Een moderne kijk op klederdracht

  • 0

Goed nieuws voor toeristen die “Europe in 10 days” willen “doen” en Nederland in een dag. Voor de traditionele klederdracht van Volendam, Spakenburg en Hindeloopen hoeven ze voortaan Amsterdam niet meer uit! In het Klederdrachtmuseum vind je alle oudhollandse klederdrachten handig onder één dak.

Volendam – Bij belangrijke levensgebeurtenissen horen verschillende kostuums: de jurk met felgekleurde bloemen is een bruidskleed, de jurk met blauwe en paarse bloemen drukt rouw uit. Typische elementen, terug te zien op deze foto’s, zijn de “hul” die op het hoofd werd gedragen en de drie snoeren bloedkoralen met een rechthoekig gouden slot, vaak met een afbeelding erop.

Het Klederdrachtmuseum is gevestigd in een zeventiende-eeuws grachtenpand aan de Herengracht, niet ver van de Leidsestraat. Het museum bestaat uit zeven stijlkamers, elk gewijd aan een andere regionale dracht. Terwijl oudhollandse klederdracht vaak een wat stoffig imago heeft, maakt het museum – dat in 2016 zijn deuren heeft geopend en sinds enkele maanden voor Museumjaarkaarthouders gratis toegankelijk is – een verrassend frisse indruk.

Kleding als communicatiemiddel

De kern van elke stijlkamer wordt gevormd door een groep poppen in de klederdracht uit de betreffende streek. Schorten, rijglijfjes, kraplappen, kappen en keuvelmutsen, oorijzers, akertjes en kralentassen … Elk kledingstuk had een betekenis. Je kon eraan aflezen of iemand rijk of arm was, verloofd, getrouwd of in de rouw. Bij rouwkleding vertelden de verschillende graden van blauw, paars en zwart zelfs hoe lang iemand al dood was en of de overledene tot de naaste familiekring had behoord of niet. En natuurlijk waren er verschillende kostuums voor zondags en doordeweeks.

Marken – De klederdracht van het eiland Marken is opvallend kleurrijk. Typische elementen zijn het geborduurde “rijglijf” of korset, en de “bauw”, een lapje bedrukte stof dat ter versiering op de borst wordt gedragen.

Het Klederdrachtmuseum is een initiatief van Jolanda van den Berg. Zij runt het museum, dat zeven dagen per week open is, met hulp van een groep enthousiaste vrijwilligers. Van den Berg realiseerde zich dat klederdracht in Nederland onvermijdelijk bezig is om te verdwijnen. Dat komt onder meer doordat mensen tegenwoordig vaker verhuizen en dus minder gebonden zijn aan hun geboortestreek, doordat mensen individualistischer zijn geworden en zich niet meer aan de strenge voorschriften van een bepaalde traditie willen houden en doordat we geen tijd meer hebben voor een langdurig aankleedritueel. Anno 2018 zijn er nog maar enkele vrouwen over die in het dagelijks leven traditionele streekdracht dragen, en dan vooral in de omgeving van Staphorst, Bunschoten en Spakenburg. Mannen die klederdracht dragen, heb je nauwelijks meer. Alleen in het vissersdorpje Urk houden de mannen nog vast aan hun zwarte plooibroek. Van den Berg wilde de klederdrachttraditie documenteren voor het te laat was. “Ik wil niet dat ook de verhalen en de ambachten en technieken verdwijnen, het is een deel van ons cultureel erfgoed”, zegt ze op de website van het museum.

Om een traditioneel kostuum aan te trekken, is een hele kunst. De precieze vorm, de juiste volgorde: het vereist kennis die eeuwenlang van vader op zoon en van moeder op dochter is doorgegeven. Van den Berg kreeg bij de inrichting van haar museum hulp van streekmusea, kostuumverenigingen, verzamelaars en dragers uit het hele land. Zij kwamen persoonlijk naar Amsterdam om de poppen op de juiste manier aan te kleden. Van den Berg heeft dat aankleden op film laten vastleggen, zodat het proces voor toekomstige generaties wordt bewaard. Op de audiotour van het museum halen dezelfde mannen en vrouwen herinneringen op aan de wereld van hun jeugd.

Staphorst – Opnieuw gewone dracht (rood) en rouwkleding (blauw, paars en groen). De klederdracht uit Staphorst is beroemd om zijn “stipwerk”, waarbij met stempels patronen op het katoen worden gedrukt. In het Klederdrachtmuseum worden regelmatig workshops stipwerk aangeboden. Typerend is verder het kleine katoenen mutsje.

Een museum voor deze tijd

De inrichting van het museum is licht, alles zit strak in de verf. Er zijn vitrines gewijd aan bijvoorbeeld Spakenburgs stipwerk of Hindelooper schilderwerk, maar ook moderne beeldschermen waarop oude foto’s en ansichtkaarten voorbijrollen. Ook de eigentijds gestileerde foto’s van vrouwen in streekdracht – een afstudeerproject van de 29-jarige Julian Beitler aan de Fotovakschool in Amersfoort – doorbreekt elke neiging tot nostalgie. Je moet wel goed ter been zijn, want in het museum gaat het trap-op, trap-af; een lift is er niet. In de kelder is een gezellige koffiekamer en een wc met een nog functionerende toiletpot van Delftsblauw porselein. Vanaf de zolderverdieping kijk je uit op de Singelkerk, een voormalige Doopsgezinde schuilkerk, die eigenaar is van het pand aan de Herengracht waar het Klederdrachtmuseum gevestigd is.

Zeeland – Typerend voor de klederdracht van Zuid-Beveland zijn de grote kanten mutsen (schelpvormig bij protestantse vrouwen, trapeziumvormig bij katholieke), het oorijzer met twee gouden spiegeltjes, en de ketting van zes snoeren bloedkoraal.

Het Klederdrachtmuseum is een must voor iedereen die houdt van dessins, kleuren en stijlen. Klederdracht staat voor kwaliteit en duurzaamheid. Het is slow fashion, heel anders dan de wegwerpmode van vandaag.

Het is dan ook geen wonder dat eigentijdse modeontwerpers en fotografen zich door oudhollandse klederdracht laten inspireren. Zo heeft de wereldberoemde modefotograaf Mario Testino voor de Nederlandse editie van Vogue een fotoserie gemaakt van piepjonge Nederlandse modellen, getooid met de kanten kapjes uit het Klederdrachtmuseum.

Bunschoten en Spakenburg – Typerend zijn de grote gesteven “kraplappen” en de gehaakte mutsjes. De kraplappen (borststukken) zijn gemaakt van bedrukt katoen en worden met veel stijfsel in model gehouden. De mutsjes werden vroeger vaak door de vrouwen zelf gemaakt. Het haken ervan is bijzonder arbeidsintensief en duurt soms wel honderd uur per mutsje.

Van 5 september 2018 t/m 31 maart 2019 is in het museum de tentoonstelling Contemporary Fashion te zien: kostuums en objecten van hedendaagse modeontwerpers als Walter van Beirendonck, Viktor&Rolf en Meeta Mastani & Marlies Visser, geïnspireerd door oudhollandse streekdracht. Zo weet het museum op een knappe manier aansluiting te vinden bij de huidige tijd.

Hindeloopen – De schepen uit het Friese havenstadje Hindeloopen kwamen regelmatig in Amsterdam, aan de overkant van de Zuiderzee. Daar kochten de vrouwen van Hindeloopen kostbare, door de VOC ingevoerde stoffen. Typerend voor de pronkdracht van een Hindelooper vrouw was de “wentke”, een lange jas van oosterse sits, en de grote geruite doek als hoofdbedekking.


Klederdrachtmuseum, Herengracht 427, Amsterdam. Kijk voor meer informatie op de website.

 

De kappenzaal

  • Tekst: Ingrid Glorie; foto’s: Elize Zorgman

 

Buro: IG
  • 0
Top