Zee nu
Eva Meijer
Roman
Amsterdam: Cossee
2022
236 blz.
Krachtig stromende en beeldende roman over de zee die oprukt en Nederland van de kaart veegt.
- Over de zee als hoeder van gedachten, dromenvanger, poortwachter, voorouder, troost, tegenvaller, hemeldrager, verteller, klootzak, hoeder van gevoel, geliefde, gebed, filosoof, schrijver, verdriet, thuis, verlies, bibliotheek, toekomst, vraag, antwoord, woede, zachtheid, verlangen, stem.
- Hoe reageert Nederland? Wat doen de minister-president en andere bestuurders, het koninklijk huis, wetenschappers, de Action, demonstranten, dieren, bewoners?
Opmerkelijke passages
- Over Wilg Vermeer: “Ze was veertien en ongelukkig, gewoon vanwege die leeftijd en wat nog moet en nog niet kan, en schreef over de zee.” (15)
- “Het begon te regenen. Eerst voorzichtig, vragend, maar al gauw op zijn Nederlands, lekker doorplenzen zonder al te veel beleefdheid of tact.” (19)
- “In de riviergebieden liggen Wakers en Slapers. Wakers zijn de nieuwe dijken, Slapers de oude die ze hebben laten liggen zodat ze de resten van overstromingen kunnen tegenhouden, er liggen zelfs nog een paar Dromers, de derde linie voor de kleinste golven.” (26)
- “We moeten ons handelen radicaal veranderen. (...) Het is tijd voor verzet. (…) Als ze de zee niet horen, moeten wij harder schreeuwen. Het is tijd voor demonstraties in het hele land. Zee nu, riepen ze. Zee nu.” (42)
- “De zee geeft en de zee neemt, zei een minister eerder al. (...) Ooit leefden de Nederlanders gebukt onder het juk van de natuurlijke wereld. Storm, hitte, mist, overstromingen: de wereld was sterk en grillig. Het donker, het was toen nog zo donker. De onvoorspelbaarheid werd niet beteugeld met regels, maar met offers.” (51)
- “De schrijver zuchtte niet – een miljoen Nederlanders schrijven, lazen ze maar wat meer (...)” (90)
- Over taal: “Nederlanders hielden al niet echt van hun taal, niet zoals de Fransen of de Duitsers of de Engelsen dat doen, volkeren die hun literatuur koesteren en hun schrijvers, nee, ze spraken op een enkeling na net zo lief Engels. (...) Toch is het natuurlijk droevig, een hele taal, met uitdrukkingen die iets van de werkelijkheid vangen wat nergens anders precies zo gevangen wordt, gezellig, washand, doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg, en het is best een goede taal, het Nederlands, je kunt er veel in zeggen, het is minder efficiënt dan het lijkt, op een stille manier juist wel poëtisch, eerder hoekig dan swingend, eerder kort dan rond, met meer niet dan wel. (...) Taal is natuurlijk ook een huis en als er niemand meer in woont, verliest het zijn nut, een schelp op het strand, een voorbijganger raapt hem op en gooit hem weer weg en dan wordt hij vergeten. In tegenstelling tot wat veel mensen denken, is het niet erg om vergeten te worden, het is net zoiets als sterven, als je er nog bent, is de dood er niet en als je dood bent, ben jij er niet meer. Als je geluk hebt, word je een verhaal.” (135)
Lees ook:
Leesimpressie: En de vierde keer zonken we door Sally Hayden

