Die talle vertalings van Riet de Jong-Goossens: ’n tuiste vir Afrikaans in Nederlands

  • 0

Riet de Jong-Goossens (Foto: verskaf)

Riet de Jong-Goossens is reeds vir dekades ’n gerekende, meermale bekroonde vertaler van Afrikaanse werke in Nederlands. Ná die verskyning van ’n sestigtal vertaalde boeke in verskeie genres en nóg wat uit haar pen op pad is, het sy per e-pos met Willem de Vries oor die uitdagings en vreugdes van literêre vertaling gesels.

Waar en hoe het u belangstelling in Afrikaans en vertaling uit Afrikaans begin?

Toen ik aan de Radboud Universiteit in Nijmegen Frans studeerde, kwam daar de mogelijkheid van een kopstudie Algemene Literatuurwetenschap. Dat leek me heel aantrekkelijk en na het kandidaatsexamen, tegenwoordig bachelors, heb ik me daar ingeschreven. De studie behandelde literatuur uit de hele wereld. Daar trof ik als docent Hans Ester die een cursus Afrikaanse literatuur gaf. Ik was politiek geïnteresseerd en Hans behandelde ook het werk van Breyten Breytenbach. Maar daarnaast ontdekte ik dat er zoveel meer was in de Afrikaanse literatuur. Fascinerend. Op zijn advies deed ik een bijvak Afrikaanse letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam bij mevrouw Lyphart- Bezuydenhout. Vertalen had ik al altijd gedaan, triviaalliteratuur uit het Duits, om een centje bij te verdienen in ons studentenhuwelijk, en toen Hans Ester dat ontdekte zorgde hij ervoor dat ik op de dag van mijn doctoraalexamen, tegenwoordig masters, mijn eerste vertaalopdracht kreeg. Een roman van Louis Krüger. Dat was het begin van veel. Dat eerste begin was er ook de oorzaak van dat ik werkelijk als een gek begon te lezen, elk Afrikaans boek, uit welke periode ook, en daar heb ik nooit spijt van gehad. Ik leerde er de weg vinden en raakte er in thuis.

U het al ’n sestigtal Afrikaanse literêre werke vertaal. Watter boek(e) het aan u as vertaler die grootste uitdagings gestel?

De grootste uitdaging was Agaat van Marlene van Niekerk. Ze had me het manuscript gestuurd en toen ik het las, zei ik tegen mijn man: Dit wordt onbegonnen werk, dit kan ik niet. Maar Querido kocht het boek en ik ging het vertalen. Ik heb het eerst twee keer gelezen om de grootste valkuilen te bekijken en een plan te maken. Niet meer, want dan verlies ik mijn goede invallen.

Grammaticale tijden, het dikwijls lyrisch taalgebruik en de valse vrienden waren de belangrijkste obstakels. Het Nederlands heeft meer grammaticale tijden en dus meer mogelijkheden nuances aan te brengen. Verder de vele woordspelingen, de monologues intérieurs, die trouwens wonderlijk mooi zijn. Groots vond ik ook dat de auteur zich vasthield aan een vaste structuur. Maar welke? Dat heb ik pas een jaar of drie geleden ontdekt. Want het is een roman, trouwens ook Memorandum [Van Niekerk in samewerking met die skilder Adriaan van Zyl], die me blijft bezighouden. Ik ben er nog niet mee klaar. Toen ik “klaar” was met de vertaling, ben ik twee weken naar Stellenbosch gegaan en hebben Marlene en ik schitterende dagen gehad, helemaal verdiept in de tekst, en alle nog overblijvende problemen opgelost. Zowel van haar als van mijn kant. Deze auteur is iemand die eigen inbreng van een vertaler kan waarderen.

Trouwens ook Stemmen uit zee van Dan Sleigh was een uitdaging. Lang niet zo moeilijk als Agaat, en niet zo poëtisch, maar heel informatief. De historische feiten moesten natuurlijk kloppen, dus dat betekende een speciale taak. Ik ben nog steeds heel blij met dat boek. Ik heb er veel van geleerd.

Een werkelijk genot waren de verhalenbundels van Riana Scheepers zoals Die ding in die vuur en Feeks. Het feit dat Riana is opgegroeid te midden van Zoeloes, de taal spreekt en veel van hun cultuur weet, brengt weer andere vertaalproblemen met zich mee. De verhalen hebben een heel speciale sfeer, dus mogen niet vertaald worden in te gelikt Nederlands. De woordspelingen moeten zo mogelijk bewaard blijven of er moeten bijpassende gezocht worden. Vind ik. Ze zijn ook heel bevredigend voor een nieuwsgierige Nederlandse die veel over andere culturen wil weten.

Ik zou nog talloze romans kunnen opnoemen, allen met hun specifieke uitdagende problemen.

U is meermale bekroon vir u werk as vertaler uit Afrikaans in Nederlands. Watter van hierdie bekronings het vir u die meeste beteken?

Tja, welke? Elke keer was het een feest. De eerste keer, de oorkonde van de ATKV, met een prachtige tekst erop, kreeg ik in Oudtshoorn, te midden van de struisvogels, op een prachtige plaas. De derde was de penning van de NZAV, tijdens een feestelijke bijeenkomst in het Zuid-Afrikahuis. De vierde kreeg ik in Amsterdam, en kwam van het Suid-Afrikaanse Instituut vir Wetenskap en Kuns, maar de meest opzienbarende was de Martinus Nijhoff-prijs voor vertaling en die kreeg ik van het Prins Bernhard Cultuurfonds. Het is een prijs waar alle vertalers van dromen. Maar slechts weinigen zijn uitverkoren! Er horen feestelijkheden bij, er wordt een filmpje gemaakt, er komt een artikel in het blad van het Fonds, je mag een column schrijven in een blad voor talen en je ziet plotseling je bankrekening stijgen tot een, voor mij in ieder geval, onbekende hoogte! Maar dat alles is toch bijzaak: de bevestiging van wat je kunt, maakt je intens gelukkig.

Hoe hanteer u in vertaling sake, gebeure, produkte en gewoontes wat in Nederland onbekend is?

Het hangt af van het soort tekst. Soms kun je in de tekst zelf enige uitleg geven, maar is het een echt literaire tekst, dan maak je een lijstje met woordverklaringen.

In welke mate bly Afrikaanse romans vir die Nederlandse leser die bekendstelling van ’n onbekende gebied? Hoe word Afrikaanse tekste vandag in vertaling ontvang in die Nederlande vergeleke met net ná 1994? 

Voor zover ik weet worden Afrikaanse teksten hier net zo beoordeeld en behandeld als teksten uit het Nederlands of uit andere talen. En nu de hele wereld een global village is geworden, weten de lezers die belangstelling hebben voor Afrikaanse literatuur intussen wel het een en ander. Lezers staan ook open voor de gebeurtenissen in Afrika. Maar ik kan niet spreken voor iedere lezer. En er is natuurlijk een periode geweest, de tijd van de apartheid, dat niets uit Zuid-Afrika hier welkom was. Maar toen het tij keerde in het land zelf, gebeurde dat ook snel in ons land. Gelukkig maar, en terecht.

Is daar spesifieke werke in Afrikaans wat u nog graag in Nederlands sou wou sien en om watter rede?

Vroeger werd ik beter geïnformeerd over wat er verschijnt in SA, en dat is goed, want ik ben nu oud en vertaal nog slechts af en toe. Ik heb laatst ook gehoord van een Afrikaanse vriendin die goed is ingevoerd in wat er verschijnt, dat er veel minder boeken uitgegeven worden de laatste tijd. Maar wat ik graag vertaald zou zien, en wat ik graag zelf zou vertalen in een prachtig boekje van Riana Scheepers: Stormkind. Het is een boek voor kinderen, maar volwassenen, in het bezit van een rijke fantasie zullen het prachtig vinden. Het gaat over een blank meisje, StormJana, op een wynplaas, dat veel van de wind houdt en ’s nachts een klein zwart meisje ontmoet dat uit het niets is voortgekomen. Voor de lezer dan. Want ze is al de zoveelste generatie San-kinderen. Ze heet !X’uri. Een kind uit een cultuur waar de Nederlandse lezers zeker iets over zouden willen weten.

Ook een bijzonder boek is Die derde spoel van Fanie Naudé. Dat zou ook een aanwinst zijn.

Daar is toenemend aandag aan die transnasionale bande tussen Afrikaans en Nederlands. As literêre vertaler is u daarvoor verantwoordelik dat Nederlandse lesers meer kan kennis maak met gehaltewerk uit Afrikaans. Wat bied Afrikaanse letterkunde (kontemporêre sowel as ouer werke) vir ’n Nederlandse leser? Watter rol speel vertaling vandag in die verhouding tussen Nederlands en Afrikaans? 

Ik vind dat de verantwoordelijkheid daarvoor niet bij de vertaler ligt, maar bij de uitgevers. Een vertaler vertaalt wat de uitgever wil. Meestal is het een puur zakelijke overeenkomst. Bovendien is een vertaler niet altijd goed op de hoogte van wat aangeboden wordt. Er zijn vertalers die literatuur vertalen uit drie of vier talen. Die kunnen de ontwikkelingen moeilijk volgen. Er zijn wel uitgevers die bepaalde stromingen volgen. Zoals uitgeverij Mozaïek, die vooral rekening houdt met lezers die christelijke georiënteerd zijn en dus bepaalde boeken aankopen. En een uitgever als Aldo Manuzio heeft een voorkeur voor wat je meer klassieke Afrikaanse letterkunde zou kunnen noemen, zoals de boeken van Karel Schoeman, die weer geen genade kunnen vinden in de ogen van andere uitgevers.

Watter rol speel genres in u keuse van vertaling?

Geen enkele. Ik heb fictie en non-fictie vertaald, romans, essays, artikelen, verhalen. Twee jaar geleden heb ik het prachtige boek Soos familie van Ena Jansen vertaald. Dat was een ware belevenis. Indrukwekkend boek. Maar ik heb ook met veel plezier Moord op Huilwater, een spannend boek van Karin Brynard vertaald.

Waaraan vertaal u tans en hoe vind u dit?

Op het moment vertalen we, want ik heb tegenwoordig een uitstekende vertaalmaat, Bert Aquarius, een schitterend boek dat door de hierboven genoemde uitgeverij Manuzio wordt uitgegeven, Fees van die ongenooides van P.G. du Plessis. Een boek over een gruwelijke periode uit de Afrikaanse geschiedenis, de Boerenoorlog, maar geschreven in prachtig taalgebruik en een ongewone compositie. We genieten er enorm van. Jammer dat het bijna klaar is!

Buro: MvH
  • 0
Top