Conny Braam over Breytenbach, Schuitema en manipulaties van een meesterspion
Over de arrestatie van Breyten Breytenbach op 19 augustus 1975 en de veroordeling een paar maanden later tot negen jaar gevangenisstraf op grond van de Terrorism Act of de Wet op die Onderdrukking van Terrorisme is al veel inkt gevloeid. Onderzoekers hebben de clandestiene missie van Breytenbach, zijn betrokkenheid bij de organisatie Okhela en beide gerechtelijke zaken (1975 en 1977) uitvoerig tegen het licht gehouden.
Berend Schuitema en Johnny Makhathini
Zoals bekend richtte Breytenbach in Parijs met medestanders de revolutionaire organisatie Atlas/Okhela op, de zogenaamde buitenlandse witte vleugel van het in Zuid-Afrika verboden ANC. De onderneming druiste in tegen de niet-raciale politiek van Oliver Tambo en het in Zuid-Afrika verboden ANC. Met de steun van de Anti-Apartheid Beweging Nederland trachtte de organisatie in Zuid-Afrika witte anti-apartheidsmilitanten te ronselen. Breytenbach rekruteerde Berend Schuitema in 1973 voor ondergrondse activiteiten en nodigde hem uit naar Parijs. De dichter wilde zich voortaan actief inzetten voor de strijd, niet alleen maar in zijn poëzie verzet aantekenen tegen de politiestaat.
De Zuid-Afrikaan Schuitema, secretaris van de AABN en opererend vanuit het Anne Frank-huis in Amsterdam waar hij de boycot van het apartheidsregime in Zuid-Afrika hielp organiseren, en Breytenbach ontmoetten in Parijs en later ook in Algiers de activist en politieke balling Johnstone (“Johnny”) Makhathini. Makhathini, “ANC Chief Representative in Algeria”, smeedde samen met de verbannen oprichter van de Egyptische Communistische Partij Henri Curiel (vermoord in 1978) en Curiels “geestelijke zoon” Breytenbach de plannen voor een gevaarlijke missie in Zuid-Afrika. Breytenbach ondernam samen met Schuitema een undercover opdracht en arriveerde op 1 augustus in Johannesburg, in het bezit van een vervalst paspoort (Christian Galaska) en vermomd. Onder meer bij het NUSAS (National Union of South African Students) poogde hij studenten te overtuigen – jongeren die, omdat Breytenbach de hele tijd werd gevolgd, veelal zijn opgepakt en zelfs gemarteld door veiligheidsagenten (Galloway 1990). Hij distribueerde er het door hem samengestelde Okhela Manifesto. De tekst is opgenomen achter in het gevangenisboek The True Confessions of an Albino Terrorist (1984).
Annetjie van Schalkwyk
Op 13 juli 2025 sprak in het radioprogramma ‘Grote geesten’ van NPO Radio 1 Conny Braam, vanaf 1971 medestichter en voorzitter van de AABN, over de volgens haar “romantische” en bijzonder “naïeve” onderneming van Breytenbach en Schuitema. Breytenbach werd naar verluidt al veel eerder geschaduwd door Zuid-Afrikaanse veiligheidspolitie: in Parijs, waar hij sinds 1961 verbleef, en ook elders tijdens zijn omzwervingen in Europa.
Dat hij tijdens de vliegreis naar Johannesburg dan nog eens openhartig sprak met Annetjie van Schalkwyk, stewardess van South African Airways en volgens Braam zonder meer een “sluiswachter” en dus een verklikker in dienst van het autocratische regime in Pretoria, heeft hem na een paar weken in Zuid-Afrika de das omgedaan. Op de luchthaven Jan Smuts is hij kort voor de geplande terugkeer naar Parijs aangehouden. Sunday Times berichtte in een paar artikels over de “lugwaardin” Van Schalkwyk, hoe zij informatie kon doorspelen aan de politie en hierdoor mee aan de basis lag van de achtervolging, nogal spannend beschreven door Jonathan Ancer in zijn biografie over Craig Williamson, en uiteindelijk de aanhouding van Breytenbach. Zij is volgens een Zuid-Afrikaanse krant (zie foto) verhoord als kroongetuige op het proces in het Gerechtshof van Pretoria. Breytenbach kreeg na een sterk gemediatiseerd en internationaal druk gevolgde rechtszaak een celstraf opgelegd van negen jaar, waarvan zeven jaar effectief. Over die rechtszaak schreef Jack Viviers (1978) kort na de feiten een grondig gedocumenteerd verslag.
In de radio-uitzending waarnaar ik hier verwijs, gaat Braam in op de beschuldiging op grond van de befaamde Terrorism Act. Het is bekend dat Schuitema in de loop van augustus 1975 Zuid-Afrika is kunnen ontvluchten. Naar verluidt heeft hij later voorgesteld te willen ruilen met de gedetineerde Breytenbach, sommigen beweerden om zich van alle beschuldigingen van verraad vrij te pleiten. Decennialang was niet alleen Breytenbach maar waren ook goede vrienden, zoals de Amsterdamse uitgever Rob van Gennep, ervan overtuigd dat Schuitema een cruciale rol speelde in het verklikken van een Okhela-kameraad. Braam beweert in het radio-interview van verleden jaar dat hiervan niets aan is. Breytenbach heeft zichzelf in de penarie gewerkt, zo stelt zij nadrukkelijk in het getuigenis, verblind door romantische naïviteit en uit een gebrek aan vertrouwdheid met het complexe clandestiene werk dat de antiapartheidsstrijd vereiste. Aan Breytenbachs kompaan, het boeiende personage Berend Schuitema, heeft zij later haar boek De bokkeslachter gewijd (Meulenhoff, 1993). Het non-fictieboek levert interessante lectuur op in het licht van die hele kwestie, een netelig verhaal dat gedurende lange tijd de relaties tussen Breytenbach, Braam en Schuitema overschaduwde, eigenlijk onmogelijk heeft gemaakt. Tot voor een paar jaar, waarover Braam op NPO getuigt (zie verder).
Craig Williamson

Interessant is de bewering van Conny Braam dat Williamson de verdenking van verraad, zo bepalend in de relatie tussen Breytenbach en Schuitema na 1982 en vernietigend voor het imago van Schuitema in Nederland, volstrekt op zijn geweten heeft. Zij spreekt over een “fabricage” of dus een malafide constructie: Williamson, die zich een strijder tegen het communisme en “secret agent” in opdracht van apartheid noemde, heeft Schuitema voor de buitenwacht afgeschilderd als een enige tijd bruikbaar agent die hij op een gegeven moment niet meer nodig had. Williamson liet doorschemeren dat Schuitema wel degelijk op de hoogte was dat hij meermaals is genoemd als politie-informant, dat rumours en verdenkingen de ronde deden. In Zuid-Afrikaanse media was in die tijd nogal wat commotie over een krantenbericht in The Boss Newspaper, waarin is gesteld dat Schuitema openlijk zou hebben toegegeven dat hij optrad als “Security Branch Informer”. Het was een tijd van achterdocht en verdraaiingen van feiten. Over het Afrikaanse krantenlandschap in Zuid-Afrika in 1975 noteerde Francis Galloway (1990: 173) dat het een “hoogtepunt van détente en ‘verligtheid’” beleefde, hoewel duidelijk ook spreekbuizen van de apartheidsstaat bijzonder actief waren.
De beschuldiging klopte in ieder geval niet. De bewering was zoals ik het begrijp een kwaadwillige poging Schuitema bij kameraden in diskrediet te brengen. Schuitema gaf het ook zelf aan, zoals blijkt krantenberichten in de collectie Moumbaris, en ook in correspondenties, bijvoorbeeld in een lange persoonlijke mail van 8 juni 2000 door Schuitema gericht aan Alexandre Moumbaris. Breytenbach was er evenwel lang, eigenlijk tot kort voor het overlijden van Schuitema, rotsvast van overtuigd dat zijn landgenoot en medestichter van Okhela wel degelijk het verraad op zijn geweten had.
Het hoofdstuk ‘Breytenbach and Biko’ (blz. 30–37) in Ancers biografie werpt een licht op de infiltraties van Williamson in buitenlandse netwerken van het ANC en diens betrokkenheid bij de gevangenneming van Breytenbach en de moord op Steve Biko, de leider van de Black Consciousness Movement die in 1977 aan zijn verwondingen en door ontbering tijdens het transport naar Pretoria is overleden. Volgens Ancer wisten NUSAS-militanten, ook de spion en NUSAS vicepresident Williamson, contact te leggen met activisten zoals Biko en Barney Pityana. Williamson trad geregeld op als geldschieter van Zuid-Afrikaanse bevrijdingsbewegingen en wist zoals eerder gesteld op die manier het vertrouwen te winnen. Ook van Schuitema, andere leden van Okhela en het ANC.
Bede voor vergeving
Naar eigen zeggen heeft Conny Braam, twee jaar voor het overlijden van Schuitema (2023), een brief geschreven naar Williamson. Na 1994 en de zittingen van de TRC, waarin hij zijn betrokkenheid bij vele moorden en arrestaties van antiapartheid-militanten toegaf, leeft hij als een vrij man in Johannesburg. In zijn antwoord, zo vertelt Braam, gaf hij toe een constructie op het getouw te hebben gezet waardoor Schuitema als verrader van de Okhela-zaak en dus als politie-informant is afgeschilderd. Hij is verantwoordelijk voor de jarenlange verwijdering tussen Breytenbach en Schuitema, voor het feit dat Schuitema bijna tot zijn overlijden een man op de vlucht was, onder verdenking. Velen hebben lange tijd geloofd dat Schuitema de verrader was – de man die kon ontkomen aan de Zuid-Afrika politie en via Botswana, Lusaka en Algiers het land ontvluchtte naar Genève (Davey 2023). Ook Breytenbach, zoals kan worden gelezen in The True Confessions of an Albino Terrorist. De brief van Williamson heeft Braam voorgelezen aan de zieke Schuitema. Ook de brief die zij van Breytenbach ontving, nadat ze Williamsons reactie naar hem heeft doorgestuurd, en waaruit Maggie Davey citeert in de Sunday Times. Conny Braam spreekt in haar persoonlijke getuigenis met duidelijke ontroering over een “prachtige brief” van Breytenbach die is aan zijn vroegere kameraad, “Jan, my broer”.
Nieuwe zoeklichten
De rol van Williamson moet natuurlijk verder worden onderzocht. Her en der heb ik wat speurwerk kunnen verrichten, onder meer in krantenknipsels bewaard in de Alexandre Moumbaris Papers in het Historical Papers Research Archive van de Universiteit van die Witwatersrand. Moumbaris was de Grieks-Egyptische verzetsstrijder, lid van het ANC en veteraan van de militante organisatie Umkhonto we Siswe. Het dossier bevat onder meer mailcorrespondentie van/met Schuitema over Okhela en de banden met de Zuid-Afrikaanse Communistische Partij (SACP). De biografie van de journalist Jonathan Acer over Craig Williamson is revelerend voor de meedogenloze strategieën en de “mefistofelische” verschijning van de beruchte officier van de Zuid-Afrikaanse politie in de tijd van apartheid.
Binnenkort verschijnt Memoires van een activiste (De Arbeiderspers) van Conny Braam, waarin we vanuit het standpunt van de voormalige AABN-voorzitter en activist meer hopen te vernemen over de zaak Breytenbach-Schuitema en de ontwrichtende machinaties en manipulaties van Craig Williamson. Het boek wordt voorgesteld in Haarlem op 1 maart 2026. Wie weet worden de brieven van Williamson en Breytenbach geciteerd, beide missiven die Braam ontving en Schuitema kon voorlezen op zijn ziekbed. Maggie Davey maakt er in Sunday Times melding van – zij citeert ook Breytenbach die zijn oude comrade om vergiffenis vroeg (zie de titel boven dit stuk) – in haar weergave van het laatste interview met Schuitema.
Bronnenstudie
De reconstructie is gebaseerd op de lectuur van een paar wetenschappelijke, journalistieke en persoonlijke bronnen (zie hieronder). Het standpunt van waaruit het verhaal wordt verteld, kleurt de geschiedenis en boetseert haar naar eigen inzichten of belangen. Verdachtmakingen, verdraaiingen van feiten en manipulaties zijn inherent deel van deze schimmige geschiedenis die hoe dan ook tussen betrokkenen diepe wonden heeft geslagen. Ook de Zuid-Afrikaanse krantenberichtgeving over deze onverkwikkelijke episode, waarvan in deze bijdrage een beperkte selectie uit het Alexandre Moumbaris archief bij Wits, moet met de nodige argwaan worden gelezen, met een ideologiekritische bril. Elke bron claimt hier immers een eigen waarheid. Benieuwd wat de latere biograaf van Breytenbach, bovenop het uitgebreide archivalische speurwerk van Francis Galloway, over de kwestie nog naar boven zal spitten.
Bibliografie
De documentaire met Conny Braam, naast Alfred Schaffer, Adriaan van Dis en Amanda Strydom naar aanleiding van het overlijden van Breytenbach kan hier worden beluisterd: https://npo.nl/luister/podcasts/734-wat-blijft/127263 (uitzending op NPO Radio 1: 13 juli 2025).
Het vermelde interview met Berend Schuitema, ‘The revolutionary who lived under a cloud of suspicion’ door Maggie Davey, verscheen in Sunday Times (29 januari 2023). Het citaat van Breytenbach in de titel van mijn bijdrage is ontleend aan dit artikel. Met dank aan Anthony Akerman voor het signalement. Dank aan Alwyn Roux voor de kritische lectuur.
Jonathan Ancer, SPY. Uncovering Craig Williamson, Jacana Media, Sunnyside (SA), 2017 [2024].
Francis Galloway, Breyten Breytenbach as openbare figuur, HAUM-Literêr, Pretoria, 1990, blz. 169 e.v.
Jack Viviers, Breyten – ’n verslag oor Breyten Breytenbach, Tafelberg, Kaapstad, 1978.
Gegevens over Johnstone (Johnny) Makhathini: https://sahistory.org.za/people/johnstone-mfanafuthi-makhathini.
Collectie met krantenknipsels in de Alexandre Moumbaris Papers, Historical Papers Research Archive, Universiteit van die Witwatersrand, Johannesburg.













