Amsterdam wil museum over Nederlands slavernijverleden

  • 0

Het gemeentebestuur van Amsterdam heeft het publiek opgeroepen alvast na te denken over de invulling van een slavernijmuseum. Van eind juni tot 1 oktober kan iedereen ideeën insturen. Het museum zal vooral worden gewijd aan de trans-Atlantische slavenhandel.

Ketikoti-herdenking bij het Nationaal monument slavernijverleden in het Oosterpark te Amsterdam, 1 juli 2017 (Foto: Elize Zorgman)

Al jaren gaan in Nederland stemmen op voor de oprichting van een nationaal slavernijmuseum. In november 2017 kwam ook UNESCO met een aanbeveling hiervoor. Voor de landelijke regering lijkt zo’n museum op dit moment echter geen prioriteit. Nu heeft het gemeentebestuur van Amsterdam besloten zelf het voortouw te nemen.

Volgens de website van de gemeente moet het museum “het verhaal van vóór, tijdens en ná de slavernij” vertellen. “Het zou moeten bijdragen aan een zelfbewuste en verzoenende samenleving waarin vrijheid, solidariteit en gelijkwaardige behandeling tot de kern behoren. En het moet méér worden dan alleen een museum. Als er ruimte is voor dialoog en educatie kunnen ook hedendaagse onderwerpen die te maken hebben met racisme een podium krijgen.”

Het museum hoeft niet per se de vorm te krijgen van een gebouw “met spullen onder een stolpje en een kaartje ernaast”, verduidelijkt Simone Kukenheim, wethouder van Diversiteit, in de Volkskrant (17 mei 2018). Vandaar dat de gemeente oproept plannen in te sturen voor een “museale voorziening”, en niet zomaar een “museum”.

Al eerder liet de wethouder weten dat ze kennis van de slavernijgeschiedenis voor alle Amsterdammers van belang vindt. “Het aandeel van Nederland in de slavenhandel heeft zichtbare en onzichtbare sporen achtergelaten en is meer dan één zwarte bladzijde in de geschiedenisboekjes”, schreef ze in oktober 2017 in een persbericht. “Het college is zich bewust van het belang van er- en herkenning van het slavernijverleden.”

De laatste jaren is er in Nederlandse musea steeds meer aandacht voor de slavernijgeschiedenis. In het Tropenmuseum in Amsterdam is op dit moment een kleine tentoonstelling over de slavernij in Suriname en op de Nederlandse Antillen te zien, en het Rijksmuseum komt in 2020 met een grote tentoonstelling over het Nederlandse slavernijverleden. Maar deze kleine of tijdelijke initiatieven nemen niet weg dat er een apart en permanent museum over dit onderwerp moet komen.

Voor zo’n museum lijkt Amsterdam, dat als hoofdstad een landelijke uitstraling heeft, de aangewezen plek. De stad dankt een deel van zijn rijkdom aan de trans-Atlantische slavenhandel en was drie eeuwen lang mede-eigenaar van de kolonie Suriname. Amsterdam telt ook veel inwoners met Surinaamse en Antilliaanse wortels die al jaren erkenning vragen voor het lot van hun tot slaaf gemaakte voorouders. In het Oosterpark in Amsterdam staat het Nationaal monument slavernijverleden, waar ieder jaar op 1 juli de afschaffing van de slavernij (Ketikoti, 1 juli 1863) herdacht wordt.

Voor veel Nederlanders met een Surinaamse of Antilliaanse achtergrond is de Nederlandse slavernijgeschiedenis nog steeds een gevoelig punt. De discussie over “Zwarte Piet” heeft de behoefte aan een gesprek hierover alleen maar versterkt. Dit verklaart het sterke accent, in de plannen voor het nieuwe museum, op de trans-Atlantische slavenhandel. Van de zestiende tot de negentiende eeuw brachten de Nederlanders maar liefst zeshonderdduizend mannen, vrouwen en kinderen van het continent Afrika naar de Nederlandse kolonies in “de West”. De Nederlandse rol in de slavenhandel elders in de wereld, zoals de slaven die door de VOC vanuit de Nederlandse kolonies in “de Oost” naar Zuid-Afrika werden gebracht, zal echter ook worden belicht.

Wethouder Kukenheim hoopt dat er de komende maanden een landelijk debat over het Nederlandse slavernijverleden ontstaat. Ondertussen gaat ze in gesprek met de regering in Den Haag om te zien of het museum alsnog nationale status kan krijgen. En tot 1 oktober kan iedereen dus ideeën insturen. Deze worden beoordeeld door een onafhankelijke commissie onder leiding van oud-CDA-parlementariër Kathleen Ferrier. (Ferrier is een dochter van Johan Ferrier, de eerste president van Suriname.) De commissie komt half december met een rapport waarin de plannen worden beoordeeld op haalbaarheid en creativiteit. De beste inzending krijgt een geldbedrag om het plan verder uit te werken. De gemeente wil begin 2020 met de verwezenlijking van het museum beginnen.

Lees ook op Voertaal en LitNet:

Op toekomstige expositie verdient ook Zuid-Afrikaans slavernijverleden een plaats

Stichting Eer en Herstel: Abolishment of slavery commemoration

Herdenking van die afskaffing van slawerny

 

 

Buro: IG
  • 0
Top