Zwarte september
Sandro Veronesi
Oorspronkelijke titel: Settembre nero (2024)
Vertaald uit Italiaans door Welmoet Hillen
Amsterdam: Prometheus
2025
270 blz.
Knappe, zeer goed geschreven roman waarin de hoofdpersoon Gigio Bellandi na vijftig jaar terugblikt op de zomer van 1972 in Toscane toen hij twaalf was.
- Over zijn Italiaanse vader: strafrechtadvocaat, “behalve in zijn werk was mijn vader in alles een dilettant, in de strikt etymologische zin van het woord, dat afstamt van delicere: verleiden, aantrekken betoveren.” (11–12)
- Over zijn Ierse moeder: “Wat ik als enige op de wereld wist, was dat er leeuwen brulden binnen in haar.” (13)
- Over zijn jongere zusje Gilda, en zijn oom Giotti: “(…) familie op die ondoorgrondelijke manier waarop mensen op het platteland familie van elkaar zijn. Niemand wist eigenlijk van wie het een oom was.” (61)
- Maar vooral over zijn grote liefde, de dertienjarige Astel Raimondi.
- Over liefde, familiebanden en verlies.
- Het persoonlijke verhaal en de familieverhalen worden overtuigend gekoppeld aan maatschappelijke ontwikkelingen, met name de terroristische aanslag bij de Olympische Spelen in München: Zwarte September. (212)
- Veel verwijzingen naar literatuur (o.a. W.H. Auden, Thomas Hardy, Stephen King, Kipling), muziek (o.a. David Bowie en Cat Stevens) en sport (naast de Olympische Spelen ook o.a. wielrennen, schaken, zwemmen).
- “De Ieren zijn de zwarten van Europa. De inwoners van Dublin zijn de zwarten van Ierland. En de inwoners van Noord-Dublin zijn de zwarten van Dublin. Zeg het nu, zeg het luid: ik ben zwart en daarmee uit.” (Ontleend aan de film The Commitments) (25)
- “Vanwege hoe het verstand altijd voor het gevoel uit gaat, of het nu angst, vrees, hoop of wanhoop is, en vanwege hoe het altijd sterker is dan het gevoel, ook als het hele universum voor hem geen zin meer heeft. Vanwege hoe het hem in staat stelt alle anderen het juiste te laten doen, in de wetenschap dat dit hem niet het verlies zal besparen van wat hem het dierbaarst is op de wereld. Vanwege hoe hij zijn instinct weet te beheersen en de traagheid weet op te brengen die nodig was, daar waar iedereen met de grootst mogelijke snelheid zou hebben gehandeld (...). Kijk, die traagheid heb ik sindsdien talloze malen als voorbeeld genomen – die traagheid, zo beladen met pijn, angst en wanhoop, zo moeilijk te bevatten, zo contra-intuïtief, en toch zo gespeend van alternatieven.' (91–91)
- “‘Ieder mens wordt opnieuw geboren.’ Dat was de laatste boodschap van oom Giotti.” (95)
- “Als iemand me zou vragen wat het gelukkigste moment van mijn leven was, zou ik dat noemen. In de ceder. Van dichtbij naar Astel kijken. Haar niet kussen.” (...) “Wat waren we. Verliefd, dat waren we. We waren niet klaar om elkaar te kussen, maar we waren wel klaar om al dat geluk te beleven. En we waren afzonderlijk van elkaar verliefd geworden, ieder voor zich, bijna zonder het te beseffen.” (151)
- “Ik ben niet verliefd geworden op haar afwezigheid, ik kan mezelf niet troosten met die woorden: integendeel, haar afwezigheid was de afgrond die het me mogelijk had gemaakt de diepte van mijn liefde te peilen, waardoor die ineens was opgebloeid en haar aanwezigheid nog stralender was geworden. Een liefde die ik ook vandaag de dag nog uiterst serieus neem, en niet alleen omdat liefde op die leeftijd altijd serieus genomen dient te worden, maar omdat ik die liefde heb voelen kloppen in elke vezel van mijn lichaam en weet dat het een ware revolutie was: ofschoon ik had begrepen dat oom Giotti met die zin naar zichzelf had verwezen, bleef ik me opnieuw geboren voelen.” (152)
- “Ik heb de tijd gehad om echt lief kunnen hebben, om het maar zo eenvoudig mogelijk te zeggen – en dat is de enige reden dat ik in staat ben geweest opnieuw lief te hebben.” (153)
- Over herinneringen: “Dat doen we allemaal, we selecteren een paar van onze herinneringen vanwege hun symbolische waarde, manipuleren ze en slaan ze zo nauwkeurig op in ons geheugen dat ze het embleem worden van den hele periode van ons leven. Je kunt nog zo onwetend zijn, oppervlakkig, futiel, naïef, gemeen – maar het onderbewustzijn werkt bij iedereen op dezelfde manier, en het is altijd een geraffineerde intellectuele inspanning.' (200)
- Met de abrupte dood van haar vader en de terugkeer naar Ierland van Gio’s moeder en haar kinderen vanwege de relatie tussen haar man en Astels Ethiopische moeder komt er een einde aan de relatie tussen Astel en Gigio. “Er had een verwoesting plaatsgevonden en wat gaaf was, was aan diggelen gevallen, en het enige wat je kon doen was vanuit die puinhopen opnieuw beginnen. Dat schuldgevoel was van onschatbare waarde, want het betekende dat ik mijn eigen puinhopen had om opnieuw op te bouwen.” (236)

