Alles voor de reis, een roman over liefde en leugens
Adriaan van Dis
Amsterdam / Antwerpen: Uitgeverij Augustus / Atlas Contact
2026
201 blz.
Innemende autobiografische roman over een intense 38 jaar durende liefdesrelatie van een vrouw in een hospice en de verteller. De echtgenoot van de vrouw, aangeduid als de Ander, komt incidenteel ter sprake.
- Ook andere relaties van beide geliefden passeren de revue.
- De roman is gebaseerd op het leven van Ellen Jens, Adriaan van Dis en Wim T. Schippers. “Het tweetal maakt een vlucht in de verbeelding, beleeft wonderlijke literaire tochten en vindt steun bij schrijvers en dichters. Maar zij verkennen ook elkaar. Hun verschillen, overeenkomsten, de leugens, vrijages, het verraad en de wonden die hen vormden.”
- De stijl is bijzonder pakkend; uitzonderlijk veel korte, kernachtige zinnen met fraaie beelden. Beeld van een door passie beheerste relatie, portret van een geliefde, zelfreflectie en tijdsbeeld in één.
- Vrij veel verwijzingen naar dichters en schrijvers, o.a. Hendrik Marsman (46–47); Ousmane Sembène (103), Francois Villon (117–120), Bertolt Brecht (119), Jevgeni Jevtoesjenko (122–123).
Opmerkelijke passages
- “De liefde is als een geloof: hoe meer vragen je stelt, hoe meer je ontrafelt, hoe minder betovering.” (26)
- “Alleen al de manier waarop jij een stoel verleidt: de benen schuin gevouwen à la giraffe, knieën tegen elkaar. Niet te weerstaan!” (32)
- “Geen groter troost dan de rituelen van de herhaling.” (37)
- “Aanpassen was een wachtwoord in mijn jeugd.” (50)
- “Genegenheid stond thuis op rantsoen.” (51)
- Over de Zuid-Afrikaanse verloofde van de verteller en bezoek aan Zuid-Afrika. (54–61).
- Over de lenigheid van het Afrikaans. “Een mengtaal van bastaarden op zoek naar zuiverheid; onder Apartheid uitgeroepen tot jongste Germaanse loot van Afrika. Slegs vir blankes.” (55)
- “... deelden we zonder het te benoemen steeds meer verzwegen herinneringen. Aarzelend eerlijk, in de zwarte contouren van de schemering.” (71)
- Herinneringen Eefje. “Ze vulde haar dagen met ledigheid. Woonde in haar kamerjas, te indolent voor een kam of een jurk. Ze tergde haar ouders door te zwijgen en voor zich uit te staren.” (112)
- Veel typeringen van Eefje: “Zij maakte zich klein om een ander groot te maken.'” (124)
- “De ouderdom had Eefje overgeslagen.” (125)
- De Schoolmeester: “Het verschil tussen ezels en geleerde doktoren / zit hem soms minder in 't hoofd dan wel in de oren.” (115)
- “Onze zinnen krompen. Eén enkel woord was genoeg. De naam van een stad, beladen met herinneringen. Een geur. Een schrijver. En dan zuchtend zwijgen. Lang lukte het me niet.” (180)
- “Daarna werden de dagen stiller. Alleen onze ogen spraken nog met elkaar.” (185)
- “Jij koos voor het vuur. Ik heb je as. De helft, ietsje meer dan de helft. Je gaat mee mijn graf in, als een geheim zaad, en dan worden we in de lente zichtbaar als mals gras. Groenblijvend.” (195)

