“Le cadavre exquis boira le vin nouveau”
Een cadavre exquis van Breyten Breytenbach in het Nederlands

Vijfentwintig jaar geleden overleed De Coninck op 53-jarige leeftijd in Lissabon op weg naar een schrijversconferentie, aanleiding om de verzameling met gesprekken op de markt te brengen. Dag op dag 39 jaar geleden verscheen het interview met Breytenbach in het Vlaamse weekblad.
Het gesprek handelt overwegend over het gevangenisleven van Breytenbach, zijn bestaan als politiek gevangene van het apartheidsregime, niet zozeer over het literaire werk zelf. Hoewel motieven zoals verval, dood en metamorfose, zo prominent in de “aars poëtica” van Breytenbach, aan bod komen.
Laat ik het hier vooral over “mijn vondst” hebben.
Cadavre Exquis in Zweeds en Nederlands
Van 26 januari tot 17 maart 1991 had in Stockholm Breytenbachs tentoonstelling ‘Zelfportretten en andere voorlopers’ plaats. Ter gelegenheid van die expositie schreef de auteur een tekst met als titel Cadavre Exquis. Eerst verscheen een vertaling in het Zweeds (uit het Engels?), in een bundel samen met zestien tekeningen, een essay van Per Wästberg en een nawoord door Elisabet Haglund. Kuturhuset heeft de catalogus uitgegeven. Vijf jaren later is de tekst overgenomen in de essaybundel The Memory of Birds in Times of Revolution. Essays on Africa (Human & Rousseau, Kaapstad & Harcourt Brace & Company, New York).

De fraai uitgegeven bundel met gedichten, prozateksten en tekeningen mocht ik ontdekken in de collectie Ernst van Heerden van het Poëziecentrum. De Zuid-Afrikabibliotheek wordt sinds 1998 in Gent bewaard, eerst dankzij financiering door PUK Kanselierstrust (Noordwes Universiteit, Potchefstroomkampus) en met de steun van de uitgeverijen Protea Boekhuis, NB-Uitgewers en Naledi, later met geldelijke steun van ATKV. Cadavre Exquis bevindt zich in een omvangrijke verzameling met breytenbachiana, deel van een imposante poëzieverzameling in Afrikaans. Naar verluidt is met een deel van het geld van de Nobelprijs voor de Vrede, in 1993 toegekend aan Nelson Mandela en FW de Klerk, én door toedoen van de schrijver en academicus Lucas Malan de overdracht van de poëziebibliotheek van de Zuid-Afrikaanse dichter, criticus en hoogleraar Ernst van Heerden gerealiseerd.
Breytenbachs gelegenheidsuitgave, in de vertaling van Laurens Vancrevel, presenteert zich als een experimenteel cadavre exquis (letterlijk: uitzonderlijk lijk). In het Algemeen Letterkundig Lexicon (Digitale bibliotheek voor de Nederlandse letteren) wordt de term cadavre exquis als volgt toegelicht: “Een door het surrealisme in de literatuur ingebrachte vorm van écriture automatique waarbij oorspronkelijk vijf verschillende personen achtereenvolgens vijf zinsdelen van een daarmee te vormen zin inbrengen: een zelfstandig naamwoord, een adjectief, een werkwoord, een lijdend voorwerp en een bijvoeglijk naamwoord dat daarbij hoort. Het verschijnsel werd benoemd naar de aldus verkregen eerste zin zoals hierboven aangegeven. Soms ook wordt de term gebruikt voor collectieve vormen van tekstproductie of voor regels van één dichter die een soortgelijke bouw vertonen”. De verwijzing naar het surrealisme met betrekking tot Breytenbachs literaire en grafische werk is uiteraard niet nieuw – ik verwijs naar het Breytenbach-nummer van Zacht Lawijd (18/2, zomer 2019), meer bepaald de bijdrage van Laurens van Krevelen over Breytenbach en het surrealisme in de beeldende kunst – en al evenmin de verwijzing naar het genre van het cadavre exquis van de Nederlandse Vijftigers.
De combinatie van tekeningen en (lyrische) prozateksten maakt van Breytenbachs éénmansonderneming een bijzonder boekje (67 pagina’s). Het is mij niet bekend of in de Breytenbachstudie elders aandacht is besteed aan de Zweeds/Nederlandse uitgave (1991/2005). Ter illustratie neem ik enkele tekeningen over uit de Brumes Blondes-uitgave.
Met dank aan Breyten Breytenbach voor de vriendelijke toelating facsimile’s bij de tekst op te nemen.






