Op 28 november zou het 10 jaar geleden zijn dat Mark Behr ons ontviel. Jef Boden schrijft: “Ja, de tijd gaat snel. Onvoorstelbaar snel. Hoe anders had het kunnen zijn. Hij laat me niet los.”
10 jaar later
Ag, Mark, die reuk van appels,
wrang, onvermijdelijk lang.
Maar, baie meer: het wildpark,
de koningen van het water,
een wenkende horizon.
Grenzeloos een taal in elke woning
ontdekken, smaken, laten bloeien
en, het zingen in de bergen
tot een last rose of summer.
De stilte na het koor,
een bloem van Georgia O’Keeffe.
Zo reist, reikt een wereld,
noden wetten en geboden
om binnen andere muren
thuis te komen.
Zo overvalt het tasten,
wordt het een eerlijk omarmen.
Je moeders taal, je vaders taal,
dierbaar, beschermend, schermend.
Het ontleden van die klanken,
van woord tot zin tot verhaal,
bouwt moeizaam een spreken,
een geschenk, altijd een spiegel.
Nog steeds ben je hier
in het zoeken, de twijfel en de hoop,
met Marnus, Karl of Almeida.
Ik koester je woorden. Zo graag
zou ik ze weer willen horen.
Je stem, de kracht, zo zacht.
