
Herinneringen aan mijn uitgevers
L.H. Wiener
Amsterdam / Antwerpen: Uitgeverij Contact
2008
176 blz.
Bundel met uiteenlopende ervaringen met vijf prominente uitgevers die L.H. Wiener sinds zijn debuut in 1967 heeft beleefd.
- Meulenhoff; G.A. van Oorschot; De Bezige Bij, Bert Bakker; Uitgeverij Contact
- Kritische reflecties met waardering en veel weerzin.
- Veel spitse formuleringen.
- De schrijver spaart ook zichzelf niet. “Mijn karakter werd bepaald door een volmaakte balans van tegengestelde krachten. Zo werd het gat dat mijn verlegenheid sloeg in mijn sociale omgang geheel gevuld door mijn eigendunk, was mijn koppigheid even groot als mijn berusting, woog mijn drift precies op tegen mijn geduld en was ik even gewelddadig als vredelievend. Dat deze balans naar beide zijden zo ver kon uitslaan bepaalde mijn onevenwichtigheid. Wat ik miste was beheersing. Niet mijn gelijk speelde mij parten, maar de wijze waarop ik het wilde binnenhalen.” (14–15)
- Een deel van zijn leven voltrok zich “op de bodem van de fles”. (83)
Opmerkelijke passages
- “Uitgevers zijn als vijanden, je kunt niet zonder ze.” (5)
- Uitgever en auteur hadden zich “teruggetrokken op het onbewoonde eiland van onze trots.” (31)
- “Debuteren, het literair tot leven komen, doet men slechts eenmaal, net als ter wereld komen, maar debuteren is onverbiddelijker dan geboren worden, want het leven kan men nog vrijwillig verlaten, maar schrijver is men voor altijd.” (36)
- “Ik heb voor 43,75 % joods bloed, hetgeen betekent dat ik dus voor bijna de helft van mijn tijd aan geld denk (...)”. (46)
- Brief aan Geert van Oorschot (1972): “Jij bent eigenlijk een enclave binnen mijn wantrouwen, ik vertrouw je wel, maar ook weer niet en ik kan niet door die barrière van ongerichte achterdocht heen breken, die mijn karakter kenmerkt. (...) Zoals dansen gesublimeerd neuken is, zo is samenzijn gesublimeerde wanhoop.” (73)
- Over de recensie van J.W. Holsbergen: “... zó ontzettend stom, dat je er haast iets achter gaat zoeken. Maar er zit niets achter. Het enige dat er achter zit is Ongeïnteresseerdheid, Onvermogen en Onbenul, de drie O’s der Nederlandse literaire kritiek, nauw met elkaar verbonden en met z’n drieën één grote nul vormend.” (79–80)
Lees ook:
Leesimpressie: Olijven moet je leren lezen door Ellen Deckwitz
