De dood en de tuinman
Georgi Gospodinov
Roman
Oorspronkelijke titel: Gradinaryat I smurtta (2024)
Vertaald uit Bulgaars door Helen Kooijman.
Amsterdam: Ambo / Anthos
2026
223 blz.
Ontroerend en aangrijpend eerbetoon aan de overleden vader van de schrijver en ook een scherp zelfportret.
- Prachtige typeringen en veel zeer fraaie beelden en zinnen.
- Realiteit en fictie.
- Bescheiden rol voor de moeder.
- “Dit boek past niet echt in een bepaald genre, het moet er zelf een creëren. Net zoals de dood geen genre heeft. Net als het leven. En de tuin? Misschien is die wel een genre op zich. Een elegische roman, een memoir of een tuinroman. Voor de botanie van het verdriet doet het er niet toe.” (212)
Opmerkelijke passages
- “Mijn vader was een tuinman. Nu is hij een tuin. (…) Ik weet niet waar ik moet beginnen. Laat dat het begin zijn. Dit boek gaat natuurlijk over het einde, maar waar begint het einde?” (9)
- “Ik wil dat er licht is op deze pagina’s, een zacht namiddaglicht. Dit is geen boek over de dood, maar over het verdriet over een leven dat er niet meer is.” (10)
- Vader was gepassioneerd tuinman. “De tuin redde zijn leven na de eerste kanker, gaf hem zeventien jaar erbij, maar zou zijn leven ook beëindigen. (...) De tuin was zijn andere mogelijke leven, zijn stem en alles wat verzwegen werd. Hij sprak via de tuin en zijn woorden waren appels, kersen, grote rode tomaten.” (14)
- “Zijn bloemen in wezen geen geheime periscopen van de doden die onder hun wortels begraven liggen en die de wereld bekijken door hun steeltjes?” (15)
- “Verdriet maakt de botten broos.” (51)
- Dylan Thomas: “Aanvaard niet zo bedaard dat ‘goede nacht’ / Scheld, scheld tegen het licht dat sterven wacht.” (104)
- Seneca: “‘Misschien word ik arm.’ Dan ben ik met velen. ‘Misschien word ik balling.’ Dan denk ik: waar ik heen word gestuurd, daar ben ik geboren. ‘Ze gaan me vastbinden.’ Zit ik nu dan los? Moeder Natuur heeft me geketend aan dit zware blok, mijn lichaam. ‘Ik ga sterven.’ Je bedoelt: ik loop niet langer kans op ziekte, op boeien, op de dood.” (104)
- “Veertig dagen lang ging mijn broer elke ochtend naar het graf, bracht hem koffie en stak een sigaret voor hem op.” (108)
- “De kinderen niet tot last zijn. Een typische uitspraak waarmee je hun hele naoorlogse generatie kunt beschrijven.” (115)
- “Daarom legde de oude Hans Christian Andersen, als hij 's avonds naar bed ging, altijd een briefje op zijn nachtkastje met de tekst: 'Ik ben niet dood, ik slaap gewoon’. Voor het geval dat..” (118)
- “Als ik een archivaris ben, dan is mijn vader de levende geschiedenis van de familie. (…) Ik weet dat met de dood van mijn vader niet één, maar meerdere werelden zijn verdwenen.” (203)
- “Er schuilt een bijzondere droefheid en schoonheid in het verwelken van bloemen, zonder die wanhoop waarmee het ouder worden van mensen en dieren gepaard gaat. Dat is waarschijnlijk de reden waarom ik stervende rozen, irissen, tulpen, kaal wordende pioenrozen, verblekende calla lelies en viooltjes blijf fotograferen... De plantkunde weet mooi te sterven zonder dood te gaan. De plantkunde weet nog steeds iets meer over de dood.” (207)
- “Rouw is eigenlijk egocentrisch, je rouwt om jezelf in een verlaten wereld. Hoe moet ik leven zonder... Maar dat is slechts één kant van het verhaal, één kant van het afscheid nemen. Want op hetzelfde moment nam hij ook afscheid van ons.” (217)
- “Verdriet om de kersenboom die hij twee of drie jaar geleden plantte en die nu voor het eerst vruchten draagt. (…) Juist in de toekomst zal de boom van verdriet bloeien, groeien en steeds meer takken krijgen. (…) ‘De dood is een kers die rijpt, zonder jou.’” (218)
Lees ook:
Leesimpressie: Op een andere planeet kunnen ze me redden door Lieke Marsman

