Brede lerarenstaking: mínder werkdruk, méér loon

  • 0

Voor het eerst in de geschiedenis wordt er vrijdag 15 maart op alle niveaus van het Nederlandse onderwijs gestaakt. Dit keer zijn het niet alleen de leraren van basisscholen en middelbare scholen die het werk neerleggen. Ook docenten uit het middelbaar en hoger beroepsonderwijs en aan de universiteiten gaan de straat op. Het is vooral de hoge werkdruk die iedereen parten speelt.

Dat het niet goed gaat met het onderwijs op Nederlandse basisscholen en middelbare scholen, was al langer bekend. Steeds minder jongeren kiezen voor een opleiding tot leraar. Het is vooral de hoge werkdruk waardoor het onderwijs slecht bekendstaat. Er is een vicieuze cirkel ontstaan: doordat er minder leraren van de lerarenopleidingen komen, kampt de onderwijssector met een lerarentekort en wordt het werk voor de leraren die overblijven, nóg zwaarder.

Leerlingen naar huis wegens lerarentekort

Schooldirecteuren, vooral in het basisonderwijs, vinden het lastig om aan voldoende personeel te komen. Als een collega ziek wordt of een dag op cursus gaat, lukt het niet altijd een vervanger te vinden. De jaarlijkse griepgolf wordt in het onderwijs dan ook met zorg tegemoetgezien.

Als een leraar uitvalt, worden de leerlingen soms over andere klassen verdeeld, zodat de leraren die voor dié klassen staan, er opeens extra leerlingen bij krijgen. Het kan ook gebeuren dat de directeur, die eigenlijk een managementbaan heeft, zelf voor de klas gaat staan, of dat er onderwijsassistenten of studenten ingezet worden. In het ongunstigste geval worden de leerlingen naar huis gestuurd. Dat betekent niet alleen dat de kinderen die dag geen les krijgen en hun leerprestaties eronder lijden. Het zorgt er ook voor dat de ouders – die misschien allebei werken en niet op hun kinderen kunnen passen – opeens met een probleem worden opgezadeld.

Lange dagen

Wat nogal eens kwaad bloed zet, is dat het salaris van leraren in het basisonderwijs lager is dan dat van hun collega’s in het middelbaar onderwijs. Voor de leraren in het middelbaar onderwijs gaat de staking dan ook niet zozeer over salarisverhoging. Zij hopen vooral op verlaging van de werkdruk. Ze zijn ’s avonds en in het weekend vaak uren bezig met nakijkwerk en lesvoorbereiding. Ouderavonden zorgen ervoor dat ze soms nog tot laat op school zijn. En de invoering van het zogenaamde “passend onderwijs”, waarbij de verantwoordelijkheid voor zorgleerlingen grotendeels bij gewone vakdocenten terecht is gekomen, heeft het er allemaal niet beter op gemaakt.

Het is voor het eerst dat ook mbo-, hbo- en universitaire docenten zich bij hun collega’s in het basis- en middelbaar onderwijs aansluiten. Zij hebben het vooral moeilijk met de volle collegezalen. De afgelopen jaren heeft de financiering van het hoger onderwijs geen gelijke tred gehouden met de stijging van de studentenaantallen. Uit nieuw onderzoek blijkt dat maar liefst 70 procent van de universitair medewerkers de werkdruk als (zeer) hoog ervaart.

4 miljard extra

Voor de vakbonden is de oplossing duidelijk. Er moet meer geld komen om de problemen aan te pakken. Inzet van de staking is een structurele jaarlijkse investering van 4 miljard euro: 3 miljard voor het basis- en voortgezet onderwijs en een miljard voor hogescholen en universiteiten.

Daar is niet iedereen het mee eens. Het onderwijs is de sector die er in deze kabinetsperiode al het meeste bij krijgt. Minister Arie Slob van Onderwijs heeft er ook voor gezorgd dat een deel van dit geld versneld beschikbaar komt.

De landelijke onderwijsstaking is een initiatief van de Algemene Onderwijsbond. Verscheidene andere bonden en actiegroepen hebben zich bij de actie aangesloten. Zij verwachten dat er vrijdag tienduizenden stakende leraren naar het Malieveld in Den Haag zullen komen om te demonstreren.

CNV Onderwijs, de tweede grootste onderwijsbond, doet niet mee. Deze bond wijst erop dat er nog onderhandelingen met het ministerie van Onderwijs gaande zijn, en vindt het daarom niet netjes om nu al te gaan staken.

Dát de staking juist nu wordt gehouden, is echter geen toeval. Volgende week, op woensdag 20 maart, vinden de Provinciale Statenverkiezingen plaats. Door de staking zo kort voor de verkiezingen te houden, hopen de onderwijsbonden het belang van meer investeringen in het onderwijs hoog op de politieke agenda te krijgen, ook straks, als de bordjes in de Eerste Kamer verhangen zijn.

Wat doen we met de kinderen?

Ná de grote onderwijsstaking in oktober 2018 begint de sympathie voor stakende leraren in de maatschappij af te nemen. Het beeld dat overheerst, is dat het onderwijs er vorig jaar al flink wat geld bij heeft gekregen. Zo zijn leraren in het basisonderwijs er in 2018 gemiddeld 8,5% in salaris op vooruitgegaan. (Een noodzakelijke inhaalslag, ook om het leraarsvak aantrekkelijker te maken voor een nieuwe generatie studenten en zo het lerarentekort in de toekomst terug te dringen.) Na de investeringen die er in deze kabinetsperiode reeds zijn gedaan, is de roep om nóg meer geld voor velen moeilijk na te volgen.

En de prangende vraag is natuurlijk: waar moeten werkende ouders op deze stakingsdag met hun kinderen heen? Veel instituten voor naschoolse opvang zijn voor één keer de hele dag open. Lokale musea bieden kinderen mét hun ouders of begeleiders gratis toegang. En de organisatoren van de nationale vrijwilligersactie “NLdoet”, die dit jaar toevallig op 15 en 16 maart valt, hopen dat de staking er niet toe zal leiden dat ouders thuisblijven, maar dat hun kinderen juist ook komen helpen, zodat er des te meer klusjes kunnen worden verricht.

Lees ook:

Nederlands onderwijs kampt met lerarentekort

Het gaat niet goed met het onderwijs in Nederland

 

Buro: IG
  • 0
Top