Judith Westerveld: "Doordat ik in Nederland én Zuid-Afrika ben opgegroeid voel ik me altijd zowel insider als outsider"

  • 0

Beeldend kunstenaar Judith Westerveld verdeelt haar tijd tussen Nederland en Zuid-Afrika. In haar werk onderzoekt ze wie er wordt gehoord en gezien, en wat er wordt herinnerd en geschreven in een postkoloniale wereld.

Dat taal een belangrijke plaats in haar werk inneemt, blijkt ook uit het werk Someone’s mother tongue, dat momenteel bij Nieuw Dakota in Amsterdam te zien is.

Je woont en werkt in Nederland én Zuid-Afrika. Hoe is dat zo gekomen en hoe ziet je leven er nú uit?

Ik ben in Nederland geboren. In 1997, toen ik 11 jaar oud was, is ons gezin naar Zuid-Afrika geëmigreerd. We woonden in Magoebaskloof en op verschillende andere plekken in de provincie Limpopo. Ik ben daar naar school geweest en heb in 2004 “Matric” (eindexamen) gedaan.

In 2005 ben ik teruggegaan naar Nederland om te studeren aan de Gerrit Rietveld Academie. Het was een avontuur om naar Amsterdam te gaan! Ik voelde een soort nostalgie jegens Nederland, dat andere land dat een deel van mijn identiteit vormt. En ik wilde beeldend kunstenaar worden. In Nederland en Europa kon ik de kunst in het echt zien die ik vooral van plaatjes kende.

De culturele ervaring die Zuid-Afrika te bieden heeft, is niet minder indrukwekkend. Maar natuurlijk wel anders. Bijzonder zijn de weidsheid van het landschap, de verschillende talen die mensen spreken, de hartelijkheid, het gevoel dat je altijd welkom bent. Destijds was ik nieuwsgierig naar Europa en Nederland. Maar als ik hier in Nederland ben, mis ik ook weer bepaalde zaken uit Zuid-Afrika.

Judith Westerveld in Mukalap, performance tijdens het Live Art Festival in Kaapstad (2018)

Ik heb eerst een Bachelor in Beeldende kunst gedaan aan de Gerrit Rietveld Academie en daarna een Masteropleiding Artistic Research aan de Universiteit van Amsterdam. Tijdens mijn studie reisde ik veel op en neer om mijn familie te zien.

Naarmate ik me in mijn kunstpraktijk intensiever ging bezighouden met de gedeelde geschiedenis van Nederland en Zuid-Afrika, moest ik vaker naar Zuid-Afrika om daar werk te maken, alleen of samen met anderen.

Doordat ik in Nederland én Zuid-Afrika ben opgegroeid voel ik me altijd zowel insider als outsider, misschien helpt dat wel als je moeilijke onderwerpen aan de orde wilt stellen. Ik kan me voorstellen dat dat moeilijker is als je helemaal ondergedompeld bent in één plek.

Maar als je te lang outsider bent, werkt het ook niet. Dan mis je de aansluiting. Daarom heb ik de afgelopen anderhalf jaar doelbewust in Kaapstad gewoond. Ik moest weer even ervaren hoe het is om daar “insider” te zijn.

Mijn werk vroeg er ook om. Het was in dat stadium belangrijk een nauwe samenwerking met individuen en gemeenschappen op te bouwen, niet vluchtig of voor even, maar met tijd voor verdieping. Nu ben ik weer terug in Nederland, waarschijnlijk tot het einde van het jaar.

Als ik beide landen met elkaar vergelijk, ervaar ik in Nederland een meer individualistische houding. Wat mij altijd weer opvalt in Zuid-Afrika is dat mensen snel bereid zijn elkaar te helpen, ook als ze daar zelf niet veel baat bij hebben. Er wordt veel belang gehecht aan gemeenschappelijkheid.

Dat vind ik prettig en het is iets wat ik mis als ik hier ben. Tegelijkertijd denk ik dat we in Nederland blij mogen zijn met de verzorgingsstaat. Als je niet rijk bent of psychische of fysieke problemen hebt, word je opgevangen, dat is in Zuid-Afrika niet vanzelfsprekend. Nederland is een welvarend land, waarschijnlijk ook mede dankzij de landen die Nederland gekoloniseerd heeft en de rijkdom die daar vandaan is gekomen.

Het is daarom soms extra schrijnend om te zien hoe mensen in Zuid-Afrika aan hun lot worden overgelaten. Als individu kun je soms iets voor een ander betekenen, maar uiteindelijk komt het toch op de overheid aan om de structurele problemen op te lossen.

Je werkt vanuit “artistic research”. Wat betekent dat?

“Artistic research” betekent voor mij dat ik vanuit een concept, een idee of een beeld op zoek ga naar elementen uit bijvoorbeeld geschiedenis, antropologie of filosofie die mijn onderwerp in een breder perspectief kunnen plaatsen. Het uiteindelijke kunstwerk wordt door al die verschillende bronnen gevoed en verrijkt.

Voor de werken The Remnant, Echolocation en Writing Back to History wilde ik bijvoorbeeld meer weten over de wilde amandelhaag die Jan van Riebeeck heeft aangelegd om het grondgebied van de kolonisten te scheiden van dat van de oorspronkelijke bevolking van de Kaap, de Khoikhoi en de San. In zijn Daghregister beschrijft Van Riebeeck uitgebreid waarom die heg er moest komen, hoe hij werd aangelegd en wie daarbij betrokken waren.

Hij beschrijft ook wie die heg buiten moest houden. Ik was benieuwd of ik passages kon vinden waar verteld werd wat de Khoikhoi en San zelf van die heg vonden. Tegelijk besef je dat je niet hun eigen stemmen hoort. Je komt alleen iets over hen te weten doordat Van Riebeeck over hen schreef.

Still uit Writing Back to History

Door dit soort bevindingen kwam voor mij de focus steeds sterker op taal te liggen. De titel van mijn solotentoonstelling vorig jaar bij Lumen Travo Gallery in Amsterdam was The Dream of a Common Language. Veel werken daar gingen over de talen die gesproken worden door de Khoikhoi en de San.

De titel heb ik ontleend aan een dichtbundel van de Amerikaanse dichteres Adrienne Rich. Zij stelde voor dat we een nieuwe taal moeten leren spreken om de hiërarchische structuren te doorbreken en gelijkheid te bereiken. Ik vond dat heel toepasselijk voor talen die gemarginaliseerd zijn, niet erkend worden, met uitsterven bedreigd worden of zelfs al uitgestorven zijn.

Ik werk samen met mensen die afstammen van de Khoikhoi en San, die de gemarginaliseerde talen nog spreken of die deze talen weer proberen te laten herleven. Ik ben me ervan bewust dat ik ook zelf een bepalende positie inneem. De stem van de kunstenaar, de persoon die het werk maakt, is altijd aanwezig.

Ik ben degene die vanuit het heden naar het verleden kijkt. Maar door middel van gesprekken, samenwerkingen en archiefonderzoek kan ik verschillende perspectieven in een werk naar voren brengen en tracht ik meerdere stemmen te laten horen.

Je houdt je onder meer bezig met het gedeelde verleden van Nederland en Zuid-Afrika.

Word je in het Zuid-Afrika van nu nog vaak geconfronteerd met de gevolgen van dat verleden?

In Zuid-Afrika is men zich sterk bewust van onze gedeelde geschiedenis. Ik heb dat zelf ook ervaren. Toen ik in Zuid-Afrika op school zat, kregen we bij geschiedenis elk jaar weer te horen over Jan van Riebeeck en het jaar van zijn aankomst in Zuid-Afrika, 1652.

Als ik met Zuid-Afrikanen over onze gedeelde geschiedenis praat, is dat voor hen dan ook totaal geen nieuws. Maar in Nederland weten maar weinig mensen wie Van Riebeeck was.

Daardoor heb je in Zuid-Afrika en in Nederland heel verschillende gesprekken. Het Nederlandse koloniale verleden aan de Kaap is hier in Nederland een soort blinde vlek. Het is voor mij een deel van de geschiedenis dat weggedrukt wordt, zoals ook andere delen van de koloniale geschiedenis weggedrukt worden.

Er wordt wel gezegd dat de amandelhaag van Van Riebeeck het begin van de apartheid in Zuid-Afrika was. Als ik in zijn Daghregister lees hoe de Nederlanders afgeschermd moesten worden van de Khoikhoi en San en hoe de bewegingsruimte van de oorspronkelijke bevolking van de Kaap ingeperkt wordt, klinken daar een retoriek en een mentaliteit in door die – helaas, schrikbarend genoeg – niet zomaar zijn verdwenen, waardoor die structuren van macht en ongelijkheid nog harder zijn aangezet.

Hoewel de apartheid al bijna dertig jaar geleden is afgeschaft, zijn de gevolgen ervan in Zuid-Afrika nog elke dag voelbaar, bijvoorbeeld in waar mensen wonen, wie er een baan heeft, wie er geld heeft en wie niet, in de emoties en de manier waarop mensen met elkaar omgaan.

Denk je dat je als kunstenaar een verschil kunt maken?

Ja, ik geloof dat kunst een rol te vervullen heeft in de maatschappij. Voor mij is kunst altijd sociaal en politiek geëngageerd. Ik probeer mijn kunstpraktijk ook op die manier in te richten.

Zodat het kan functioneren als een platform waar meerdere stemmen gehoord kunnen worden, waar meerdere perspectieven gezien kunnen worden en waar verhalen die geen onderdeel van de dominante cultuur zijn een plek krijgen of naar voren kunnen komen.

Je werkt in verschillende media: performance, film, fotografie, tekst, druktechnieken… Waaraan kan de kijker een echte Judith Westerveld herkennen?

Het medium wordt bepaald door wat het idee, het concept, nodig heeft. Ik werk vaak met video, geluid of geluidsopnamen. Dat komt natuurlijk doordat stemmen – en of ze wel of niet gehoord worden – zo’n belangrijke rol spelen in mijn werk.

Mijn werk is dan ook vooral herkenbaar aan de onderwerpskeuze. Word je wel of niet gehoord en gezien? Wat betekent dat, wat doet het met iemand, wat doet het met de maatschappij waarin zo iemand een plaats heeft – of dus geen plaats heeft? Die vragen vormen een rode draad in mijn werk.

.............................

“Voor Far-off Nearby maakte Judith Westerveld het werk Someone’s mother tongue, dat zich concentreert op het aanleren van een nieuwe taal en het effect van dit proces op iemands moedertaal, identiteit en het gevoel ergens thuis te horen.

In Amsterdam-Noord, een stadsdeel dat gekenmerkt wordt door verschillende migrantenstromen, komen veel bewoners in aanraking met de transitie van de ene taal naar de andere.

Omdat ze zelf is opgegroeid in Nederland en Zuid-Afrika, identificeert Westerveld zich hiermee. Ze werkte samen met taalschool SIPI (Stichting Interculturele Participatie en Integratie) en participatiecentrum eVa en adaM in Amsterdam waar mensen Nederlands leren door middel van taal- en conversatielessen.

Door met verscheidene docenten en leerlingen in gesprek te gaan en de lessen te observeren, wilde Westerveld op verschillende manieren de hoopvolle crisis die een vreemde taal leren veroorzaakt vastleggen.

De notities en tekeningen gemaakt tijdens het onderzoek zijn omgezet in fysieke houten en loden drukletters en in stencils van lichtgevoelige toyobaplaten. De verschillende composities zijn zowel met blinddruk als met inkt afgedrukt en vervolgens met de hand bewerkt.

Hierbij wordt de leesbaarheid van woorden en zinnen en de zichtbaarheid van menselijke gestalten afgewisseld met het verval van betekenis en een vastomlijnde vorm.

Het beeld is een echo van het leerproces van een nieuwe taal, de worsteling en hoop die hiermee gepaard gaan en de manier waarop het oude en het nieuwe met elkaar vergroeid raken.” (Tekst: Judith Westerveld en Nieuw Dakota)

Judith Westerveld, Someone’s mother tongue, 2019, installatie van blind en inkt drukken op papier, 22 inktdrukken variërend in grootte van 54 x 50,5 cm en 66 x 50,5 cm en 34 blinddrukken variërend in grootte van 56 x 50,5 cm, 50 x 69,5 cm, 76 x 28,5 cm en 76 x 56 cm. / Foto’s: Gert-Jan van Rooij:

.............................

  • Klik hier om naar de website van Judith Westerveld te gaan.
  • Judith Westerveld wordt vertegenwoordigd door Lumen Travo Gallerie, lumentravo.nl, voor meer informatie, e-mail: info@lumentravo.nl.

.............................

Far-off Nearby:

Tot en met 19 mei is in Nieuw Dakota, Ms. van Riemsdijkweg 41b, Amsterdam, de tentoonstelling Far-off Nearby te zien, met werk van Aimée Zito en Elisa van Joolen, Sarah van Lamsweerde en Esther Mugambi, Mariska Voskamp van Noord, Judith Westerveld en Marjet Zwaans.

Op 19 mei vinden de finissage en de presentatie van de tentoonstellingspublicatie plaats in aanwezigheid van auteur Maarten Doorman en alle kunstenaars.

Voor de meest actuele randprogrammering: www.nieuwdakota.com.

.............................

Buro: IG
  • 0
Top