Abdelkader Benali neemt zijn moeder mee op reis

  • 0

De uitnodiging om een lezing te houden over het gedachtegoed van Henri Nouwen inspireerde Abdelkader Benali tot een klein maar tijdig boekje.

Abelkader Benali tijdens de opening van de tentoonstelling Heilig Schrift in het Catharijneconvent, Utrecht, 2016 (Foto: Sebastiaan ter Burgh, via Wikimedia Commons)

Op 21 september 2021 hield Abdelkader Benali in de Wilhelminakerk in Dordrecht een lezing ter gelegenheid van de vijfentwintigste sterfdag van de Nederlandse theoloog, schrijver en priester Henri Nouwen.  Onlangs verscheen de tekst van Benali’s lezing in boekvorm: Moeder en zoon. Een verhaal over thuiskomen.

Vier uur alleen met een schilderij

Henri Nouwen (Foto: Frank Hamilton, via Wikimedia Commons)

Henri Nouwen (1932-1996) werd geboren in Nijkerk, ontving zijn priesterwijding in Utrecht en studeerde psychologie in Nijmegen. Hij schreef talrijke spirituele boeken die hem wereldwijd geliefd maakten, waaronder Met open handen (1971), Vreemdeling in het paradijs (1988) en De woestijn zal bloeien (1994). Nouwen werkte als missionaris in diverse landen in Latijns-Amerika en doceerde in de Verenigde Staten aan de University of Notre Dame, Yale University en Harvard University. In 1985 verliet hij de academische wereld en in 1986 werd hij pastor van de Arkgemeenschap Daybreak in Toronto, Canada, waar hij zijn leven deelde met mensen met een verstandelijke beperking.

De terugkeer van de verloren zoon door Rembrandt van Rijn (ca. 1668), uit de collectie van het Hermitage Museum, Petersburg (Bron: open domein)

Nouwens bekendste boek is The Return of the Prodigal Son: A Meditation on Fathers, Brothers, and Sons uit 1994, dat in 2002 onder de titel Eindelijk thuis in het Nederlands verscheen. Het boek werd in maar liefst 42 talen vertaald en werd in 2011 door het Nederlandse publiek gekozen als het mooiste spirituele boek aller tijden. In Eindelijk thuis vertelt Nouwen over zijn fascinatie met Rembrandts schilderij De terugkeer van de verloren zoon (ca. 1652). Dit schilderij, dat is gebaseerd op de Bijbelse gelijkenis van de verloren zoon (Lucas 15:11-32), bevindt zich in de collectie van de Hermitage in Petersburg. In 1986 kreeg Nouwen de kans om vier uur lang alleen met dit schilderij te zijn, zonder de aanwezigheid van andere museumbezoekers. In zijn boek mediteert hij over de verschillende figuren in het schilderij, en hij ontdekt een stukje van hemzelf in elk van hen: de jongste zoon, de oudste zoon en de vader. Uiteindelijk is het niet voldoende om als een berouwvolle zoon terug naar huis te keren, constateert Nouwen. De zoon moet zélf een verwelkomende vader worden: “De vaderhanden die vergeven, troosten, helen en een feestmaal bereiden, moeten mijn eigen handen worden.”

Niet de bijbel, maar de Koran

Zoals de ondertitel Een verhaal over thuiskomen al doet vermoeden, reageert Abelkader Benali in Moeder en zoon op Eindelijk thuis van Nouwen. Wie Benali op sociale media volgt, zal zich herinneren hoe verrast de schrijver was toen hij, door de uitnodiging om de Henri Nouwen-lezing te houden, voor het eerst met het werk van deze christelijke auteur kennismaakte. In snel tempo heeft hij geprobeerd om zo veel mogelijk van Nouwens omvangrijke oeuvre tot zich te nemen.

Het was ook een opmerkelijke besluit van de Henri Nouwen Stichting om Benali – in 1975 in Marokko geboren, als jongetje naar Nederland gekomen en opgegroeid in Rotterdam, waar zijn vader een slagerij begon – voor deze lezing te vragen. In een interview met Stine Jensen vertelde de schrijver vorig jaar dat hij “heel traditioneel” is opgevoed. “Er lagen twee boeken bij ons op tafel: de Koran en het telefoonboek.”

Dat deze keuze niettemin goed uitgepakt heeft, is te danken aan het feit dat de schrijver zich met zijn gebruikelijke enthousiasme, interesse en respect in Nouwens denkwereld heeft verdiept, en er met ontwapenende eerlijkheid zijn eigen levensverhaal tegenover heeft gesteld.

Binnen het Rotterdamse slagersgezin was Abdelkader Benali ook een beetje de verloren zoon. Hij was de oudste van acht kinderen en hij ging al vroeg het huis uit omdat hij zichzelf verder wilde ontwikkelen. De overtuiging dat hij schrijver zou worden zat er al jong in. Na zijn vertrek kijkt hij nog zelden om. Hij is altijd bezig, altijd onderweg, en hij belt zelden naar huis. Vooral zijn moeder neemt hem dit zeer kwalijk.

Als Benali zelf vader is geworden, klaart de relatie met zijn ouders op. Om iets goed te maken van zijn jarenlange afwezigheid, nodigt hij zijn moeder – een eenvoudige vrouw met een hoofddoek die vijf keer per dag naar Mekka bidt – uit om samen met hem op reis te gaan. En hij pakt het maar meteen groots aan: de bestemming is Petersburg, waar hij samen met zijn moeder in de Hermitage naar Rembrandts schilderij van de verloren zoon wil gaan kijken.

Net als Nouwen herkent Benali elementen van zichzelf in beide broers: “Net als de jongste zoon trok ik eropuit, gooide de deur achter me dicht en liet lang niets van me horen. Net als de oudste zoon heb ik me altijd bekommerd om mijn ouders, ook wanneer ik ze niet zag. Ik heb vaak aan ze gedacht, hoe ver ik ook van huis was. Voor mijn gevoel heb ik mijn ouders nooit verlaten, ik heb ze alleen te weinig verteld dat ik aan ze dacht.”

In totaal zullen Benali en zijn moeder drie dagen wegblijven: een dag heen, een dag in het museum en een dag terug. Het wordt een bewogen reis, waar de zoon er af en toe in slaagt om zijn moeder een plezier te doen of haar zelfs trots te maken. Maar de wrok over zijn jarenlange afwezigheid blijft, en tegen het einde van de reis vindt er een confrontatie plaats waaruit blijkt hoe zeer hij de cultuur van zijn ouders is ontgroeid.

Toch overwint uiteindelijk de familieband, een niet te doorgronden, maar onmiskenbaar fenomeen. In een mooie slotscène keert Benali terug naar het ouderlijk huis, waar hij het lamsvlees van het offerfeest voorgeschoteld krijgt. De overeenkomst met het hierboven aangehaalde citaat van Henri Nouwen is opvallend.

“Na het eten gaat mijn vader liggen en valt in slaap. […] Ik ga naast hem zitten. Hij sluit zijn ogen. Ik bestudeer zijn gezicht. Oude Abraham. Ik tel zijn wimpers. Ik houd zijn knoestige hand vast, een hand die een mes heeft vastgehouden. Hij knijpt zachtjes in mijn hand. Ik knijp terug.”

De rollen worden omgekeerd

De uitnodiging voor de Henri Nouwen-lezing heeft Benali geïnspireerd tot een klein, maar opmerkelijk boekje. De reis die Benali met zijn moeder naar Petersburg maakt, echoot het bezoek van Henri Nouwen aan de Hermitage dat zou leiden tot Nouwens beroemdste boek.

Benali heeft de gelijkenis van de verloren zoon uit de christelijke sfeer gehaald en verplaatst naar de huiskamer van een islamitisch migrantengezin. En ook de genderrollen uit het oorspronkelijke verhaal zijn gedeeltelijk omgedraaid.

Het offer van Abraham door Rembrandt van Rijn (1635), uit de collectie van het Hermitage Museum, Petersburg (Bron: open domein)

Iets soortgelijks doet hij – zoals uit het citaat hierboven al blijkt – overigens ook met dat andere Bijbelse schilderij van Rembrandt dat in de Hermitage hangt: Het offer van Abraham (1635). Ook daar slaagt de schrijver erin om een verhaal uit de christelijke traditie te actualiseren door het binnen een eigentijdse multiculturele context te trekken.

De eenvoud van Benali’s schrijfstijl is bedrieglijk. Achter de ingetogen woorden gaat een web aan mogelijke interpretaties en associaties schuil.

Lees ook:

Persbericht: Gouden Ganzenveerlaureaat 2020 – Abdelkader Benali

  • 0
Top