Breyten schrijven #36: Postumiteiten voor Breyten. In gesprek met Laurens Vancrevel

  • 0

Door het oog van de dichter is de titel van een schriftelijke gesprekkenreeks over de literaire nalatenschap van Breyten Breytenbach (1939-2024) en de impact op het schrijverschap van hedendaagse Afrikaans-, Engels- en Nederlandstalige dichters en ook vertalers. Op 24 november 2026, twee jaar na het overlijden van Breytenbach, verschijnt de bundel Postumiteiten voor Breyten in de Lage Landen en in Zuid-Afrika (Skribis/Naledi), waarin de dialogen met dichters en ook dichters-vertalers van Breytenbach worden gebundeld. Het huldigingsboek wordt gepresenteerd op de vooravond van het internationaal symposium “Inter-Breyten. Breytenbach in context” (26-27 november 2026, Universiteit Gent: https://voertaal.nu/oproep-voor-referaten-inter-breyten-breytenbach-in-context/).

In een tweede deel van de huldigingsbundel met dialogen komen Breytenbach-vorsers aan het woord. Ook die bijdragen worden voorgepubliceerd op Voertaal.

De inleidende tekst met een toelichting bij de opzet van de dialogen over de literaire erfenis van Breyten Breytenbach kan hier worden gelezen: https://versindaba.co.za/2026/01/21/yves-tsjoen-postumiteiten-voor-breyten/. In totaal komen dertig dichters en vertalers aan het woord en tien navorsers. De dichters en vertalers ontvangen allen dezelfde vijf vragen over hoe zij zich in hun schrijf- en vertaalwerk verhouden tot het oeuvre van Breytenbach. In deze aflevering spreekt Laurens van Krevelen (auteursnaam: Vancrevel), de voormalige Meulenhoff-uitgever van Breytenbach en een van de meest productieve vertalers van diens werk.

...
Breytens unieke poëzie is een aanstekelijke en rijke bron van vrijheidszin en verbeeldingskracht. Die kan en zal toekomstige lezers en schrijvers blijven inspireren.
...

YT: Is in het lyrisch werk van Breytenbach voor jou een afzonderlijke bundel of zelfs een esthetische fase aan te wijzen die om een specifieke reden jouw uitgesproken voorkeur geniet? De schrijver heeft in drie omvangrijke delen zijn verspreid gepubliceerde bundels samengebracht: Ysterkoei-blues. Versamelde gedigte 1964-1975, Die ongedanste dans. Gevangenisgedigte 1975-1983 en Die singende hand. Versamelde gedigte 1984-2014. Welke Breytenbach is voor jouw loopbaan als schrijver en vooral ook vertaler van Breytenbach betekenisvol gebleken? Verkies je het vroege werk of de ‘late style’ in diens lyriek? Zou je zelf gewagen van een bepaalde literaire invloed, dus een moment of zelfs een gedicht dat jouw schrijverschap, dus ook het vertaalwerk, in enigerlei mate mee heeft gestuurd? Kun je een beeld geven van jouw vertaalwerk uit Breytenbachs oeuvre?

LV: Om te beginnen twee opmerkingen over de verzamelde poëzie van Breyten.

Ten eerste: afgezien van de drie omvangrijke delen Versamelde gedigte 1964-2014 publiceerde Breyten in 2019 bij de uitgeverij Hond BK, Pretoria, nog de fraaie bundel Hokhokaai. Fragmente, met 44 recente gedichten omgeven door vele afbeeldingen van nieuwe schilderijen, foto’s en andere visuele werken. Tussen 2014 en 2024 schreef hij, behalve deze ‘Fragmente’, een stroom van nieuwe gedichten en poëtische teksten, eveneens vergezeld van schilderijen, foto’s en andere visuele elementen, waarvan er vele door hem zijn openbaar gemaakt op de Zuid-Afrikaanse website LitNet onder de gezamenlijke titel Fragmentarium. Zijn omvangrijke en schitterende productie van de laatste tien jaren verdient samengebracht te worden in een vierde deel van zijn verzamelde scheppende werk; die vormt een nieuw hoogtepunt in Breytens dichterschap.

Ten tweede: in de catalogus bij de grote expositie getiteld Raakruimtes, die Breyten in 2009 hield te Hengelo, werd zijn korte aantekening ‘Mijn tweelingbroer de schilder’ (1986) opgenomen. Inderdaad is het artistieke werk van Breytenbach als een tweeling van de poëzie, een onlosmakelijk verbonden eenheid, wat het meest blijkt uit de reeks ‘Poëziebanieren’, die hij schilderde en schreef voor zijn grote Haarlemse expositie (1995) in het Frans Hals Museum ter ere van zijn bekroning met de Van Looyprijs voor het ‘dubbeltalent’, maar evenzeer uit tal van afzonderlijke werken waarin hij poëzie combineerde met beeldende kunst. Naar mijn mening vormt Breytens poëzie een volkomen artistieke eenheid met zijn beeldende werk. Daarom behoren zijn poëziebanieren, zijn andere gemengde werken en zijn collages naar mijn mening ook bij het verzameld werk; het zijn ‘raakruimten’.

Het valt mij niet gemakkelijk om een uitgesproken voorkeur te bepalen uit de vele bundels of uit de verschillende periodes van Breytenbachs dichtwerk. Ik heb intens geleefd met al zijn werken. Misschien gaat mijn voorkeur misschien toch uit naar de laatste, imponerende periode van het Fragmentarium.

Mijn activiteiten als vertaler van Breytens poëzie werden vooral bepaald door het toeval, toen op sommige momenten andere zeer kundige en ervaren vertalers niet beschikbaar waren. Mijn eerste vertaling was de bundel De ongedanste dans. Gevangenispoëzie, die verscheen in 1987. Ik maakte daarbij in de zomer van 1986 dankbaar gebruik van de onvergetelijke logeerpartij die mijn vrouw Frida en ik bij Breyten en Yolande hadden in hun oude Catalaanse boerenhuis in de heuvels bij Girona. Die vertalingen werden in feite ‘onder toezicht’ van Breyten op het beschaduwde terras van hun mas gemaakt. Ik heb toen dankzij hem veel van het Afrikaans geleerd, en ook van zijn vindingrijke neologismen.

Een andere spannende samenwerking met Breyten was de reeks Veertien sonnette vir ’n engel in Hengelo (2009), die op afzonderlijke borden langs de route naar zijn expositie in de Kreatieve Fabriek (in een voormalige plaatwerkerij) zouden worden geplaatst. Breyten was in de weken daarvoor elders in Europa op reis, en hij schreef tussen de bedrijven door steeds op één dag één van de veertien sonnetten, die hij achtereenvolgens naar mij mailde; ik vertaalde die onmiddellijk, en retourneerde mijn vertalingen naar Breyten. Het schrijven en vertalen van de reeks was precies in twee weken verricht; de veertien poëzieborden en twee edities van de complete reeks in een publiekskrant en in een bibliofiele druk waren nog net voor de opening gereed.

Latere vertalingen voor de bloemlezing De windvanger (2007) en een keuze uit Breytens Fragmentarium, die ik vertaalde voor het toenmalige digitale tijdschrift Het Moment, behoren tot mijn voorkeuren.

YT: Naast de expliciete maatschappijkritische poëzie zijn er de gedichten waarin de verbeelding van Afrika vorm krijgt, de vele liefdesgedichten, de lyriek waarin verval, verrotting en de dood bepalende motieven zijn, het nomadische Middenwereld-discours, de Zenboeddhistische gedichten. Is er een facet in Breytenbachs poëzie dat je met bijzondere belangstelling of affiniteit hebt gelezen? 

LV: Ik ontmoette Breyten en Yolande voor het eerst in 1964 op de vernissage van zijn eerste tentoonstelling in Nederland bij Galerie 20, Arnhem. Ik was daar onmiddellijk getroffen door de sfeer van absolute vrijheid, zowel in de getoonde schilderijen en tekeningen als in de persoon van Breyten. Die vrijheid bracht ik in verband met de levenshouding van het surrealisme dat ik in voorafgaande jaren had leren kennen. Later zei Breyten mij dat hij zich inderdaad verwant voelde met het surrealisme, zowel in poëzie en kunst als in de wereldbeschouwing. Zijn oude vriend, de Zuid-Afrikaanse dichter Uys Krige, had hem al op dat spoor gebracht; tussen de groep jonge schrijvers en dichters van de beweging ‘Sestigers’, die mede door Breyten was opgericht, waren ook Jan Rabie, Adam Small en Ingrid Jonker beïnvloed door Franse surrealistische dichters. Toen ik Breytens debuutbundel Die ysterkoei moet sweet (1964) had gelezen, was zijn verwantschap met surrealistische poëzie voor mij evident. De inleiding tot de catalogus bij zijn exposities in 1964 is geschreven door de surrealistische dichter en kunstcriticus Edouard Roditi. Het facet in Breytens werk dat mij steeds is blijven boeien, is zijn oriëntatie op de filosofie van het surrealisme naast het Zen-boeddhisme. Die  verwante denkbeelden klinken door in heel zijn werk. De Spaanse surrealist Miguel Corrales heeft een uitvoerig lemma gewijd aan Breyten en zijn oeuvre in het standaardwerk Caleidoscopio Surrealista 1916-2015 (2015) betreffende dichters en schilders van het internationale surrealisme.

YT: De schrijver heeft zich uitgedrukt in beschouwende en lyrische teksten. Daarnaast hield hij publieke toespraken, schreef zijn Notes from the Middle World, de trilogie met ’n Seisoen in die paradys, The True Confessions of an Albino Terrorist en Return to Paradise. De literaire genres waarin de schrijver zich uitsprak en een beeldrijk universum creëerde, zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, wat ook over het schilder- en tekenwerk kan worden gezegd. Welke teksten kunnen jou tot vandaag begeesteren en welke leeservaring verbind je met particuliere teksten in het oeuvre? 

LV: Ik heb Breytens onvermoeibare inzet en strijd voor de opheffing van de apartheid in zijn geboorteland en voor het behoud van het Afrikaans als één van de cultuurtalen van Zuid-Afrika evenzeer bewonderd als zijn actieve idealisme om het Afrikaanse continent meer culturele kracht te verlenen door middel van nauwe samenwerking op cultureel gebied. Het beroemde door hem gestichte Gorée Insititute in Senegal heeft hij decennialang met zijn ideeën en werkkracht geïnspireerd.

YT: Hoe heb je zelf het werk van Breytenbach leren kennen? Welk beeld bewaar je van de kennismaking en is het in de loop van het leesparcours eventueel gewijzigd? Welke rol dicht je Breytenbach toe met betrekking tot het Afrikaans, dat hij een “basterdtaal” noemde – een creoolse taal en vooral als een taal van Afrika zag? 

LV: Dat Breyten het Afrikaans een “basterdtaal” noemde, was mijns inziens in de eerste plaats een polemische en ironische uitval naar zijn conservatieve landgenoten, die de culturele ‘zuiverheid’ van de witte Afrikaners en hun taal nastreefden. Iedere taal is trouwens vermengd met ontleningen aan vele andere talen.

Zoals ik al vermeldde, ontmoette ik Breyten voor het eerst in 1964, daarna zeer geregeld in de Amsterdamse Galerie Espace, die sindsdien zijn ‘vaste’ galerie is gebleven, met bijna elk jaar een eenmansexpositie. Een veel intensere kennismaking vond plaats vanaf 1972, toen ik uitgever werd van Meulenhoff. Op de eerste dag van mijn aantreden, half september 1972, kwam Breytens overrompelende bundel Skryt. Om ’n sinkende skip blou te verf toevallig van de drukker. Dat was een bijzonder voorteken. Die bundel werd niet lang daarna bekroond met een prijs van de Jan Campert Stichting. In Zuid-Afrika was onmiddellijk grote ophef ontstaan over het boek, omdat daarin het gedicht ‘Brief uit die vreemde aan slagter’ was opgenomen: een nauwelijks verhulde aanval op de apartheids-regeringsleider B.J. Vorster, die Breyten in het gedicht “slagter” noemde. Toen Breyten, namens de opstandige beweging Okhela, waarvan hij medeoprichter was, in 1975 vanuit Parijs heimelijk Zuid-Afrika bezocht om een ‘zwarte’ vakbond financiering te brengen, werd hij gearresteerd door de geheime politie, en daarna berecht op beschuldiging van ‘terrorisme’ en veroordeeld tot negen jaren gevangenisstraf. Nederlandse vrienden van Breyten richtten meteen het Breytenbach-comité op om juridische verdediging bij de terrorisme-processen mogelijk te maken. Ik fungeerde vaak als secretaris. Ook ontstonden er in San Francisco, Lissabon, Toronto en New York surrealistische actiegroepen om de zaak van Breytenbach te ondersteunen. Ik had daar veel contact mee. Een zevental literaire uitgeverijen uit zeven landen bekroonden op de Buchmesse in Frankfurt zijn werk met een bijzondere uitgeversprijs, die bestond uit de publicatie in zeven talen van een bloemlezing uit Breytenbachs poëzie. Dankzij diplomatieke druk van Frankrijk en de Duitse Bondsrepubliek op de Zuid-Afrikaanse regering werd Breyten na zeven jaar gevangenisstraf in 1982 vervroegd in vrijheid gesteld. Frankrijk verleende hem toen ook het Franse staatsburgerschap. Na de zeven vreselijke jaren van zijn gevangenschap hervatte Breyten onmiddellijk zijn werk als schrijver en schilder én als pleitbezorger voor sociale en culturele vrijheid. Hij stichtte het Gorée Institute, dat een belangrijke rol speelde voor de overgang van de ‘blanke’ Zuid-Afrikaanse regering naar democratisch bestuur, in overleg met het ANC (African National Congress). Nelson Mandela heeft Breyten daarvoor geëerd.

Ik heb Breytens verdere werk en openbaar optreden daarna even intens gevolgd, en had het geluk zijn gedichten en beschouwende boeken in samenwerking met de progressieve uitgever Rob van Gennep te kunnen uitgeven.

Na mijn afscheid van Meulenhoff in 2001 werd mijn intensieve schriftelijke en persoonlijke contact met Breyten onverminderd voortgezet. Mijn vriend Joost Nijsen van uitgeverij Podium nam de taak als Breytens Nederlandse uitgever met verve op zich.

YT: Kun je in een paar zinnen het grensverleggende en zelfs de iconische betekenis van de dichter Breytenbach onder woorden brengen? Jij bent een van de vertalers die het werk in het Nederlandse taalgebied heeft bekend gemaakt. Anders gezegd: hoe zou je zelf voor toekomstige lezers van Breytenbach, in Zuid-Afrika en in de Lage Landen of elders, de poëzie aanbevelen? 

LV: Breytens unieke poëzie is een aanstekelijke en rijke bron van vrijheidszin en verbeeldingskracht. Die kan en zal toekomstige lezers en schrijvers blijven inspireren.

Lees ook:

Omtrent "die aanpraat van die skilderye"

In die fragmentarium 1

Breyten schrijven #35: Postumiteiten voor Breyten. In gesprek met Francis Galloway

  • 0
Verified by MonsterInsights
Top