Nederlandse veeboeren frauderen met halve en hele koeien

  • 0

Een derde deel van de Nederlandse melk- en rundveebedrijven sjoemelt met de koeienregistratie. Dat constateert landbouwminister Carola Schouten in een brief die ze dinsdag 23 januari aan de Tweede Kamer heeft gestuurd.

Na de “mestfraude” en de “bermfraude” eind 2017 is de Nederlandse melkveehouderij begin 2018 alweer negatief in het nieuws vanwege de zogenaamde “kalverfraude”. De zaak kwam aan het licht doordat er volgens het Identificatie- & Registratiesysteem (I&R), waarin boeren opgeven hoeveel stuks vee ze hebben, in 2017 opeens veel meer twee- en meerlingen geboren zouden zijn dan gebruikelijk. In 2015 en 2016 lag het aantal meerlingen bij koeien op 3 tot 5 procent. In 2017 werden er volgens het I&R bij 5700 melk- en rundveebedrijven opeens 5 tot 10 procent meerlingen geboren, en bij circa 2000 bedrijven zelfs meer dan 10 procent.

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit rook onraad en heeft op maandag 22 januari bij 93 verdachte bedrijven inspecties uitgevoerd. In het I&R telt een volwassen melkkoe als een hele koe (1 GVE ofwel “grootvee-eenheid”) en een vaars, een jonge koe die nog niet gekalfd heeft, als een halve koe (0,5 GVE). Tijdens de inspecties bleek dat bij maar liefst 45 bedrijven de feitelijke situatie in de stal er anders uitzag dan op papier.

Koeien grazen op de oude Lauwerzeedijk (Foto: Uberprutser via Wikimedia Commons)

Blijkbaar hebben duizenden boeren gefraudeerd door meerdere kalveren toe te schrijven aan één moederkoe, die dan op papier een meerling heeft gekregen. Andere koeien blijven daardoor onterecht geregistreerd staan als vaars en tellen daarom maar half mee voor de hoeveelheid fosfaat die een bedrijf produceert.

Het heeft allemaal te maken met de door de Europese Unie opgelegde norm voor de maximale fosfaatuitstoot. De mest die koeien produceren bevat fosfaat die deels in de bodem en het grondwater terechtkomt. Dat is schadelijk voor het milieu. In 2016 produceerde de Nederlandse veehouderij nog te veel fosfaat. Sindsdien is er een fosfaatreductieplan afgesproken. Als boeren te veel dieren hebben en er dus te veel fosfaat wordt geproduceerd, moeten ze een deel van hun veestapel afstoten. Door te knoeien met hele en halve koeien in het I&R scoort de boer beter ten aanzien van het fosfaatreductieplan en hoeft hij minder dieren weg te doen.

Alle bedrijven waar het I&R niet overeen bleek te komen met de werkelijke situatie zijn onmiddellijk geblokkeerd, wat betekent dat er geen dieren mogen worden aan- en afgevoerd. Een bedrijf wordt pas weer vrijgegeven als de administratie is gecorrigeerd.

Minister Schouten is van plan de fraudeurs streng aan te pakken. Een verkeerd cijferbeeld kan bij uitbraak van een dierziekte tot risico’s voor de diergezondheid en de volksgezondheid leiden. Daarnaast is de betrouwbaarheid van het I&R belangrijk voor de reputatie van Nederlandse producten en voor de export.

“Hier is sprake van strafbare feiten en er zullen dus ook sancties volgen. Bedrijven die frauderen kunnen rekenen op naheffingen, kortingen op EU-subsidies en mogelijk strafrechtelijke vervolging. Ik ben al met het Openbaar Ministerie in overleg over de meest effectieve aanpak”, aldus de minister.

Landbouworganisaties hebben “verbijsterd” op de ontdekking van het bedrog gereageerd en de minister hun volle medewerking toegezegd.

Toch bestaat het vermoeden dat sommige boeren onderling afspraken hebben gemaakt over hoe ze het I&R konden manipuleren. Zelfs bedrijven die niet onder het fosfaatreductieplan vallen zouden hebben meegedaan om andere bedrijven te helpen. Ook worden er vragen gesteld over de rol van die hele stoet “erfbetreders” zoals accountants en mengvoerleveranciers, die bij hun bezoek aan een boerderij verhalen meebrengen over hoe het op andere boerderijen gaat en die de boeren, voor wie de regelgeving soms ook wel erg ingewikkeld is, op verkeerde ideeën zouden kunnen brengen.

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit gaat door met haar onderzoek. Gelukkig lijkt het er vooralsnog op dat de totale fosfaatproductie in Nederland ook na herberekening nog onder het zogenaamde “fosfaatplafond” blijft.

Buro: IG
  • 0
Top