Studenten van zes Zuid-Afrikaanse universiteiten (US, UK, UWK, UFS, NWU en UP) en een Namibische universiteit (UNAM) zijn in juli jongstleden voor een week bijeengekomen bij het ATKV Oord in Hartenbos om te leren over Nederlandse cultuur, taal en literatuur.

Studenten op pad van de accommodatie in Hartenbosch naar het klaslokaal
Negentien opgewonden en ook ietwat gespannen gezichten kijken ons aan bij de start van de Winterschool van de Suider-Afrikaanse Vereniging vir Neerlandistiek (SAVN) in de lapa van de ATKV in Hartenbos. Wat te verwachten, doe ik het wel goed genoeg, stel ik de juiste vragen, geef ik slimme antwoorden, is mijn uitspraak wel goed? Na de kennismaking die maandagochtend is de lucht al heel wat geklaard: ze zitten allemaal in hetzelfde schuitje en komen allemaal om te leren. Van Karin Benjamin en Joris Geelen (docenten), en Gonneke Groenen (logistiek en vice-voorzitter van SAVN – zie kader), maar ook van elkaar. Wat begint als een wat afwachtende, ietwat huiverige groep eindigt in een vrolijke eenheid van studenten die na de in één week opgedane ervaringen en tentoongespreide prestaties opgetogen en als nieuwe vrienden weer huiswaarts keren, terug naar hun eigen universiteit in Zuid-Afrika en Namibië waar ze studeren.

Coördinator Gonneke Groenen (NWU – vice voorzitter SAVN) heeft ook een certificaat verdiend!
Fear in a hat en secret buddies
Om het ijs te breken en de druk van de ketel te halen starten we de week met uitgebreide kennismaking en introductie. Via beproefde teambuildingsoefeningen als ‘Fear in a hat’ worden twijfels en angsten gedeeld en besproken, wat alreeds tot opluchting leidt en bovendien krijgt elke student een ‘secret buddy’ die erop toeziet dat hij of zij goed in zijn vel zal zitten deze week. Student Hanno Bornman van de Universiteit van Pretoria is heel enthousiast over deze ‘secret buddy’: “Dit was echt geweldig en ik voelde me hierdoor erg goed, want via deze aanpak zorgen mensen voor elkaar. Ik ga het zeker ook aan Professor Willie Burger vertellen, want dit was voor mij iets heel speciaals wat nog door geen enkel ander instituut is gedaan.” Jasmine Arnolds van UWK beaamt dat de manier van werken haar meer op haar gemak doet voelen: “Vanaf de eerste dag, maandag. Iedereen zat met dezelfde angsten maar jullie docenten zijn heel knap, er is geen druk en ik voel me vrij om fouten te maken.”
Poëzie, proza en grammatica
Als warming up zingen we ‘s ochtends Nederlandse liedjes, om de uitspraak te oefenen. Kinderliedjes als ‘Twee emmertjes water halen’ en het nummer ‘Een kopje koffie’ van VOF De Kunst worden uit volle borst meegezongen en blijven goed in het geheugen zitten en komen zelfs terug bij de eindpresentaties.
Dan is er taaltraining en literatuur. Joris Geelen daagt de studenten uit tot de onmogelijke opgave te definiëren wat poezie is, en hij leert hen gedichten te analyseren via diverse manieren van foregrounding, aan de hand van Simon Vestdijks Glanzende Kiemcel en de theorie van Roman Jakobson. Dichters als Vasalis, Starik, Menno Wigman en Simon Vestdijk worden enthousiast genalyseerd. Zelfs taalkundestudent Kevin Naude van NWU, die zegt weinig met literatuur op te hebben, is enthousiast over deze methode van poëzie-analyse.

Joris Geelen onderwijst poëzie-analyse

Studenten bezig met analyseren van gedichten
Karin Benjamin bespreekt proza en poezie van zwarte Nederlandstalige schrijvers. Korte verhalen van Edgar Cairo tot Kader Abdolah, en gedichten van onder andere Rodaan al Galidi en Babs Gons passeren de revue. Daarnaast bespreekt ze elke dag een aantal fundamenten van de Nederlandse grammatica, doen studenten spreekoefeningen via taalspellen en leren ze taalconstructies via de stimulus-response methode van Taaltempo. Een opsteker voor literatuurstudent Hanno Bornman: “Gewoonlijk ben ik meer geinteresseerd in literatuur maar nu heb ik veel meer van de grammatica genoten.”

Hoe zit dat ook alweer met die grammatica?
Tanya Krüger van Universiteit van de Vrystaat (UFS) gaat in augustus naar de zomerschool in Gent en Prof Van Niekerk had haar aangeraden de Winterschool bij te wonen als voorbereiding daarop. Na deze week heeft ze meer gevoel en waardering gekregen voor poëzie en letterkunde en ook veel van de uitspraak geleerd: “We hebben zoveel geleerd! Ik zal in elk geval minder bang zijn voor Nederlanders want ik heb gezien hoe jullie [de docenten] er zijn om ons te helpen, dus ik hoef niet bang te zijn om te vragen. Het werken met Taaltempo werkt erg goed, vooral voor de tenses. Heel goede oefeningen, ik wou dat ik dit al eerder had gedaan.”
Voor Jasmine Arnolds springt de poëzie eruit. Ze heeft zelf al eens een gedicht gepubliceerd op LitNet – Beroof van sy onskuld – “Ik schrijf zelf poezie en het was interessant om te zien hoe je gedichten kunt analyseren op een andere manier dan hoe wij het doen. Dit heeft mij ook meer bewust gemaakt, ik ga heel anders naar analyses van gedichten kijken. Ook de analyse van korte verhalen vond ik interessant. Ik ga definitief toepassen wat ik hier heb geleerd, ook in mijn eigen gedichten. Het motiveert mij om meer te gaan schrijven.”
Vooral veel samenwerken
Op verschillende manieren werken studenten groepsgewijs aan opdrachten en er is veel interactie. Studenten voelen zich veilig in de groep, wat vooral blijkt als een aantal studenten de resultaten van de schrijfoefening – een autobiografie schrijven in minstens 20 zinnen – voorlezen: ze laten daarin zoveel van zichzelf zien dat zowel studenten als docenten letterlijk tot tranen toe zijn geroerd. Wat een verhalen en wat een lef om dit te delen! Wat een mooie groep heeft zich hier gevormd dat dit allemaal mogelijk is in slechts één week.
Dit was het wat voor UK student Micah Crow deze week vooral speciaal maakte: “Het feit dat we nooit alleen waren, altijd samen. En hoe de docenten ons welkom en speciaal lieten voelen. Ik had nooit het gevoel dat ik niets wist. Zelfs als ik minder wist dan een andere student, heb ik me nooit klein gevoeld. Ik voelde me altijd goed en me erbij horen.” Micah is ervan overtuigd dat ze haar opgedane kennis zal voortzetten en “in praktijk brengen wat ik hier heb geleerd zodat ik mijn uitspraak kan perfectioneren en de Nederlandse cultuur beter zal begrijpen. Ik heb veel geleerd van het werken in groepen en luisteren naar andere mensen. Iets wat ik kan gebruiken in alle facetten van mijn leven.”

Studenten genieten vooral van het samenwerken. Van links: Jasmine Arnolds (UWK), Christi-Ann Nel (NWU), Micah Crow (UK) en Tuapeua Kamukuenjandje (UNAM)

Van links: Quin Barnard (US), Emma van der Walt (UP), Tanya Kruger (UFS) en Paula Kaula (UNAM)

Van links: Abigail van der Linden (US), Temlynne Groepjes (UK), Janique Malala (UWK) en Franchelle Böck (UNAM)
Quin Barnard studeert Duits, Frans, Latijn en Afrikaans/Nederlands aan de Universiteit Stellenbosch. In zijn Nederlands dat in het begin nog vermengd werd met Duits, was aan het einde van de week geen Duitse constructie meer te horen. Voor hem was naast de hulpvaardigheid van de docenten en de methode van leren, vooral het samenwerken, samen praten en leren van elkaar heel waardevol. Hij zou elke student aanraden deze Winterschool te doen, het is voor hem iets wat je niet voorbij kunt laten gaan: “Je moet elke kans om te leren te baat nemen en de Winterschool is een fantastische gelegenheid.”
Franchelle Böck uit Rehoboth beaamt dit. Zij studeert educatie met hoofdvak Afrikaans bij de Universiteit van Namibië, en wilde na twee semesters Nederlands, als onderdeel van de studie Afrikaans, meer leren over de Nederlandse taal en cultuur. Ze houdt van gedichten lezen en heeft speciaal genoten van de lessen over poëzie-analyse. En als educatiestudent is ze vooral enthousiast het lesgeven van de docenten: “De docenten lieten ons erg op ons gemak voelen en daardoor leerde ik ook meer geduld hebben met mezelf. Ik hou van de manier waarop de docenten de lessen presenteerden. Ze waren erg creatief in het aanbieden van de inhoud. Dat neem ik graag mee in mijn toekomstig werk als docent. Bijvoorbeeld het zingen hielp bij hoe we leerden over de grammatica, hoe taal is gevormd, dat sprong er echt uit.” Ook Christi-Ann Nel gaat het geleerde bij de Winterschool zeker meenemen in het vervolg van haar studie, met name de poëzie-analyse, maar ook de taalkundige aspecten. Ze doet een BA in Humanities bij NWU in Potchefstroom met als hoofdvakken Afrikaans en geschiedenis. Nederlands is voor haar interessant voor haar studie naar familiegeschiedenis: “De Afrikaanse cultuur heeft veel Nederlandse achtergrond vandaar dat ik Afrikaans en Nederlands als vak heb gekozen. In het algemeen stel ik meer belang in literatuur, maar de taal was ook interessant. Daar heb ik het meeste van geleerd.”

En allemaal met een certificaat naar huis!
De week wordt afgesloten met ludieke opdrachten waarin studenten aantonen wat ze allemaal hebben opgestoken: er is poezie onder begeleiding van gitaarmuziek, er zijn zelfgeschreven liedjes, zelf-gechoreografeerde dans- en toneelopvoeringen met daarin alle onderdelen die tijdens de Winterschool aan bod zijn gekomen. De sprongen die de studenten deze week hebben gemaakt zijn indrukwekkend. Wat een feest (of misschien moeten we na Alwyn Roux zeggen: wat ’n merang!) en hoe dankbaar zijn we dat we dit hebben mogen doen met deze geweldige Zuid-Afrikaanse en Namibische studenten.
|
Suider-Afrikaanse Vereniging vir Neerlandistiek (SAVN) Het bestuur van de SAVN besluit al in het jaar voorafgaand aan een Winterschool waar en wanneer het gehouden kan worden. Dat was dit jaar het mooie kustdorpje Hartenbos, bij het ATKV oord zowel voor accommodatie als lesruimte. De logistieke organisatie van de SAVN Winterschool lag deze keer vooral bij Gonneke Groenen, vice-voorzitter van de SAVN. Voordat de SAVN Winterschool kan plaatsvinden moet er veel geregeld worden. Na goedkeuring van de begroting en met subsidie van de Taalunie kan het balletje gaan rollen en docenten worden benaderd en studenten geïnformeerd en opgeroepen om deel te nemen. Als eenmaal de namen van deelnemende studenten zijn binnengedruppeld, begint voor Gonneke Groenen het interessante werk: meer informatie versturen, inlichtingen verzamelen over de wensen zodat de docenten een programma in elkaar kunnen zetten dat grotendeels aansluit bij de wensen van studenten. Samen met de docenten Karin Benjamin (UK) en Joris Geelen (HAN) is het programma samengesteld en de docenten leveren tevens het lesmateriaal aan. De SAVN Winterschool is een van de activiteiten die de SAVN organiseert voor de Neerlandsitiek in Zuidelijk Afrika. De winterschool wordt al meer dan 15 jaar (bijna) elk jaar aangeboden en biedt studenten van alle Zuid-Afrikaanse en Namibische universiteiten uit met name de studie Afrikaans -Nederlands, de kans om een week lang ondergedompeld te worden in de Nederlandse taal en Nederlandstalige letterkunde. Het is een unieke gelegenheid om les te krijgen van Nederlandstalige docenten die zowel lessen in taal als in literatuur aanbieden. Bovendien biedt de Winterschool de mogelijkheid tot netwerken – samenwerken met studenten met eenzelfde interesse van verschillende universiteiten. De resultaten van de Winterschool laten zien dat dit voor studenten een geweldige, mooie, leerzame ervaring is. |
* De citaten van de studenten zijn omwille van de eenduidigheid vertaald naar het Nederlands.
