
Boeken onder druk, censuur en pers-onvrijheid in Nederland sinds de boekdrukkunst
Marita Mathijsen (red.)
Amsterdam: Amsterdam University Press
2011
207 blz.
Bundel met negen artikelen over uiteenlopende vormen van censuur in Nederland vanaf de zestiende eeuw. Nadruk ligt op censuur op drukwerk; ook aandacht voor zelfcensuur, censuur op politieke, religieuze of sociale gronden. Heldere teksten, uitstekend gedocumenteerd. Met illustraties.
- Marita Mathijsen: Preventieve overheidscensuur in Nederland gedurende twee periodes: in de Franse tijd (1811–1813) en in de Tweede Wereldoorlog. De Grondwet van 1798: “De vrijheid der Drukpers is heilig.” (9)
- Korte samenvatting van de teksten. (11–15)
- Herman Pleij: Over boekverbrandingen en de doodstraf voor drukkers in Antwerpen in de zestiende eeuw. (22–23)
- Olga van Marion: Geen drukpersvrijheid in de zeventiende eeuw. (31)
- “Zeker op politiek en religieus gebied kon niet alles worden gezegd, maar ook de moraal mocht niet worden aangetast en magistraten niet worden beledigd.” (31)
- “Alleen Utrecht vaardigde een totaalverbod uit op alle geschriften voor en tegen René Descartes.” (33)
- Over de filosoof en radicale verlichter Adriaen Koerbagh (33–34) en over de Amsterdamse auteur Jan Zoet. (37–39)
- Over 't Groote vischnet waarin Zoet de intolerante houding van rivaliserende geloofsrichtingen in Amsterdam aan de kaak stelt. Over roofzuchtige snoeken (rooms-katholieken), gladde zeelten (doopsgezinden), enge baarzen (calvinisten), leugenachtige karpers (puriteinen), zuipgrage voorns (lutheranen), miezerige grondels (remonstranten), godloochenende alen (joden). (39)
- Over botsingen van Joost van den Vondel met kerk en justitie. (39–42)
- Inger Leenmans: Over vervolging van Franse vluchtelingen en buitenlandse druk op Den Haag. (47)
- Over de Zeeuwse filoloog Adriaan Beverland. “In zijn De peccato originale (1679) betoogde hij dat de zondeval zou staan voor de eerste coïtus, wat de Leidse universiteit zo schokte dat men hem arresteerde en in de studentenkerker vastzette.” (49)
- Over de kerk als censurerende instantie. (49–51)
- Marita Mathijsen: Manuscriptkeuringen en boekverboden. Censuur rond de Franse tijd. (59–74)
- Lisa Kuitert: Over censuur in Nederlands-Indië in de negentiende eeuw. (75–87)
- Export van boeken vanuit Nederland:
- Nederlands-Indië: 45.693 kilo (1860) 114.233 kilo (1880).
- Zuid-Afrika: 26.145 kilo (1860), 65.363 kilo (1880). (77)
- Over Busken Huet die overheidsgeld ontving om de drukpers in Indië in de gaten te houden. (82).
- Max Havelaar niet verboden. (82)
- Over Snouck Hurgronje, De Atjèhers. (83–84)
- Boudien de Vries, De leenbibliotheek (1850–1920) (89–103)
- Cecile van Eijnden-Andriessen, Over katholieke recensiedienst IDIL. (105–120)
- Over verwijdering van roman van Vestdijk op last van de politie uit de etalage van boekhandel in Sittard (1951). (117)
- “Als er in een roman sprake was van een buitenechtelijke relatie, zelfmoord of abortus, dan betekende dat automatisch een verbod.” (118)
- Romans van Vestdijk, De nadagen van Pilatus (1963), Mulisch, Wolkers, Hermans, Cremer, Claus werden voor katholieken verboden. (119)
- Hans Renders, Gecensureerd door de buren (Nationaal-socialisme) (121–135)
- Over veroordeling Heinz Liepmann in 1934 wegens belediging van bevriend staatshoofd. (121–123).
- “In het algemeen zijn Amerikaanse en joodse boeken verboden en Engelsche, Russische en Poolsche boeken ongewenst.” (131)
- “Na de bezetting kregen ongeveer driehonderddertig auteurs een publicatieverbod opgelegd. Een jaar tot soms twintig jaar lang werd het hen verboden in vrijheid te publiceren.” (135)
- Klaus Beekman, Overheidscensuur en zelfcensuur in de 20e en 21e eeuw. (137–151)
- VARA greep in bij teksten van Annie M.G. Schmidt. “Het ging daarbij om woorden als ‘pokkekat’, ‘kontje’, ‘verdomd’, ‘stik’ en opmerkingen als ‘trek die wollen broek uit’. (136)
- Juridische stappen tegen W.F. Hermans (140–141), Gerard Reve (141–143).
- “In de centrale plattelandsbibliotheek van Overijssel kon men Nader tot U in 1969 alleen lenen na schriftelijk te hebben verklaard te weten om wat voor boek het ging. Het was namelijk opgesloten in een apart kastje, waarvan alleen het bestuur een sleutel had.” (142)
- Over invallen opsporings-brigade bij Hugo Claus en Jef Geeraerts. (143–144)
- “Het object waarmee de instanties die zich mrt censuur hebben beziggehouden, is door de tijd heen eigenlijk gelijk gebleven: bescherming van de staat, het geloof en de goede zeden.” (151)
Lees ook:
Leesimpressie: De boekhandel van Algiers door Kaouther Adimi

