De eerste keer dat ik Naidene Lottering poëzie zag voordragen was als lid van de Mengelmoesdigters in 2019 op het Tuin van Digters Poëziefestival in Wellington. Haar gedichten waren fel en krachtig, en ik dacht: zo, deze vrouw is getalenteerd!
Nog maar kort geleden nam Naidene Lottering deel aan het Brussels to Karoo-programma 2025 (oktober-november), een collaboratief schrijversresidentieprogramma van de Jakes Gerwel Foundation en Passa Porta. Samen met drie Zuid-Afrikaanse en twee Belgische schrijvers verbleef ze in het Paulet House in KwaNojoli, waar opkomende en gevestigde schrijvers drie weken ongestoord konden schrijven. Een geweldige ervaring volgens deze veelbelovende dichter.
Wie is Naidene Lottering, wat is haar passie voor poëzie en wat kunnen we lezen in haar gedichten?

Naidene Lottering (foto: verskaf)
Naidene Lottering (1991) is een spoken word artiest, dichter en docent uit Elsies River, woonachtig in Kraaifontein, Kaapstad. Op dit moment werkt ze fulltime aan haar Master in Creative Writing bij de Rhodes University in Makhanda.
Ze neemt actief deel aan lokale festivals en deelt haar liefde voor de Kaap en Kaaps door middel van haar poëzie. De gedichten in dit artikel zijn niet (allemaal) gepubliceerd, maar over de afgelopen jaren door de dichter opgevoerd op verschillende Poëziefestivals.
In haar poëzie verkent Lottering het leven van de mensen in de door geweld geteisterde omgeving van de Kaapse Vlakte met thema’s als (de effecten van) bendecultuur, de relatie tussen school en samenleving, sociaaleconomische ongelijkheid en de strijd om te overleven te midden van gevaarlijke omstandigheden, de uitdagingen en hun impact op individuen en gemeenschappen.
Ze zet haar spoken word-kunstenaarschap in om bewustzijn te creëren en empathie te bevorderen. Het voordragen van poëzie is voor haar net zo belangrijk als het schrijven ervan, ze zijn onafscheidelijk: ‘Om een gedicht voor te dragen gaat voor mij veel dieper dan wanneer je het slechts leest. De intonatie, stemtoon, zelfs de klinkers van zekere woorden, om dat over te brengen. Vooral de woorden in Kaaps zijn soms niet gemakkelijk om te lezen, maar als je me hoort dan ga je het veel beter begrijpen. En ik geniet ervan om een performance-dichter te zijn.’
Als lid van Die Mengelmoes digters publiceerde Naidene Lottering een aantal van haar gedichten in hun bundel In Woorde Gebaar. In 2024 kreeg ze een sterke aanbeveling van het Red Weelbarrow Poetry collectief voor haar Afrikaanse gedicht Die laaste seemyl. Haar gedicht Vuil water met kaas werd in 2024 gepubliceerd in Ons Klyntji en is opgenomen in de Groene galerie expositie van 2024 bij het Afrikaans Taal Monument in Paarl. Lottering last het gedicht dat jaar ook voor bij de Tuin van Digters. In het gedicht stelt de dichter dat de gevestigde democratie niet werkt voor haar mensen van de Kaapse Vlakte en ze verzet zich tegen het kapitalisme van deze nieuwe regering, die ze een terrorist noemt. Deze regering die voortkwam uit een verzetsbeweging die gebaseerd was op marxistische principes, heeft het volk teleurgesteld door niet in de behoeften van het volk te voorzien en in plaats daarvan zichzelf te verrijken: ‘Als Marx en Lenin de praktijken van de huidige regering zouden zien, zouden ze zich in hun graf omdraaien.’
Vuil water met kaas
die democracy wêkkie mee vi ôssie
die muis herrie kaas gekry, whilst
Lenin en Marx regop in hul grafte staan
mettie cigars wat Guevara vi hulle gelosit
is mos wierook oor Madiba se liggaam
verre issie government ’n terrorist
wat met sy gat innie botter gevallit
ôs is currently under attack
but die offspring vannie apartheid regime
ry nog met hul eeste jaar
in high class bakkies rond
is ’n bitter smaak innie mond
van swart bloed
ek will currently net vi NASA wêk
waar ek heeldag deur ’n telescope kyk
en wag vi die Here om te kô.
Kaaps en Sabela als politiek statement
Op school was Afrikaans Lotterings favoriete vak, wat tot uitdrukking komt in de manier waarop ze omgaat met taal. Ze kwam ook in aanraking met codewisseling als straattaal en beide variaties van de taal beoefent ze in haar poëzie: naast het standaard Afrikaans schrijft ze in het Kaaps en ze gebruikt ook woorden uit Sabela, de taal van de nummerbendes. Het specifieke gebruik van Sabela dient een belangrijk doel in haar poëzie. Het geeft de lezer een kijkje in een andere wereld binnen de eigen samenleving. Sabela werd aanvankelijk alleen gebruikt in de gevangenis, maar heeft zich sindsdien buiten de gevangenis verspreid en wordt veel gebruikt op de Kaapse Vlakte. Het gebruik van Kaaps en Sabela is een manier om identiteit te claimen, het is een politiek statement. Volgens Naidene heeft politiek veel te maken met georganiseerde misdaad en ze geeft de politici de schuld van wat er gebeurt in haar generatie, voor wie het leven er een is van pijn en verbrijzelde dromen. ‘Het is allemaal simpele wiskunde: we tellen gewoon van 6 tot 8. Het kind moet het huis uit voor een overval.’1
Skarrelkinders
ȏsse stories is gedig in pyn
en shattered dreams
ȏs ken soms net skarrel
en wegloep pa’s
en small change
is maklike wiskunde
Ma’s tel mos net die gelt vir krag en brood
soms is it net brood en kerse
soe vestaan your honour
ek rob vir ôs needs
ennie tronk los niks va my huis
se problems op.
Lotterings gedichten praten over wiskunde en economie, bendes, “nommergeweld” en bloed, en de “turf”: bende-activiteiten gaan over de “turf”, het gebied waar je macht over hebt. Als je de turf wilt hebben, dan heb je het over ‘de grond’ en als je die wilt hebben, dan gaat het over geld. In haar gedichten better late than never en algebra zien we voorbeelden hiervan.2
better late than never
sorrie dat ek laat is
was innie lyn vi ouma se pille nomme sodat sy ka laat lê
die jig pla die hanne
ennie temperature was blok benoud daar was gin skape
vi ons joint geslag
ek moes saam innie oggen drom skarrel buite die golden acre
en sorrie vi giste menee
die kinnes oppie hoek het my innie pad gekee
een mettie gun ennie anner
mettie daggapil
toe pass ôssie skool ommie hoekwinkel te rob
virrie geld, die turf ennie brood
ek kan oekie leer virrie toets ie
my pa kannie liesie
my ma kan oekie engels praat ie
die mondeling is oekie kla ie
because ek kannie standaard afrikaans praatie, innie flêt praat ôs kaaps
en as ekke voorie klas staan beweeg die woore innie lug,
en as ek skryf spring die nommes op en af
na skool tel ôs mos ma van ses af to ag
die nommes is mos gespray
oppie krag boks
oppie kant vannie flêt
en onne die RIP sign van my boeta
ek hettie sokkies aanie menee
my ma sê sokkies is te duur
die allpay was virrie mobile skuld
ennie city se meterboks
ek wiet menee staan agte die deur
mettie plank innie hand
en ekke buite mettie halssnoer ommie nek
en wag vi iemand ommie tou te trek
soe maak oep
it rien bullets buite
Het gedicht ‘better late than never’ toont het dagelijks leven op de Kaapse Vlakte, waar kinderen voor de behoeften van hun familie moeten zorgen door in de vuilnisbakken buiten winkelcentra naar iets eetbaars te zoeken en waar het leven op straat gevaarlijk is omdat je verstrikt kunt raken in geweld of drugsmisbruik of door bendes kunt worden gedwongen om bepaalde klussen voor hen te doen, zoals het beroven van een winkel.
De vierde strofe van ‘beter laat dan nooit’ is tevens een aanklacht tegen het feit dat kinderen hun eigen variant van het Afrikaans, namelijk Kaaps, niet mogen spreken en daarom hun huiswerk voor het schoolvak Afrikaans niet kunnen maken, temeer omdat hun ouders niet kunnen lezen en ze hun kinderen dus niet kunnen helpen met hun huiswerk.
Intergenerationeel trauma
Een centraal thema in haar poëzie is dat van intergenerationeel trauma, de overdracht van schuld, zonde en ontberingen van generatie op generatie binnen families en gemeenschappen. Lottering gebruikt het onderwijssysteem en vakgebieden als wiskunde als spiegelbeeld om deze wereld te exploreren. Het is ook een verkenning van de realiteit van de grond waarop mensen leven, de grond die als heilig wordt gezien, maar tegelijkertijd een potentiële bron van gevaar is. Deze ambigue ervaring van de fysieke en metaforische grond vormt een rode draad door haar poëzie.
Lottering: ‘na dertig jaar democratie is er praktisch niets veranderd, met name in een gebied als de Kaapse Vlakte waar elke dag vol pijn en bloed is. We kunnen een kind wel vertellen dat het naar school moet gaan, maar hoe zit het met het intergenerationele trauma?’ Hoewel Naidene Lottering, geboren in 1991, zogenaamd ‘born-free’ is, draagt haar generatie het verleden van kolonialisme en apartheid nog steeds met zich mee. De patronen van geweld en armoede herhalen zich. Volgens de dichter komt het allemaal voort uit de politiek van het apartheidstijdperk, ‘toen mensen bij elkaar werden gezet in dit grote gebied dat de Kaapse Vlakte heet, groot genoeg om elkaar te vermoorden, elkaar te voeden met drugs, allemaal samen op één grote stapel.’ Lottering noemt het genocide: ‘we sterven één voor één, alsof we in concentratiekampen zitten.’
algebra
die patterns maak my mal
it was ees my pa se broer wat
soe was toe stiek hulle hom
byrie dums tafel
hy kon gloe nie reg tellie
toe’s my uncle se kinnes een op ’n tyd tronktoe toe because hulle het oekie
die regte getal gelt gehad byrie
winkel nie toe kom die law
en sluit hulle toe
hulle konnie byrie reëls hou ie,
want wa jy invoer
gaan uitgevoer wôd
en as jy alles bymekaar tel
balance dit oekie.
Een stem zijn
Veel van de verhalen in Lotterings gedichten komen uit haar klaslokaal: ‘Ik hoor de leerlingen in mijn klas met elkaar praten over wat ze zien, hoe ze zien dat mensen elkaar neerschieten en vermoorden. En dan komt de politie en jaagt iedereen weg. Dat is het verhaal van hun leven.’
Met haar poëzie wil Lottering de mensen uit haar eigen omgeving en cultuur bereiken: Ze schrijft voor haar generatie lezers op de Kaapse Vlakte en voor de jongeren: ‘Ik wil schrijven over ònze grond, over òns dagelijks leven, zodat mensen zich kunnen herkennen.’
tussen bloed en blomme
ek sukkel ommie roosbed uit te
beeld die rdp’s is te klein
ôs kannie ees die boslellies aan die wêreld
wys nie die fletse is te hoog
ôs kan skaars tours deuri townships
reël ommie kaapse stokroos somma
eerste aanie vreemde voete wat land
te wys
because die liewe byrie
shacks langs die N2 is te
cruel
mass murders is te common
die ultimate storie is dat die airport sit okant
en meer as soms maak ôs kinnes dit nooit om te kan
vlieg ôs kannie osse sonneblomme
aanie census officials
wys nie die dreine loep
oor
die vullishope is
crowded ennie media
plant doringblare
die unemployed tannies koep halwe
brode om die kak innie toilet te lies
is ’n sad storie dat hulle vannie vars blomme vegiet.
Voor Naidene is het belangrijk dat mensen het gevoel hebben erbij te horen en te weten dat ze niet alleen zijn, dat we allemaal in hetzelfde schuitje zitten. Toen ze zelf opgroeide, las ze poëzie over bomen, bloemen, velden die ze nog nooit had gezien, stranden waar ze nog nooit op had gelopen omdat ‘we dat niet hadden in de betonnen jungle waarin ik ben opgegroeid’. Het is belangrijk voor haar mensen om uit een betonnen jungle te komen, legt ze uit, al is het maar door een gedicht te schrijven als tussen bloed en blomme, dat die setting verbeeldt: ‘Als je het leest, kun je bijna ruiken hoe het is om op de Kaapse Vlakte te wonen.’
Haar liefde voor poëzie komt voort uit de liefde voor lezen sinds ze als kind door haar grootmoeder werd meegenomen naar de bibliotheek. Al op de middelbare school schreef ze gedichten en droeg ze deze voor. Haar grote inspiratiebron was Ingrid Jonker, hoe Jonker schreef over opstanden, en vooral Jonkers gedicht Die kind. Voor Naidene was literatuur en het schrijverschap een bron van kracht die haar in haar jeugd tot steun was: ‘Ik was ooit gewoon dat meisje met een zwart notitieboekje. Ik las poëzie in de bibliotheek en realiseerde me dat ik dat ook kon. En ik heb geleerd dat dit is waar ik van hou en nu, nu poëzie voor mij niet langer een toevluchtsoord is, maar ik het op een academische manier gebruik, zet ik het in om het verhaal van onze mensen te vertellen en voor hen een stem te zijn.’
De vruchten plukken
Het schrijvers-retreat bij Paulet House, in oktober en november 2025, was voor Naidene een geweldige ervaring. Niet alleen omdat ze de gelegenheid kreeg zich puur te focussen op schrijven zonder iets anders te hoeven, maar ook het samen zijn met andere schrijvers leverde veel inspiratie en energie op: ‘je krijgt opinies, je kunt delen binnen de groep’. Bovendien was ze er omringd door boeken en als ze niet schreef dan las ze of ze praatte met anderen in de groep over literatuur: ‘Je leert over schrijvers die je nog niet kent, leert kritisch te kijken en na te denken over hoe je wel of juist niet schrijven wil, wat wel of niet werkt voor jou.’ In Paulet House voelde Naidene dat ze deel was van iets groters dan haarzelf: ‘We waren daar samen, vanuit verschillende plekken, de Belgische schrijvers met hun eigen cultuur en schrijfstijl en ervaringen, Bibi Slippers met haar ervaringen, Alfred Schaffer die de prestigieuze PC Hooftprijs heeft gewonnen voor zijn oeuvre en Koletso Mopai, die in 2020 een van de 200 beste jonge Zuid-Afrikaanse schrijvers van de Mail & Guardian was. Ik moet nog debuteren en was samen met schrijvers die al veel bereikt hebben in de schrijverswereld. Ik leerde constant. Hier was ik en ik kon de vruchten plukken van de mensen die samen met mij waren en zelfs van degenen die voor mij in het Paulet-huis waren en hebben geprofiteerd van deze residentie, bv door te publiceren. Het was een grote leerplek voor ons allemaal en het erkennen van elkaars sterkte punten was speciaal.’
Ik ben benieuwd wat de uitkomst van de schrijversretraite zal zijn voor Naidene Lottering. Voorlopig heeft ze haar handen vol aan het afronden van haar masterscriptie voor creatief schrijven aan de Universiteit van Rhodes, maar ik hoop en verwacht echt dat het meisje dat ooit haar eerste gedichten op papier zette in haar zwarte notitieboekje binnenkort haar debuut zal publiceren. Naidene Lottering mag misschien nog aan het begin van haar reis staan, haar gedichten resoneren nu al met de urgentie en het inzicht van een dichter die de kracht van taal begrijpt. Als haar huidige werk een indicatie is, zal ze zeker een impact hebben op de Zuid-Afrikaanse poëzie.
Eindnoten
1 6 en 8 zijn specifiek, verwijzen naar de bendenummers 26 en 28
2 Deze gedichten zijn (nog) niet gepubliceed, maar zijn hier opgenomen met toestemming van Naidene Lottering.

