
Foto van Joan Hambidge deur Antonia Steyn
Hedendaagse Afrikaanse dichters in Zuid-Afrika verhouden zich in hun werk tot de lyriek en de literaire erfenis van Breyten Breytenbach (1939–2024). Het oeuvre dat de schrijver nalaat, is even omvangrijk als indrukwekkend. Door academici, journalisten en schrijvers is de bard herhaaldelijk, als een zich verspreidende ruis, als iconisch figuur neergezet, een dichter die de voorbije decennia de grenzen van het Afrikaans heeft opengebroken en de Afrikaanse poëzie naar ongekende einders bracht. Naast een eigenzinnig literair idioom, doorspekt met neologismen (“breytenbachismen”) en een idiosyncratische beeldspraak, is er de intellectuele nalatenschap. Het publieke optreden is bepaald door lyrisch en essayistisch werk dat in een periode van zestig jaar, sinds het debuut als Sestiger, vele lezers weet te begeesteren, uit te dagen en verrassende inzichten brengt. Ook jongere collega-dichters voelen zich aangesproken, anderen waren genoodzaakt een bloomiaanse vadermoord te plegen om een eigen stem te kunnen ontwikkelen.
Het dichtwerk heeft tal van schrijvers in het Afrikaans beïnvloed. Literaire invloed is als concept diffuus en doelt op een mate van schatplichtigheid of inspiratie die niet kwantificeerbaar is of met empirische precisie kan worden geattesteerd. Schrijvers verwijzen in parateksten naar de lyriek van Breytenbach of ze refereren er in interteksten of interviews (epiteksten) aan. In gesprekken noemen sommigen zich schatplichtig, of verzwijgen doelbewust een breytenbachiaans referentiekader of verwijzingssysteem. Er kan natuurlijk ook sprake zijn van gewoonweg respect en admiratie zonder dat in de strikte zin sprake is van een markante invloed of esthetische verwantschap. Naar aanleiding van het overlijden vorig jaar hebben auteurs in een plejade van necrologieën hun waardering en bewondering uitgesproken voor deze dichter die diepe sporen heeft getrokken in het Afrikaanse literatuurlandschap. In dat spectrum van sporen hebben jongere schrijvers hun weg gezocht en gevonden en zij stippelen een eigen literair traject uit. Op een of andere manier zijn dichters aangeraakt door het werk en het aura van de meester, ook al staan ze niet in dezelfde literaire traditie.
Op 27 september 2025 is in Kaapstad de eerste Breyten Breytenbach Poëzieprijs uitgereikt. De bundel Ek en jy bestaan nie van Danie Marais is de eer te beurt gevallen. Doelstelling van het initiatief, zo luidt de persverklaring van Media24-Rapport-kykNET, is het Afrikaans te bevorderen door telkenjare een oorspronkelijk in het Afrikaans geschreven dichtbundel te bekronen. De gelauwerde schrijver hoeft vanzelfsprekend niet, zo is meegedeeld in een mededeling van de organiserende instantie, in de poëticale lijn van Breytenbach te staan of een esthetica te omarmen die de auteur verbindt met Breytenbach.
Voor deze reeks met gesprekken, soms als duet gepresenteerd, zijn in totaal dertig Zuid-Afrikaanse dichters gecontacteerd. Zij ervaren de poëzie van Breytenbach, of facetten daarvan, als inspirerend of grensverleggend. De opzet van de gedachtewisseling is de “legacy” van Breytenbach als dichter te belichten vanuit het perspectief van een polyfoon gezelschap van Afrikaanstalige schrijvers van poëzie. Telkens leg ik de gespreksgenoot vijf vragen voor die in bondige antwoorden worden becommentarieerd. De vraag wordt voorgelegd in hoeverre zij de lyriek hebben gelezen en verbeeld, hoe ze hun particuliere lezing van de gedichten zelf willen omschrijven. Ook wordt gepeild naar de vertrouwdheid met het oeuvre en de diverse fasen die de schrijversloopbaan van Breytenbach heeft doorlopen. Iedere dichter construeert een eigen Breytenbach. De diversiteit van de persona poetica en de uiteenlopende resonanties van het dichterlijke oeuvre in het werk van andere dichters worden door een prismatische blik belicht in het gesprek.

Conversatie met Joan Hambidge
YT: Joan, is in het lyrisch werk van Breytenbach voor jou een afzonderlijke bundel of zelfs een esthetische fase aan te wijzen die om een specifieke reden jouw uitgesproken voorkeur geniet? De schrijver heeft in drie omvangrijke delen zijn verspreid gepubliceerde bundels samengebracht: Ysterkoei-blues. Versamelde gedigte 1964–1975, Die ongedanste dans. Gevangenisgedigte 1975–1983 en Die singende hand. Versamelde gedigte 1984-2014. Welke Breytenbach is voor jouw dichterlijke loopbaan betekenisvol gebleken? Verkies je het vroege werk of de ‘late style’ in Breytenbachs lyriek? Zou je zelf gewagen van een bepaalde literaire invloed, dus een moment of zelfs een gedicht dat jouw dichterschap in enigerlei mate mee heeft gestuurd?
JH: Met die nuus van sy dood, dig ek so oor hom:
Voetskrif
Op ’n Sondagmiddag 3 nm
24 November 2024
boonop 24 grade alhier,
word jou dood aangekondig,
terwyl ek torring aan ’n vers
oor die Iguazú:
’n bruin naaldwerksakkie
met twee knope, 2 naalde
verskillende kleure garingdraad
rooi en blou en wit
van daardie hotel
reg in die duiwel se keel
dalk op die 31e Februarie?
Jy, digter van nietnotas,
met skrifsels goëlend
in ’n taal gesalpeter in
hierdie land
oorhandig aan my ’n kunsboek:
The 81 ways of letting go a late self
op ’n vlug na Parys in 2019
waar jy afklim en ek ’n verdere vlug neem
na my geliefde kontinent, Suid-Amerika
ruimte van beswering
én afwering…
die dood val ons altyd
in die rede en geen naaldewerk
sal die lakune wat jy agterlaat
kan toewerk nie, want jou
verbeelding
katalekties uniek
soos die Garganta del Diablo
waaraan ek nou woordeloos stik:
’n omgekeerde J
teenoor BB
lewendood:
dood dog lewend.
Vir my is die tronkverse uitstaande. Ek dink die hermeneutiese eise wat hierdie verse stel, boei my. ’n PhD is onder my geskryf, as mede-studieleier, oor sy tronkverse.
Dit is ook van belang hoeveel mense gereageer het op sy dood. Literatore en gewone lesers.
YT: Naast de expliciete maatschappijkritische poëzie zijn er de gedichten waarin de verbeelding van Afrika vorm krijgt, de vele liefdesgedichten, de lyriek waarin verval, verrotting en de dood bepalende motieven zijn, het nomadische Middenwereld-discours, de Zenboeddhistische gedichten. Is er een facet in Breytenbachs poëzie dat je met bijzondere belangstelling of affiniteit hebt gelezen?
JH: Vir my is die liefdesgedigte van kardinale belang en ek meen dat die debuut die ysterkoei moet sweet ’n besonder belangrike bundel was: die outobiografiese ek, die surrealistiese beelde en die verbeelding wat (in daardie stadium) nog nie beleef is in Afrikaans nie. BB werk soos Luis Buñuel en Salvador Dalí in Un chien Andalou met die tegelykertydsaspek van iets wat in ’n droom ontstaan en dan ver-beeld word.
Ek dink altyd aan daardie gedig wat hy aan sy ontslape moeder geskryf het wat vlieg na hom in New York...
Die grense tussen werklikheid en verbeelding wat geproblematiseer word. En by BB altyd die verstommende beelde wat in ons taal allemansgoed geword.
Kyk hoeveel mense ken sy gedigte...
Veral ‘Allerliefste, ek stuur vir jou ’n rooiborsduif’, ‘’n brief van hulle vakansie’, ‘ek wag in my hart’, ‘iets om te peusel in my igloo’, ‘my vrou’, ‘die hand vol vere’...
Dood begin by die voete is ’n beeld wat ek altyd saamdra.
Of die papier wat sonder einders is.
YT: De schrijver heeft zich uitgedrukt in beschouwende en lyrische teksten. Daarnaast hield hij publieke toespraken, schreef zijn Notes from the Middle World, de trilogie met ’n Seisoen in die paradys, The True Confessions of an Albino Terrorist en Return to Paradise. De literaire genres waarin de schrijver zich uitsprak en een beeldrijk universum creëerde, zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, wat ook over het schilder- en tekenwerk kan worden gezegd. Welke teksten kunnen jou begeesteren en welke leeservaring verbind je met particuliere teksten in het oeuvre?
JH: Ek dink die digter vertolk verskillende rolle: openbare figuur, kritikus van onregverdige en verdrukkende stelsels. Die verskillende aspekte van sy kunstenaarskap is verbind: die skilder (tekenwerk) gee weer ’n ander “spin” op die gedigte. Die verskillende personas en byname dui daarop dat hy ’n verkleurmannetjie is...
Hy was ’n beduidende Buiteblaf.
In sy werk problematiseer en dekonstrueer hy die sogenaamde outobiografiese teks soos in A Veil of Footsteps (memoir of a nomadic fictional character) in 2008. Vir my is daar altyd heenwysings (sluimeringe) na ander tekste.
Hy is Afrikaans se Pablo Neruda.
YT: Hoe heb je zelf het werk van Breytenbach leren kennen? Welk beeld bewaar je van de kennismaking en is het in de loop van het leesparcours eventueel gewijzigd? Welke rol dicht je Breytenbach toe met betrekking tot het Afrikaans, dat hij een “bastertaal” noemde – een creoolse taal en vooral als een taal van Afrika zag?
JH: Hy was deel van my voorgeskrewe werk aan die Universiteit van Stellenbosch in ’n kursus wat DJ Opperman aangebied het oor Tristia, Peter Blum en Breyten se debuut. Dit was 1975. In my derdejaar.
En daardie drie digters het die kontoere van die Afrikaanse digkuns verander.
Louw met sy bundel wat Ovidius aktiveer; Blum wat as outsider skerp en krities kyk na die Afrikaanse denkwêreld wat hy as bekrompe ervaar het; BB wat as kunsstudent na Parys verkas het en vandaar terugskryf. Trouens, die feit dat die vreemde wêrelde ’n invloed had, is van uiterse belang.
Natuurlik is Afrikaans ’n bastertaal of ’n gemorstaal, soos wat wyle Hans du Plessis, digter en taalkundige, dit beskryf het.
In my Honneursjaar het Opperman my aangesê om te kyk of die keuse in die kol was in Groot verseboek.
Dit was in 1978 en beslis toe reg.
YT: Kun je in een paar zinnen het grensverleggende en zelfs de iconische betekenis van de dichter Breytenbach onder woorden brengen? Of anders gezegd: hoe zou je zelf voor toekomstige lezers van Breytenbach, in Zuid-Afrika en elders, de poëzie aanbevelen?
JH: Hoe ironies dat op die oomblik (November/Desember) Die Burger in hul rubriek 50 jaar gelede die hele onverkwiklike hofsaak weer ophaal. Dit was toe hoofnuus en ek onthou as jong student hoe dit eensydig aan ons oorgedra is.
Hierdie digter sal aanhou leef. Aanhou beweeg. Dit is genadiglik vandag die impak van die internet en die vertalings in ander tale.
Ek gee altyd digbundels ter geskenk en die digter het vir my ook een van sy bundels persent gegee. Hy het ysterkoei een aand onder ’n sterrehemel vir my geteken toe hy moes praat oor die digkuns.
Dit was in die 80er jare in Pietersburg in ’n ander lewe...
Op ’n vlug na Parys is hy op dieselfde vliegtuig as ek. En bring vir my na sitplek The 81 ways of letting go a late self , die Stevenson-katalogus.
Op 22 Junie 2019.
Met Breytenbach is dit altyd die ongedanste dans. Ek het ook ’n paradelle vir hom geskryf: ’n parodie van die villanelle. Opgeneem in Nomadiese sterre (2021):
Die ongedanste dans
’n Paradelle
O ek onthou die eerste dans met jou verse
O ek begeer ’n vers uit jou windvangerharp
Altyd, altyd die lieflike afgrond van jou drome
Immer, immer flankeer jy met wonderbeelde
Niemand kon soos jy die danser van die dans skei
In die afwesigheid van stilte die dag dromend laat bloei.
[…]
Hy daag altyd sy leser uit met ’n nuwe wending, ’n nuwe inval, ’n nuwe aanslag.
Skerp kon hy wees en dikwels het hy vergeet dat hy jou in boek sleg gesê het. Maar dit is die digkuns wat uittroon.
Lees ook:
Breyten schrijven #1: 'Altyd Breyten'. Breytenbach’s dream en de Afrikaanse poëzie


