Zomertijd: waarom doen we onszelf dit elk jaar weer aan?

  • 0

Foto: Wil Stewart, Unsplash

In de nacht van zaterdag op zondag is in de Europese Unie de zomertijd ingegaan. Om 2 uur ’s nachts gingen de wijzers van de klok een uur vooruit. Dat betekent dat het tijdsverschil tussen Nederland en België aan de ene en Zuid-Afrika aan de andere kant tijdelijk is opgeheven. Als op 28 oktober de wintertijd weer ingaat, loopt Zuid-Afrika opnieuw een uur vóór.

In zo’n 70 landen ter wereld wordt twee keer per jaar de klok verzet. Daarbij wordt de wintertijd als standaardtijd beschouwd. In de EU loopt de zomertijd ván de laatste zondag van maart tót de laatste zondag van oktober. Het verschil tussen zomer- en wintertijd is in veel Europese landen in de jaren zeventig en tachtig ingevoerd naar aanleiding van de oliecrisis van 1973. Het doel was energiebesparing: de wintertijd zorgde ervoor dat mensen ’s zomers nog op een oor lagen terwijl het buiten al licht was. Volgens de winterklok zou in Nederland de zon eind juni bijvoorbeeld om half 4 ’s ochtends al op zijn. Door de zomertijd lijkt het ’s ochtends langer donker te blijven, en ’s avonds langer licht. Op die manier kan er bezuinigd worden op het gebruik van kunstlicht.

Voor veel mensen is de overgang van winter- naar zomertijd elk jaar weer wennen. Zomertijd is immers een afspraak, terwijl onze biologische klok zich laat leiden door de natuur. Vooral in de eerste week na het ingaan van de zomertijd kunnen mensen hierdoor extra vermoeid zijn. Dat kan er onder meer toe leiden dat ze minder alert en minder productief zijn. Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat meer mensen in de week na de zomertijd worden getroffen door een hartinfarct dan in de rest van het jaar. Het gerommel met de wijzers zou ook tot meer verkeersongelukken en meer depressies leiden. Sommige mensen hebben wel een maand nodig om aan het nieuwe ritme te wennen. Vooral kleine kinderen en zieke en oude mensen zouden er last van hebben. Ook voor landbouw en veeteelt kan het tijdsverschil gevolgen hebben. Planten en dieren zijn zich er nu eenmaal niet van bewust dat de mens de klok een uur voor- of achteruit heeft gezet. Maar wanneer ze afhankelijk zijn van mensen – zoals koeien die elke dag op een vaste tijd gemolken worden – zullen ze zich hier na enkele dagen wel aan aanpassen.

Niet iedereen is negatief over de effecten van de ingang van de zomertijd. Sommige mensen hebben er minder last van dan andere. Of ze hebben inmiddels geleerd om de wekker in de week voor de tijdsverandering alvast een half uurtje vroeger te zetten, zodat hun lichaam geleidelijk kan wennen.

Het is nog maar de vraag of de zomertijd inderdaad de gewenste energiebesparing oplevert. Het kan bijvoorbeeld zijn dat we besparen op elektrisch licht, maar tegelijk meer energie gebruiken voor de airconditioning. Het Europees Parlement heeft zich in februari gebogen over de vraag of de zomertijd afgeschaft zou moeten worden. Een motie hiertoe is uiteindelijk niet in stemming gebracht. Wel is afgesproken dat er een nieuw onderzoek ingesteld wordt naar zin en onzin van die tijdsverandering, twee keer per jaar.

Buro: IG
  • 0
Top