Jonge mensen zijn de toekomst van Afrika

  • 0

In Den Haag is het Winternachtenfestival begonnen. Met een titel als “Imagine the Future is Africa” kun je alle kanten op. Gelukkig was de Zuid-Afrikaanse rapper HemelBesem erbij om alles in het juist perspectief te stellen.

HemelBesem

Onlangs kwam er op sociale media een artikel voorbij over een Amerikaanse zakenvrouw die het succes van haar zakenimperium toeschreef aan het ritueel waarmee ze elke ochtend haar dag begon. Ze hield niet zomaar een “gratitude journal” bij, waarin ze aan het einde van de dag vijf punten noteerde waar ze blij om was. Nee, ze noteerde elke ochtend vijf dingen waarvan ze hoopte dat ze zouden gebeuren alsof het al zover was. Door zich voor te stellen hoe blij ze zou zijn als haar wensen vervuld zouden zijn, raakte ze niet alleen nóg gemotiveerder om haar doel te bereiken. Ze zag ook de stappen voor zich die ze moest zetten om daar te komen. En zo had ze binnen no time zeven goedlopende bedrijven opgebouwd. Nou ja, dat zei ze dus.

Het spel van de griot

De titel van een van de eerste programma’s van het Winternachtenfestival, dat dit weekend in Den Haag wordt gehouden, lijkt ook wel een beetje op een mantra: “Imagine Africa is the Future”. De opzet van dit “storytelling symposium” is eenvoudig. Er is muziek, er zijn een paar uitgenodigde sprekers en verder is iedereen in de zaal welkom om naar voren te komen en een verhaal te vertellen.

Het symposium wordt al een aantal jaar gehouden. Vroeger stond het altijd op zaterdag geprogrammeerd. Nu vindt het voor het eerst aan het eind van de donderdagmiddag plaats. En dat is een goede keuze. Locatie is het International Institute for Social Studies (ISS) in Den Haag, een rijksmonument uit 1923 met in het atrium, waar wij zitten, mooie gebrandschilderde vensters in Art Deco-stijl. Voordeel van het nieuwe tijdstip is dat er op dit uur nog heel wat studenten aanwezig zijn. Internationale studenten, veelal afkomstig uit Afrika.

Lamin Kuyateh

Het programma wordt geopend door de Gambiaanse koraspeler Lamin Kuyateh. Hij woont sinds 1996 in Nederland en geeft sinds 2000 korales op het Amsterdamse Conservatorium. Het publiek luistert als betoverd naar de fijne klanken van zijn instrument, zijn virtuoze spel en zijn bezwerende zang. Als hij uitgespeeld is, gebruikt Kuyateh het verhalensymposium om iets te vertellen over zijn instrument, de kora, gemaakt van een halve kalebas, bespannen met koeienhuid en met nylon visdraad bij wijze van snaren. Kuyateh is een echte griot. Zij geven met hun muziek en hun zang niet alleen de geschiedenis van hun volk door, legt hij uit. Griotten zijn ook een soort maatschappelijk werkers, die er bij conflicten voor moeten zorgen “dat de samenleving in de juiste richting beweegt”.

Ook in het Engels kun je trots Afrikaans zijn

Vervolgens is het woord aan de Zuid-Afrikaanse rapper HemelBesem, misschien wel de man met het drukste programma tijdens het Winternachtenfestival. Vanwege de aanwezigheid van zoveel internationale sprekers en studenten is de voertaal van het symposium Engels. HemelBesem treedt, anders dan we van hem gewend zijn, dan ook in het Engels op. Maar hij houdt – in het Engels, voor een internationaal publiek – een prachtig pleidooi voor het Afrikaans. En dan geen standaard-Afrikaans, maar het Afrikaans van Namakwaland en de Kaapse Vlakte. Het Afrikaans van zijn demografie, zijn mensen. Het maakt niet uit welke taal of welk dialect je spreekt, zegt HemelBesem. God – of Allah, of welke hogere macht je ook aanbidt – verstaat je in jouw taal. Dat is de verklaring van de titel van zijn autobiografie, God praat Afrikaans. “And therefore”, besluit HemelBesem, “I am proudly Afrikaans.”

Wijze woorden van Jan Pronk

De tweede officiële spreker is niemand minder dan Jan Pronk, oud-minister van Ontwikkelingssamenwerking en emeritus-hoogleraar aan het ISS. Pronk is de eerste die vraagtekens plaatst bij de titel van het symposium, “Imagine Africa is the Future”. Pronk is minder optimistisch over de toekomst van Afrika dan de huidige generatie politici, die lijken te denken dat je met vrijemarktprincipes alles op kunt lossen. Pronk bouwt een gesproken essay op aan de hand van drie teksten: een fragment uit The Famished Road van Ben Okri en twee meer recente gedichten: een van de Afrikaanstalige Zuid-Afrikaanse dichter Frank Meintjies en “We Refugees” van de Britse schrijver Benjamin Zephaniah. Hij hekelt de valse beloften van Westerse politici, het wrede vluchtelingenbeleid en de zogenaamde “ontwikkelingshulp” waarmee corrupte en despotische leiders aan de macht worden gehouden en waarschuwt dat we ons in het rijke Westen vooral niet veilig moeten rekenen. “We can all be refugees”, schrijft Zephaniah omineus. “All it takes is a mad leader / Or no rain to bring forth food.” Als Jan Pronk op het programma wacht, kun je altijd een paar waardevolle observaties verwachten. Hij heeft ook dit keer niet teleurgesteld.

Jan Pronk

De twee andere sprekers die al van tevoren werden aangekondigd – de Oegandese schrijfster Jennifer Nansubuga Makumbi, die ook het hele weekend op het Winternachtenfestival te gast is, en de politicoloog Otieno Ong'ayo, die als onderzoeker aan het ISS verbonden is – wijzen beide op de grote verschillen binnen het Afrikaanse continent. Is één gemeenschappelijk toekomstbeeld voor Afrika wel mogelijk? En wie bepaalt hoe die toekomst eruit zal zien?

Tussendoor komen er telkens studenten naar voren, onder meer uit Liberia, Nigeria, Zuid-Soedan en Ghana, die met trots een gedicht voorlezen dat hún land bezingt. Maar, zeggen ze erbij, ze zijn niet alleen trots op het land waar ze vandaan komen. Ze zijn trots op Afrika. De Surinaams-Nederlandse dichteres Karin Lachmising en de Arubaanse dichteres Olga Buckley, met hún gedichten, maken de uitwisseling compleet.

Jennifer Nansubuga Makumbi

De helden van Afrika

Indrukwekkend is het verhaal van Janet Anderson, voormalig BBC-correspondent in Afrika. Ze wíl hier vanmiddag staan, zegt ze, hoewel het een verdrietige dag is. Eerder op de dag heeft ze gehoord dat in Ghana de bekende onderzoeksjournalist Anas Aremeyaw Anas vermoord zou zijn. Anas maakte naam door de corruptie in de voetballerij in Ghana en elders in Afrika aan het licht te brengen. Later zal een student uit Ghana Andersons verhaal corrigeren: het blijkt dat niet Anas, maar een van zijn medewerkers, Ahmed Hussein-Suale, vermoord is. Het misverstand maakt Andersons emotie er niet minder oprecht op.

Studenten uit Afrika komen spontaan naar voren om een ode aan hun land en aan het continent te brengen.

De vermeende moord op Anas – dan nog – herinnerde Anderson aan een andere vriend die om het leven is gebracht, de Nigeriaanse schrijver en milieuactivist Ken Saro-Wiwa. Saro-Wiwa werd in 1995 door de toenmalige Nigeriaanse regering opgehangen omdat hij zich verzette tegen de activiteiten van multinationale oliemaatschappijen als Shell en BP in de Nigerdelta. Tijdens het laatste proces, waarbij Saro-Wiwa werd veroordeeld, belandde Anderson door een vergissing vlak naast hem. “I haven’t seen the sun for nine months”, fluisterde hij haar toe, en daarna herhaalde hij het nog een keer. “Het is goed, Ken”, antwoordde Anderson. “Nu héb ik mijn quote. Maar hoe gáát het verder met je?” Voor hij antwoord kon geven, werden ze uit elkaar gehaald.

Hoewel het een verdrietige dag is, zei Anderson, is het voor mij een troost om te weten dat er zulke dappere mensen als Ken Saro-Wiwa en Anas bestaan. “Om dié reden is de toekomst van Afrika.”

Afrikanen in opmars

In de loop van de middag heeft de titel van de bijeenkomst, “Imagine the Future is Africa”, meer vragen dan antwoorden opgeleverd. Als laatste wordt HemelBesem nog een keer naar voren geroepen. Aan hem de taak om alles wat er gezegd is, in perspectief te plaatsen.

HemelBesem

Hij begint met een verhaal over hoe hij vroeger, toen hij nog als predikant werkte, een keer door zijn kerkgenootschap naar Kenia gestuurd werd om aan de mensen daar uit te leggen hoe man en vrouw volgens de Kerk met elkaar om moesten gaan. Bij aankomst op het vliegveld bleef de man die hem moest ophalen maar over hem heen kijken. Want hij verwachtte iemand uit Afrika, en de man die voor hem stond, was niet zwart, maar bruin. Ook de dorpelingen begrepen er niets van. En omdat Simon Witbooi er anders uitzag dan zij, maakten zijn woorden geen enkele indruk op hen. Tót hij in een winkeltje een pirate copy van The Gods Must Be Crazy ontdekte, een film over een San-gemeenschap in de Kalahari-woestijn. Witbooi wees op de video en toen op zichzelf: “Kijk, dat zijn míjn mensen.” Vervolgens stampte hij met zijn voet op de grond: “Jullie en ik – wij wonen op dezelfde bodem.” Toen pas begon er bij de dorpelingen iets te dagen.

Met dit verhaal wilde HemelBesem natuurlijk illustreren dat Afrika geen eenheid is. De landen en de mensen zijn er heel verschillend. En of het continent Afrika de toekomst heeft? Net als Jan Pronk is HemelBesem over het antwoord op dié vraag niet optimistisch. Maar tegelijkertijd reizen Afrikaanse wetenschappers de hele wereld over. Datzelfde geldt voor kunstenaars en voetballers. De jonge mensen die deze middag een gedicht wilden voordragen, zijn het beste bewijs van het talent dat het continent Afrika rijk is. Afrika is dus wel degelijk in opkomst, constateert HemelBesem. Die beweging is onstuitbaar en – zoals de studenten met hun liefdevolle getuigenissen hebben bewezen – ligt Afrika opgesloten in het hart ervan.

Meer info: https://www.writersunlimited.nl/editie/winternachten-2019.

Lees ook:

HemelBesem op Winternachtenfestival 2019

Buro: IG
  • 0
Top