Noodzakelijke gesprekken, reflecties op een nieuwe wereld
Mounir Samuel
Amsterdam: Uitgeverij Jurgen Maas
2020
272 blz.
Bundel met 15 openhartige interviews. Vanwege corona voltrokken veel gesprekken zich op het scherm. Er heerst “quarantainemelancholie.” (18)
- Aan de orde komen naast veel maatschappelijke thema’s ook uiteenlopende persoonlijke ontwikkelingen aan bod: Over liefde, relaties, geaardheid, over religie en cultuur.
- Samuel is een Nederlandse schrijver/journalist met Egyptische roots. “Als Egyptisch-Nederlandse, christelijke maar in de islam gespecialiseerde, visueel beperkte, seksueel fluïde, transgender man van kleur, ben ik een minderheid binnen alle minderheden.” (16)
- Veel gesprekspartners hebben een migratieachtergrond: Marokko (3), Afghanistan, België, Namibië, Curacou, Egypte, Koerdistan, Latino, Turkije.
- “Om het echte gesprek aan te gaan is omarming van het ongemak van kwetsbaarheid, of beter gezegd ‘raakbaarheid’ onvermijdelijk.” (267)
- “Liefde is een werkwoord, zo leerde ik opnieuw dit jaar in een mooie maar tegelijk ongekend moeilijke liefdesdans.” (268)
- “Het is tijd voor een gezamenlijke coming-out. Niet alleen de biculturele Nederlanders, personen van kleur en/of queer personen hebben een set aan identiteiten, iedereen heeft dat. (...) Wanneer we bereid zijn ons volledig te tonen, zorgt dat voor herkenning, verbinding, gedachtenuitwisseling, de mogelijkheid tot groei, en ontstaat er een samenleving waarin niet langer een eenzijdige druk op zelfonthulling plaatsvindt, maar iedereen all-in gaat.” (269–270)
- “Dit boek draag ik op aan Nederland. Het land dat weliswaar mijn huis is, maar nooit volledig mijn thuis heeft kunnen zijn.” (5)
Opmerkelijke passages
Nazmiye Oral (23–37)
- “Nazmiye is mijn sjamaan in coronatijd.” (28)
- “... ik houd dagelijks mijn dankbaarheidsdagboek bij.” (28)
- “Hoe kan ik een strijder van het licht zijn zonder oorlog te voeren?” (29)
- “Het mens-zijn is een voortdurende staat van trauma.” (30)
Genn Helberg (53–71)
- Visie van de psychiater op een zwart lichaam. (58–60)
- “Een zwart lichaam staat voor ongelijkwaardigheid en ongelijkheid ten aanzien van de ander. Wanneer een zwart persoon de top bereikt, zullen mensen hem of haar naar beneden willen halen, want gelijkwaardigheid is bedreigend en ongewenst en mogelijke superioriteit zelfs een directe aanval op het systeem. Een zwart lichaam kent geen geschiedenis, deze is immers weggeschreven. Een zwart lichaam betekent bekneld zitten in een koloniaal systeem dat institutioneel racisme ontkent terwijl de zwarte persoon er dagelijks mee geconfronteerd wordt. Een zwart lichaam staat gelijk aan criminalisering (...).” (58–59)
- Schopenhauer: “Vele mensen beroepen zich op de vrijheid van meningsuiting als compensatie voor de vrijheid van denken, waar ze weinig gebruik van maken.” (64)
Petra Stienen (89–103)
- Auteur van The gender dimension of foreign policy. Rapport voor de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa (2020). (99)
- Nederland kelderde in 2020 fors op de Gender Gap Index van het World Economic Forum en belandde op een schamele achtendertigste plek. Onder o.a. Nicaragua (5), Rwanda (9), Namibië (12), Albanië (20). (100)
Moataz Rageb (105–118)
- Samuel: “Moeilijk om te integreren in de heteroseksuele mannenwereld. De vriendschappen zijn meestal geforceerd oppervlakkig en de gesprekken geestdodend saai. O wee als er eens over gevoelens wordt gepraat (...)”' (105)
- “Mijn vriend Moataz is een aangename druppel in de dorre van iedere vorm van affectie beroofde, emotieloze woestijn der mannelijkheid.” (106)
Dina El Filali (119–136)
- Een inclusieve energietransitie.
- Over klimaat en energie.
Meral Polat (153–165)
- “Theater gaat bij uitstek over het toetsen van het zelfbeeld en het verplaatsen in de ander.” (162)
Rachel Rumai Diaz (167–178)
- “Ik huil in het Spaans, lach in het Nederlands en voel me op mijn gemak in het Engels.” (175)
Laura Polder (179–193)
- Onderwijs voorbij de klas. (179–193)
- “Op het mbo is één op de vijf studenten mantelzorger.” (190)
Hasna El Maroudi (195–212);
- Een nieuwe generatie journalisten. (195–212)
- CBS-cijfers over migranten: 24,5 procent van alle Nederlanders heeft migratieachtergrond; cijfers over de grote steden. (196)
- Over vrouwen en personen van kleur in de media. (200–202)
Joost Röselaers (213–231)
- Koningsdag: “Daar zitten we dan allemaal op een kleedje dingen te verkopen en geld te verdienen. Handel, misschien is dat onze identiteit.” (229)
- “De Franse president laat zich adviseren door filosofen en theologen, Rutte door economen.” (230)
Sahar Shirzad (249–266)
- Vinden jullie mij mens genoeg? (249–266)
- “Voor de zoveelste keer was ik mij aan het ontmenselijken door aan de Nederlandse samenleving te bewijzen: ‘Kijk eens hoe goed gelukt ik ben!’” (252)
- “Ik draag de littekenster wijl ik tegelijk voortdurend door omstanders over Afghanistan wordt bevraagd.” (254)
- Kind van een vluchteling: “Ik werd tolk, advocaat, belangenbehartiger, administratief medewerker, boekhouder,” legt Sahar uit, die afgestudeerd jurist is. (257)

