en Erdoğan laten zien. Binnen de EU-landen komen de democratische beginsels ook steeds meer onder druk te staan. De EU, constateert Beeckman, blijkt niet in staat democratische waarden af te dwingen, nóch naar buiten toe, nóch in eigen huis.

Tegelijkertijd, zegt Beeckman, wordt de EU steeds dwingender in het opleggen van economische regels. Het verbaast haar dan ook niet dat in meerdere Europese landen het verzet vanuit de samenleving toeneemt. Dat verzet afdoen als “populistisch” is volgens Beeckman weinig bevorderlijk. Daarmee bagatelliseer je de bezwaren van de Eurosceptici, alsof die er niet toe zouden doen. Terwijl het inherent is aan een liberale democratie dat je kunt kiezen. Alleen als er ruimte wordt gemaakt voor alternatieve geluiden kan de EU, volgens Beeckman, aan zijn eigen idealen voldoen.

Democratie is een werkwoord

Ignatieff kan zich grotendeels vinden in Beeckmans analyse. Volgens hem is de liberale democratie altijd in “a state of turmoil” (staat van onrust). Hij ziet democratie namelijk per definitie als performatief, en nooit als stabiel. “Onze grootouders hebben gevochten om kiesrecht te krijgen. Ná de Tweede Wereldoorlog zijn we misschien wel een beetje lui geworden. We zijn vergeten dat democratie altijd werk-in-uitvoering is.”

Ignatieff is het met Beeckman eens dat het geluid van de zogenaamde “populisten” serieus genomen moet worden. Daarmee bedoelt hij niet de opportunistische leiders van deze beweging, maar wel de grote groep gewone mensen die zich in hun slogans herkennen. “Populisme staat voor alles wat je niet wilt horen, maar het is een authentieke uitdrukking van democratische onvrede.”

De transnationale mythe

Democratie betekent dat de meerderheid het voor het zeggen heeft. Fundamenteel voor een liberale democratie is echter dat de rechten van minderheden gewaarborgd zijn. Dit laatste, constateert Ignatieff bezorgd, is steeds minder het geval. De massa is teleurgesteld in de werking van het parlementaire stelsel en keert zich af van de gevestigde politiek. Tegelijkertijd worden, niet in de laatste plaats onder invloed van de sociale media, de onderlinge tegenstellingen steeds groter. In het vacuüm dat zo ontstaat, zien populistische leiders de kans om leugens te vertellen en haat te zaaien jegens nieuwkomers. Donald Trump met zijn bangmaakstories over migranten uit Latijns-Amerika is hier een duidelijk voorbeeld van. “That kind of language is dangerous, poisonous.”

Ignatieff snapt de ongerustheid van de man in de straat wel. Hij legt de verantwoordelijkheid voor een deel bij het softe optreden van democratische politici in het verleden. Ignatieff heeft het over de “transnationale mythe”, in Nederland zouden we het de droom van een multiculturele samenleving noemen. Een “open samenleving” wil volgens Ignatieff niet zeggen dat je de grenzen maar voor iedereen open moet stellen. Burgers willen zeggenschap hebben over het toelatingsbeleid. Ignatieff vindt dat een redelijke eis, en hij vindt dat de politiek duidelijke kaders moet scheppen. Anders, zegt hij, verandert goedbedoelde naastenliefde in dwaasheid, naïviteit en zelfs landverraad.

Budapest

Jonge en oude democratieën

Ook de Hongaarse president Orbán ziet Ignatieff als een populistische leider die de emoties van zijn volk manipuleert en die de zwakken in de samenleving tot doelwit maakt. Ignatieff geeft toe dat Orbán in zijn eigen land al drie keer de verkiezingen heeft gewonnen. Maar ondertussen regeert hij Hongarije alsof het een eenpartijstaat is. De democratie, de persvrijheid en de academische vrijheid komen er steeds verder onder druk te staan, zegt Ignatieff. In Turkije en Roemenië ziet hij hetzelfde gebeuren. Hij voorziet dat deze negatieve tendens zich als een olievlek over Europa zou kunnen verspreiden en nog zes of zeven andere landen zou kunnen raken.

In de voormalige Oostbloklanden is democratie een relatief nieuw verschijnsel. Daardoor is de democratie daar nog kwetsbaar. In Westerse landen lijkt de democratie volgens Ignatieff meer op een oude man die een verjongingskuur zou moeten ondergaan. Dat geldt voor zijn eigen land, Canada, waar hij in zijn tijd als politicus de democratische instituties van binnenuit heeft leren kennen. En het geldt bijvoorbeeld ook voor Groot-Brittannië, dat zichzelf graag als de “wieg” van het parlementaire stelsel beschouwt. Het Britse Lagerhuis met zijn uitgediende tradities is volgens Ignatieff aan vervanging toe. Mínder negatief is hij over het Brexit-referendum. Daar zag je volgens hem de “intense worsteling van een fantastisch land om een fundamenteel democratische keuze te maken”. Brexit was de wens van het volk, en die wens moet je serieus nemen.

Een telefoontje van Merkel?

Ignatieff onderschrijft Beeckmans analyse dat de Europese Unie met zijn strenge regelgeving als economisch project geslaagd is, maar als moreel project heeft gefaald. Toen zijn Central European University het moeilijk begon te krijgen in Hongarije, moest hij bijvoorbeeld vaststellen dat er geen enkele Europese regel is waarin academische vrijheid gegarandeerd wordt.

Ignatieff heeft zich regelmatig afgevraagd waarom de EU niet tegen Orbán optrad. Kon de Duitse bondskanselier, Angela Merkel, Orbán niet even bellen? De reden waarom dit niet gebeurt, legt Ignatieff uit, is dat de EU bestaat uit 28 soevereine staten. Andere Europese landen bemoeien zich niet met de interne aangelegenheden van een lidstaat.

Ignatieff heeft grote waardering voor de Europese Unie. Het heeft Europa sinds de Tweede Wereldoorlog welvaart en stabiliteit gebracht. Maar het is nog niet genoeg, zegt hij. “De EU is een project dat nog niet af is.” Er moet meer aandacht komen voor morele waarden in de kern van de organisatie. Hij hoopt dan ook dat dit een belangrijk programmapunt zal worden bij de Europese verkiezingen in mei.

Buro: IG
  • 0
Top