Moord op Dulcie September was nog maar het begin

  • 0

Incorruptible. The Story of the Murders of Dulcie September, Anton Lubowski and Chris Hani
Evelyn Groenink (voorwoord: Pravin Gordhan)
Evelyn Groenink, 2018, 366 blz.
ISBN 978-0-6399268-0-3
Klik hier voor meer informatie.

Dertig jaar na de moord op Dulcie September en vijfentwintig jaar na de moord op Chris Hani verschijnt Incorruptible, een onthullend boek waarin Evelyn Groenink Jacob Zuma en zijn trawanten een spiegel voorhoudt.

In 2001 publiceerde Evelyn Groenink – haar voornaam toen nog volgens de Nederlandse spelling: Evelien – het vuistdikke boek Dulcie. Een vrouw die haar mond moest houden. Groenink is een Nederlandse journalist die afkomstig is uit de Nederlandse antiapartheidsbeweging en die sinds begin jaren negentig in Zuid-Afrika woont en werkt.

De aanzet voor Dulcie was Groeninks onderzoek naar de moord op Dulcie September. September was de officiële vertegenwoordiger van het ANC in Frankrijk, toen ze op 29 maart 1988 voor de deur van het ANC-kantoor in Parijs werd doodgeschoten. In de jaren die volgen, komen nog meer verzetsstrijders onder raadselachtige omstandigheden om het leven. Voor Groeninks onderzoek zijn vooral van belang de Namibische advocaat Anton Lubowski, die op 12 september 1989 in Windhoek wordt geliquideerd, en Chris Hani, de leider van de Suid-Afrikaanse Kommunistiese Party, op 10 april 1993 doodgeschoten voor zijn huis in Boksburg.

Evelyn Groenink

In Dulcie weet Groenink aannemelijk te maken dat deze moorden niet op zichzelf stonden. Ze blijken stuk voor stuk te herleiden tot een fijnmazig net van internationale wapenleveranties, diamantsmokkel, oliehandel, grote infrastructurele projecten en witwaspraktijken. Wie het boek gelezen heeft, zal nooit de wirwar aan frontorganisaties, schijnadressen en lege bv’t jes vergeten, of de opeenstapeling van schijnbaar toevallige verkeersongelukken met dodelijke afloop. Zelfs de moord op de Zweedse premier Olof Palme en de Mossad, de Israëlische geheime dienst, komen voorbij! Het lijkt onwaarschijnlijk dat al die moorden in verschillende delen van de wereld die Groenink oprakelt, iets met elkaar te maken hebben. Tijdens haar onderzoek duiken echter telkens weer dezelfde namen op. Niet alleen van spionnen, maffiabazen en schimmige tussenpersonen. Maar ook van politieke leiders zoals de Franse president François Mitterand en kopstukken uit het oude én het nieuwe regime van Zuid-Afrika.

Waarom moest Chris Hani sterven?

Hoewel ze tussendoor ook aan andere publicaties heeft gewerkt, heeft het onderwerp Groenink nooit losgelaten. Incorruptible. The Story of the Murders of Dulcie September, Anton Lubowski and Chris Hani is de afronding van dertig jaar onderzoek naar de dood van het drietal. Nog één keer neemt Groenink de lezer mee op ontdekking. Na de moord op Dulcie September reist ze onvermoeibaar heen en weer tussen Amsterdam, Parijs en Londen. Begin jaren negentig verplaatst het toneel zich naar Johannesburg, Pretoria en de Kaapse Vlakte. Ze praat met getuigen en nabestaanden. Met geheimagenten en journalisten die net als zij over brokstukken informatie beschikken. En zelfs met mensen die mogelijk direct of indirect betrokken waren bij moord. Groenink beschrijft de ontmoetingen in korte observaties, waarbij ze haar voor- of afkeuren niet onder stoelen of banken steekt. Zo krijgen we een levendig beeld van de verschillende sleutelfiguren.

Een van Groeninks uitdagingen is om feiten en “fake news” uit elkaar te houden. Zelfs de top van het ANC in ballingschap wil haar wijsmaken dat er in Europa Zuid-Afrikaanse doodseskaders actief zijn die het voorzien hebben op slecht beveiligde, lagere ANC-kaderleden als Dulcie September. Gaandeweg gaat Groenink inzien dat deze “soft target”-theorie een rookgordijn is. En dan krijgt ze ook nog te maken met doorgedraaide dubbelspionnen: fantasten die zélf niet meer weten wat waarheid is, en wat verzinsel.

Opzienbarend is vooral wat Groenink over de dood van Chris Hani te weten komt. Niemand twijfelt immers aan wat er die zaterdag voor Pasen in Boksburg gebeurd is. De man die het fatale schot heeft gelost, de Poolse communistenhater Janusz Waluś, zit al jaren achter slot en grendel. En de man die Waluś het pistool zou hebben geleverd, de conservatieve politicus Clive Derby-Lewis, heeft tweeëntwintig jaar in de gevangenis doorgebracht. Hij werd in 2015 om medische redenen vrijgelaten en overleed in 2016. Groenink belt echter aan bij omwonenden die tijdens het politieonderzoek destijds nooit zijn gehoord. Ze ontdekt dat er die ochtend meer auto’s in de buurt waren dan in het politierapport staan vermeld, en dat de buurvrouw die meteen de politie belde zodat Waluś al na twaalf minuten kon worden aangehouden, mogelijk heeft gelogen over waar ze zich tijdens de aanslag bevond. Wie was de overbuurman met het paarse laken die onmiddellijk het misdaadtoneel aan het zicht onttrok? En was het wel zo toevallig dat Hani’s bodyguards die dag vrij hadden?

Door niet op te geven komt Groenink stap voor stap dichterbij. Zuid-Afrika bevindt zich rond 1990 in een overgangsfase. De apartheidsregering probeert nog steeds de internationale sancties te ontduiken. Het ANC bereidt zich voor op een machtsovername. En internationale bedrijven en geheime diensten doen hun best om zowel de oude als de nieuwe bewindslieden te paaien. “It is not about weapons alone”, stelt Groenink vast (p. 184). “French business in Africa is diverse: there are electronics, phone systems, construction contracts; there are diamonds and other minerals. If you are lucky you can make money out of arms sales, simultaneously exploit mines, take out diamonds, fuel wars and get contracts to build up the place again once the wars are over. And then there is oil.” Naast de Fransen zijn ook de Britten en de Amerikanen in Afrika actief. En hun belangstelling houdt niet op bij grondstoffen, gevechtsvliegtuigen en traditionele wapens…

Met gevaar voor eigen leven

Toch slaagt Groenink er uiteindelijk niet in haar bewijs rond te krijgen. Ze komt vaak niet verder dan de constatering dat er een “link” is tussen twee partijen, dat ze “associated” of “connected” zijn. Als lezer raak je ervan overtuigd dat het allemaal geen toeval kan zijn. Maar wat betekenen die verbintenissen precies? Als het zoveelste mysterieuze sterfgeval zich aandient, besluit Groenink dat het genoeg is geweest: “First of all, I know I won’t find conclusive proof. Tracks to secret services, yes, plenty. Motives, yes I come close to motives at times. But nowhere near any real proof that will stand up in court.” (p. 255)

Natuurlijk wordt haar speurwerk Groenink niet altijd in dank afgenomen. In een van de laatste hoofdstukken geeft ze zelf de beperkingen van haar onderzoek aan. Sommige betrokkenen konden niet worden opgespoord. Anderen weigerden haar vragen te beantwoorden of reageerden met dreigementen. Ter verantwoording heeft Groenink een uitvoerig notenapparaat aan het boek toegevoegd. Daarnaast is op haar website een belangrijk deel van de correspondentie rond dit boek terug te vinden.

Aanvankelijk zou Incorruptible bij de Zuid-Afrikaanse uitgeverij Jacana verschijnen. Vanwege alle bedreigingen en het vooruitzicht van torenhoge rechtskosten durfde de uitgeverij de publicatie uiteindelijk niet aan. Volgens Groenink zou oud-minister van Buitenlandse Zaken Pik Botha Jacana bijvoorbeeld herhaaldelijk hebben gebeld. “Oh, that’s nothing”, reageert uitgeefster Maggie Davey als Groenink haar vertelt dat Botha haar, toen ze hem een keer zelf aan de lijn kreeg, een “criminal mind” en een “pathological liar” zou hebben genoemd (p. 319). “He has been on the phone like that with us the whole week. He told me ‘the world is a very dangerous place, you know’, with that deep voice of his.” (p. 320)

Hoeveel moed het heeft gevergd om met dit onderzoek en de publicatie van het boek door te gaan, spreekt echter vooral uit het feit dat er steeds meer namen opduiken van andere “onomkoopbaren” (zoals de Noor Ole Dørum en de Zuid-Afrikaan David Webster) die net als September, Lubowski en Hani onder verdachte omstandigheden zijn omgekomen. Een van de weinige aanwijzingen die je krijgt dat Groenink er rekening mee houdt dat ook zij gevaar loopt, is wanneer ze schrijft dat ze bij een afspraak met een informant haar auto altijd een paar blokken verderop parkeert. 

Incorruptible is in de Zuid-Afrikaanse media positief ontvangen. Verder is het opmerkelijk stil gebleven rond het boek. Dat nog niemand naar de rechter is gestapt om het boek te laten verbieden, is misschien een teken dat Groenink met haar afleidingen op het goede spoor zit.

De Dulcie Septembers van deze tijd

Dat Incorruptible juist nu verschijnt, is geen toeval. In 2018 is het precies dertig jaar geleden dat de moord op Dulcie September plaatsvond, en vijfentwintig jaar sinds de moord op Chris Hani. Groenink heeft echter niet alleen een stuk geschiedenis willen documenteren. Haar boek is geschreven in de nadagen van het bewind van de Zuid-Afrikaanse president Jacob Zuma, een periode die werd beheerst door “state capture”: corruptie, machtsmisbruik en vriendjespolitiek. Groenink zelf is getrouwd met Ivan Pillay, die als tweede man bij de Zuid-Afrikaanse belastingdienst een bedreiging vormde voor Zuma en zijn kornuiten, en die om die reden ook nu nog door het Zuid-Afrikaanse Openbaar Ministerie wordt vervolgd. Groenink wil met haar boek het Zuid-Afrika van vandaag een spiegel voorhouden. “They were of different colours and backgrounds, Dulcie, Anton and Chris”, schrijft ze (p. 334). “But the three had one thing in common: they were good persons. They were incorruptible.”

Buro: IG
  • 0
Top