De boekhandelaar van Gaza
Rachid Benzine
Roman
Oorspronkelijke titel: L’homme qui lisait des livres (2025)
Vertaald door Ursula Teijink
Amsterdam / Antwerpen: Uitgeverij Atlas Contact
2026
143 blz.
Een oude boekhandelaar in Gaza ontmoet een jonge Franse fotograaf. Hij vertelt zijn levensverhaal. Over ballingschap, vlucht, ontheemding en politiek activisme. Heldere, soms dichterlijke tekst met literatuur als levenslijn.
- Veel verwijzingen naar literatuur, o.a. Mahmoud Darwish (28), Primo Levi (69), de Ilias en de Odyssee (83), Frantz Fanon (84), Mohammed Dib (96), Mourid al-Barghouti (99–103), Sahar Khalifa (119), Solzjenitsyn, Foucault, Kundera, Eco, Lessing, Calvino, de Koran. (120), Fernando Pessoa. (126).
- De namen en citaten zijn passend, maar niet verrassend.
Opmerkelijke passages
- “Gaza is een stad die constant wordt herschreven.” (11)
- “Alles is gestold in een absurde logica waarin elk geïnventariseerd object is ontdaan van een functie, een nut, een bestaansreden.” (13)
- “Een goed boek is een wereld, een toevluchtsoord en een spiegel. (...) de boeken zelf kiezen ook hun lezers.” (20)
- “Woorden uit boeken verscheuren alle stiltes. Ze dringen zich aan je op. Een lezer is een bereidwillige gevangene, geketend aan de illusie dat elke pagina die hij omslaat hem zal bevrijden.” (26)
- Leven in een vluchtelingenkamp: “Het hele kamp was een begraafplaats van vervlogen hoop geworden. En als de wind eindelijk ging liggen, slokte de stilte alles op.” (43)
- “Na verloop van tijd werd onze vluchtelingenstatus de basis van onze identiteit.” (45)
- “Het leed van eerdere generaties maakt ook deel uit van je erfenis. Zonder dat je dat altijd begrijpt.” (46)
- “En is hij net als alle anderen geworden, een dwalende schim in die gevangenis zonder muren.” (50)
- Over de onderhuidse opstandigheid van Job. (80–82)
- Mourid al-Barghouti: “Het onkruid op de muren ziet een kale muur als een schande.” (99)
- “En dat we wedijverden met de vogels, om als eerste aan te komen bij zijn dageraad die boven de oproep tot gebed uitsteeg?” (102)
- “De wolken stapelen zich op, donker en zwaar van rancune. Welke misdaad heeft Gaza gepleegd? Hier loutert de regen niet. Hij bezoedelt eerder. (...) Elke uit de hemel gevallen traan lijkt het gewicht te dragen van een verdriet dat te groot is voor deze wereld.” (106)
- “Heeft iemand niet ooit eens geschreven dat je geluk herkent aan het geluid dat het maakt als het verdwijnt.” (108)
- “‘We zijn slechts de gebroken spiegels van hen die ons gemaakt hebben,’ schreef Jean Genet.” (113)
- Hiam zei “dat zelfs als een druppel niets lijkt in de oceaan, hij alles is voor degene die hem ontvangt.” (117)
Lees ook:
Leesimpressie: De boekhandel van Algiers door Kaouther Adimi

