Hertmans en Lanoye in gesprek met Hugo

  • 0

Op vrijdag 26 oktober had in auditorium 1 Jan Broeckx van de faculteit Letteren en Wijsbegeerte een unieke ontmoeting plaats. Ter gelegenheid van het verblijf van Daniel Hugo, “vertaler op campus” (Universiteit Gent, oktober-november), nodigden de decaan, de vakgroep Letterkunde en het Gents Centrum voor het Afrikaans en de Studie van Zuid-Afrika twee prominente Vlaamse schrijvers uit: Tom Lanoye en Stefan Hertmans. 

Van links: Stefan Hertmans, Daniel Hugo, Tom Lanoye en Yves T’Sjoen

Van Stefan Hertmans vertaalde Hugo de succesroman Oorlog en terpentijn (Oorlog en terpentyn, 2016), van Tom Lanoye vier titels: Kartonnen dozen (Kartondose, 1996), Een slagerszoon met een brilletje (de titel ’n Slagterseun met ’n brilletjie (2008) bevat een keuze uit het verhalend proza), Sprakeloos (Sprakeloos, 2011) en Gelukkige slaven (Gelukkige slawe, 2015).

Daarenboven was hij betrokken bij Marthinus Bassons vertaling van de theatertekst Bloed en rozen. Voor de vertaling van Sprakeloos ontving Daniel Hugo de Suid-Afrikaanse Akademieprijs (2015), twee jaar later nog eens voor Oorlog en terpentyn. Het meest recente vertaalwerk van de hand van Hugo zijn: Die helaasheid van die dinge (Dimitri Verhulst, 2018), Ek kom terug (Adriaan van Dis, 2018), El Negro en ek (Frank Westerman, 2017) en Ware mense (Bart de Graaff, 2017).

Helaas staat op die jongste boekproducties van Protea Boekhuis de naam van de vertaler niet meer prominent op de cover. Volkomen ten onrechte, zo stelden Stefan Hertmans en Tom Lanoye met nadruk.

Uitgesproken waardering

De samenspraak van beide Vlaamse auteurs en hun Zuid-Afrikaanse vertaler sloeg gensters. Niet alleen drukten Hertmans en Lanoye waardering uit voor het uitstekende vertaalwerk. Daarnaast roemden zij Daniel Hugo voor zijn gewetensvolle vertalingen en de wijze waarop hij er telkens weer in slaagt de woordmuziek van het origineel in het ritme van een andere taal om te zetten, in het meer compacte Afrikaans.

De weerbarstige kunst van het vertalen is gedurende het gesprek beklemtoond. Op minzame toon, bijna laconiek, reageerde Hugo op vragen over de manier waarop een vertaling wordt ondernomen (“vanaf bladzijde één”), in hoeverre hij een gatekeeper is (hij “voert maar contracten uit”), of hij de boeken eerst grondig leest (“alleen vertalenderwijs”) en of hij diep peinst over vertaaltechnische kwesties (“neen”). Ongemeen boeiend waren de gesprekspassages waarin het spel met taalvariëteiten en stijlregisters aan bod kwam.

In Oorlog en terpentijn gaat het over archaïsmen, Gentse streektaal en Frans, in Lanoyes boeken over weer andere regiolecten en verbale acrobatieën. Daniel Hugo gaat die uitdagingen met verve aan. Hij was expliciet over de onmogelijkheid Vlaamse uitdrukkingen of dialectvormen om te zetten in een variëteit van het Afrikaans. “Dat werkt helemaal niet”, met als gevolg dat hij soms gewoon woorden overneemt (als couleur locale), zogeheten “neerlandismen” hanteert (niet als vertalersfout) en bijwijlen parafraserend vertaalt. Hertmans en Lanoye toonden zich vooral nieuwsgierig naar de creatieve ingrepen en hoe de vertaler een eigen draai geeft aan het origineel.

Daniel Hugo weigert in poëzie, maar dus ook in scheppend proza, annotaties op te nemen. Niet alleen zijn verklarende noten hinderlijk voor de bladspiegel en dus de lectuur van de tekst. Ze voegen doorgaans weinig toe. Culturele, maatschappelijke of politieke referenties worden niet van toelichtingen voorzien, zoals dat evenmin in de bronteksten het geval is.

Literaire persoonlijkheid

Vervolgens kwamen de productie en de receptie van de vertaalde romans aan bod. Terecht is opgemerkt dat de naam van de vertaler, zoals op de boekomslagen van Sprakeloos en Oorlog en terpentyn, staat afgedrukt. Daniel Hugo is een literaire persoonlijkheid in Zuid-Afrika, en naambekendheid speelt een rol. Met alle permissie: Verhulst en Hertmans zijn geen bekende namen voor de lezer in Zuid-Afrika.

Daarenboven drukt Hugo zijn particuliere stempel op teksten die hij vertaalt. In bewonderende superlatieven spraken Hertmans en Lanoye over de vertaalslag. Vooral Tom Lanoye, die vloeiend Afrikaans spreekt, hief een jubelzang aan en roemde de veelzijdigheid van de vertaler. Desgevraagd antwoordde de Vlaamse schrijver deemoedig dat hij nimmer een zelfvertaling zou kunnen ondernemen. Daarvoor mist hij de finesses van het Afrikaans.

Alleen een moedertaalspreker (die het Nederlands uitstekend beheerst) kan vertalingen van dergelijk hoog niveau produceren. De sprekers waren het voorts roerend eens: de promotie van (Afrikaanse) vertalingen kan beter, en ook de beperkte kritische receptie wordt als een manco ervaren. De gedisciplineerde inzet, zeg maar de overgave, van de vertaler verdient in het Afrikaanse literaire bedrijf betere respons.

Halverwege het gesprek lazen de schrijvers een passage uit hun bekroonde boeken. Hertmans las de slotpassage uit Oorlog en terpentijn, waarna Daniel Hugo op beklijvende toon zijn vertaling voorlas. Lanoye las op de hem kenmerkende theatrale toon een korte inleidende tekst uit Sprakeloos. Zin na zin las Daniel Hugo zijn vertaling. Beurtelings, zoals ik Tom Lanoye en Antjie Krog wel eens hoorde voorlezen uit Mede-wete/Medeweten.

In het auditorium kon je een speld horen vallen. Ademloos zaten studenten en professoren, vrienden en kennissen te luisteren naar het prettig uitwaaierende gesprek tussen drie tenoren van de Nederlandstalige en Afrikaanse literatuur. En er mocht ook worden gelachen, zeker toen Stefan Hertmans Nederlandse, Duitse en Franse vertalers en redacteurs imiteerde,  en terloops opmerkte dat de taalkloof tussen Nederlanders en Vlamingen almaar dieper wordt.

Woorden, zoals “vierklauwens”, en andere uitdrukkingen die in Van Dale staan, worden niet meer begrepen ten noorden van de Moerdijk. Lanoye zong de lof van Daniel Hugo, die een breed (stilistisch) spectrum onder de knie heeft: van Bart Moeyaert, David van Reybrouck en Karel Glastra van Loon tot Pieter Aspe, Herman Koch en bijvoorbeeld Harry Mulisch. Dat zijn heel uiteenlopende oeuvres en literaire stemmen, met taal- en stijlregisters die een bijzondere sensitiviteit van de vertaler vereisen.

Alleen grote vertalers zijn in staat die veelzijdigheid aan de dag te leggen, hun oor te luisteren leggen in de brontekst. De vertaler is de scherpzinnigste interpreet, de meest nauwgezette lezer van een literaire tekst. Hertmans en Lanoye hebben intense conversaties met hun vertalers, die hen soms op fouten wijzen.

Daniel Hugo is misschien de meest devote, respectvolle en minst tegensprekelijke van hun vertalers. Terecht wordt Hugo de belangrijkste en meest onderlegde, ook veruit de productiefste vertaler genoemd van Nederlandse literatuur in het Afrikaans.

Nieuwe projecten

Als “vertaler op campus” heeft hij inmiddels een ruime selectie vertaald uit Het trouwservies van Benno Barnard. Nu wacht een ander immens project: Het verdriet van België van Hugo Claus. Het zal een krachttoer vergen. Alleen Daniel Hugo wordt bij machte geacht om dat magnum opus in het Afrikaans te vertalen.

Desgevraagd liet Hugo nog optekenen dat hij graag De bekeerlinge van Hertmans en Zuivering van Lanoye in het Afrikaans wil vertalen, de jongste romans. Mocht hij zelf kunnen bepalen wat hij voortaan vertaalt, en niet alleen in opdracht hoeven te werken. Iemand met zo een indrukwekkend palmares verdient inderdaad dat prerogatief. Want de vertaler doet veel méér dan vertalen. Dat beseft de goegemeente doorgaans veel te weinig.

De schrijvers hebben aan het einde van het gesprek nogmaals onderstreept hoe fundamenteel het werk van de vertaler is. Er zijn enkele vertalersprijzen, maar doorgaans wordt de naam van de vertaler volkomen ten onrechte onvermeld gelaten in recensies, hoogstens ergens opgenomen in het colofon of in een achterplattekst.

En wie uit de bocht gaat in zijn vertaling heeft het meestal geweten. Onze cultuur moet meer aandacht schenken aan de kunst van het vertalen. De faculteit heeft alvast de vertaler centraal gesteld. Op het eind van een geanimeerd gesprek weerklonk een daverend applaus.

Buro: MV
  • 0
Top