Trekpleister Brugge

  • 0

Brugge is erg in trek bij toeristen; iets te veel volgens het stadsbestuur. En dus willen ze net zoals in Amsterdam wat op de rem staan. 

Toerisme blijft essentieel voor de stad, alleen wil men eerder mikken op een “kwaliteitstoerisme”. En net in dat segment bestaat vaak een grote belangstelling voor de Vlaamse Primitieven.

Ooit werd het West-Vlaamse Brugge omschreven als het “Venetië van het Noorden”. Het is een stad met heel wat cultuur en een rijkgevulde geschiedenis, tot op vandaag nog prominent aanwezig binnen de historische stadsomwalling.

En dat is een cocktail die toeristen aantrek. Veel toeristen. Eigenlijk té veel, meent het Stadsbestuur. “We moeten de toestroom meer sturen als we willen dat het hier geen Disneyland wordt”, zegt burgemeester Dirk De fauw. Ergens is ook deze toeristische pletwals iets wat Brugge deelt met dat andere Venetië. Of met steden als Amsterdam natuurlijk.

Recordcijfers

Vorig jaar, zo blijkt, liepen er dagelijks gemiddeld tussen de 50.000 en 60.000 toeristen door de straten van de stad. Drie voor elke inwoner van de binnenstad. Dat van de 8,3 miljoen bezoekers in datzelfde jaar (900.000 meer dan het jaar voordien) zo’n 6 miljoen dagjestoeristen waren die soms slechts enkele uren in de stad aanwezig waren is een andere vaststelling. Net dit type toeristen wil men nu op afstand houden.

“Het is niet dat er geen plaats meer is in onze stad”, zegt De fauw. “Maar we moeten mikken op kwaliteitstoerisme, mensen die hier een paar dagen verblijven, goed gaan eten, musea bezoeken. Niet de grote massa’s die met een bus voor drie uur hierheen worden gevoerd om dan terug te keren naar hun cruiseschip. Om net dat tegen te gaan mogen voortaan nog slechts twee cruiseschepen tegelijk in de Haven van Zeebrugge aanmeren, terwijl er dat naar capaciteit toe makkelijk 4 tot 5 kunnen zijn.”

Vlaamse primitieven

En nu we het toch over kwaliteitstoerisme hebben. Een recent verschenen boek bij de in kunst gespecialiseerde Uitgeverij Ludion verdient de nodige aandacht (zie kader).

Ergens kan het als leidraad en achtergrond dienen voor een bezoek aan de West-Vlaamse hoofdstad.

Schilderliefhebbers brengen steevast de term “Vlaanderen” in verband met de zogenaamde Vlaamse Primitieven, en dat is precies waar dit boek dus om draait.

De invloed van deze nieuwe stijl verspreidde zich over heel Europa, maar Brugge was de onbetwiste bakermat.

Als een van de belangrijkste steden van Europa met een belangrijke internationaal handelscentrum vormde ze de prima humus waarin deze vernieuwing gestalte kon krijgen.

Auteur Till Holger-Borchert, beroepshalve de gewaardeerde conservator van het Brugse Groeningenmuseum, benadert de zaken contextueel. Geen Jan Van Eyck, Rogier van der Weyden, Hugo van der Goes of Hans Memling zonder die welstand van de 15de eeuw.

In een ander deel legt Holger-Borchert de focus op enkele andere Zuid-Nederlandse steden, om af te sluiten met een systematische bespreking van 27 werken die tot de wereldtop behoren en allemaal in Brugge worden bewaard.

Voor wie  Brugge ooit bezocht biedt het een leuke terugblik. Wie het nog niet deed kan er een aanzet in zien. Of het gewoon beschouwen als een leuk en fraai geïllustreerd hebbeding voor de liefhebber. 

.....................

Till Holger-Borchert, De Vlaamse primitieven in Brugge, Brussel, Ludion, 2019, 128p.

www.ludion.be

.....................

  • Foto’s van Brugge: pixabay.com

 

Buro: MV
  • 0
Top